Relatie-DNAHet verhaal van Marjolein

Eén ding wist ze zeker: ik wil later nooit een man als mijn vader

Beeld Brechtje Rood

Tijdgeest verkent het DNA van de liefde: hoe dringt de relatie van je ouders door in je eigen relatie? Marjolein voelde zich in de steek gelaten door haar vader en later haar man. Ze heeft nu bewust een latrelatie. ‘Ik wil zelfstandig blijven.’

“Als mijn vader ­gedronken had en zijn zin niet kreeg, werd hij agressief. Dan gooide hij thuis de stoelen om of maaide hij de boeken van tafel. Mijn moeder probeerde op zo’n moment de lieve vrede te bewaren. Ze gaf mijn vader vlug koffie en gebaarde naar mij en mijn broers dat we stil moesten zijn. Vaak dacht ik: waarom moeten wij ons schikken naar die man?

Een band heb ik nooit gehad met mijn vader. Ik voelde me in de steek gelaten door hem. Hij was vooral bezig met zijn eigen zaakjes, hij verkocht antiek, en hield totaal geen rekening met zijn gezin. Misschien was dat anders geweest als hij een vrouw had gehad die hem thuis met een koekepan had opgewacht als hij uit het café kwam, maar zo was mijn moeder niet. Ze was lief en zorgzaam, maar vooral ook dienstbaar aan mijn vader.

Er is één moment geweest dat zelfs zij er kennelijk genoeg van had. Ik was een puber toen ze plotseling wilde scheiden. We gingen op een geheim adres ­wonen. Op een dag werd ik op school bij de conciërge ­geroepen. Mijn vader stond er. “Waar zitten jullie?”, vroeg hij. Ik wilde het niet zeggen, maar hij zette me onder druk: “Ik weet jullie toch wel te vinden’’. Kort daarna stond hij op de stoep.

Mijn ouders kregen vanaf dat moment weer contact. En na een paar jaar gebeurde het onvoorstelbare: ze besloten opnieuw met elkaar te trouwen. Ik dacht: mama, je bent knettergek, hoe kan je dat nou doen? Eenmaal weer verhuisd, ging het van lieverlee verder. Het drankgebruik van mijn vader nam af, maar zijn gedrag bleef vervelend. Ik at thuis en ik sliep thuis, meer niet. En één ding wist ik zeker: ik wil later nooit een man als mijn vader.”

Lallende kerels, domme wijven

“In het dorp waar we gingen ­wonen, ontmoette ik Bruno, zoon van een caféhouder. Hij was charismatisch, maakte grapjes terwijl hij met z’n dienblad rondliep. We werden verliefd. Toen we na een paar jaar gingen samenwonen, zei ik: “Als jij de zaak over wil nemen, ga ik bij je weg”. Een café stond bij mij gelijk aan bezopen mensen, lallende kerels en domme wijven, daar wilde ik niks mee te maken hebben. Hij begreep me.

Een paar jaar later, we waren inmiddels getrouwd, werd Bruno ziek: een hersentumor. Na de ­behandeling herstelde hij, maar de straling had zo veel schade toegebracht in zijn hersenen dat werken niet meer ging. Talloze controles in het ziekenhuis volgden. Toch bleven we optimistisch. Hij was thuis met onze zoon, ik werkte. We hadden het goed. Dat heeft twaalf jaar lang geduurd. Toen bleek dat de tumor was gegroeid. “Hier is niks meer aan te doen”, zei de arts. Acht maanden later overleed Bruno.

Ik was verdrietig, ik voelde me alleen en ergens voelde het voor mij ook een beetje als: zie je wel, weer een man die me in de steek laat. In mijn jeugd hoopte ik stiekem dat mijn vader doodging, dan zou het rustig zijn in ons gezin. Maar uitgerekend mijn vader leefde nog, de man met wie ik een goed huwelijk had, was gestorven.

Vriendinnen zeiden tegen me: “Je bent nog geen veertig, je kunt niet ­alleen blijven”. Dus plaatste ik een contactadvertentie in de krant, internet bestond nog niet. Ik kreeg een enorme stapel brieven en sprak met mannen af. Zonder succes. Een aantal brieven bewaarde ik, waaronder die van ene Gerard. Hij was 53 en woonde in de stad. Ik dacht: leuke man, maar hij is me te oud. Toch schreef ik hem alsnog, want het was zo’n sympathieke brief. We werden knetterverliefd­­ op elkaar, het grote geluk kwam weer op mijn pad.”

Zelfstandig  blijven

“Gerard en ik zijn bewust nooit gaan samenwonen. Wij zijn niet de personen om samen in één huis te zitten. Dat is hoe we ­gebakken zijn. We hebben ook geen samenlevingscontract. We zijn niks van elkaar. Ik wil zelfstandig blijven. Want vroeg of laat gaat het weer gebeuren, dan ben je weer alleen.

We zijn ook aldoor los van elkaar verhuisd. Toen Gerard wegging uit de stad, bleef ik daar wonen. Een paar jaar later verkocht ik mijn huis en ben ik ergens anders gaan wonen. We hebben ­ieder ons eigen leven, maar ook een mooi leven samen. Op donderdag sporten we samen, dan klimmen we in de klimhal. En in het weekend is Gerard bij mij of ben ik bij hem. Soms trekken we anderhalve maand met een camperbusje door Frankrijk.

Binnenkort krijgt Gerard de sleutels van zijn nieuwe huis, hier vlakbij, op loopafstand. Hij gaat in zo’n zelfde jarenvijftighuisje wonen als ik – we worden ouder en willen wat dichter bij elkaar kruipen. Maar mooier dan dit wordt het niet. Dit is voor ons de vorm: ­ieder een eigen tiny house, met zo min mogelijk spullen en een grasveld ertussen.”

De namen in deze tekst zijn gefingeerd vanwege privacyredenen. De echte namen zijn bekend bij de redactie.

Heeft u ook een verhaal over de liefde, relaties en uw ouders? Stuur een e-mail naar relatiedna@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden