Don Diego Poeder in Schiedam, 22 juni 2021.

InterviewDon Diego Poeder

Don Diego Poeder: Boksen heeft mij geloof in mezelf gegeven

Don Diego Poeder in Schiedam, 22 juni 2021.Beeld Martijn van de Griendt

Sport bracht ex-profbokser Don Diego Poeder meer dan een wereldtitel. Een gesprek over het overwinnen van angst, vaderschap en de droom om een lange speelfilm te maken.

De bibliotheek in het centrum van Schiedam is gevestigd in een prachtig monumentaal pand; de voormalige Korenbeurs, eind achttiende eeuw gebouwd door een Italiaanse architect. In de overkapte binnentuin is het prettig toeven. Don Diego Poeder heeft deze plek gekozen voor ons gesprek. Een wat ongewone locatie voor een voormalig profbokser? Poeder moet lachen als de verslaggever hem met haar eigen vooroordeel confronteert. “Het is een heel relaxte plek. Ik kom hier graag om te schrijven. En daarna haal ik dan mijn dochter op. Die zit vlakbij op de basisschool.”

Als we elkaar op zaterdagmiddag treffen komt hij net van de sportschool waar hij sinds jaar en dag training geeft. Hij ziet er fit uit. Hij is blij dat het leven weer zijn gewone gang aan het nemen is, maar heeft er geen moeite mee gehad de afgelopen maanden in beweging te blijven. De discipline opbrengen om goed voor je lichaam te zorgen is een tweede natuur geworden, met dank aan zijn jaren als topsporter. Alleen tijdens de eerste lockdown had hij het zwaar. Zijn pijnlijke rechterknie kreeg als diagnose ‘versleten’. En ja, ook dat is een erfenis van zijn tijd als bokser. Poeder: “Bijna elke beweging bij boksen is een draaibeweging. Maar in de hitte van de strijd ben je alleen maar bezig met raken en niet geraakt worden, denk je alleen maar; raken en weer weg. Dan vergeet je soms je benen mee te nemen en komt er enorme druk op je knieën te staan. Als je jong bent, dan kom je daar mee weg. Maar als je ouder wordt gaat je lichaam tegenstribbelen.” Inmiddels heeft hij een eerste injectie gekregen met ‘een sponsachtige stof’ die zich tussen het versleten kraakbeen nestelt. Voorlopig biedt het uitkomst.

Vecht

Zomertijd licht deze zomer elke week één van Ramses Shaffy’s zeven levenskreten uit: zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder. Het gelijknamige lied viert dit jaar zijn vijftigste verjaardag, maar de boodschap van verbondenheid, hoop en strijdlust is actueler dan ooit.

Een scharminkeltje was hij, toen hij – vier weken te vroeg – in april 1972 in Rotterdam werd geboren. Of, zoals hij het zelf onlangs in een tv-programma beeldend omschreef: “Ik paste in een schoenendoos maat 35”. Zijn moeder was net twintig toen ze hem kreeg en niet in staat om voor hem te zorgen. Poeder werd opgevangen door een tante. Hij werd het zesde kind in haar gezin. Zijn vader schitterde door afwezigheid. Als tiener deed Poeder twee keer een poging met hem in contact te komen. Twee keer kwam zijn vader niet opdagen. “Als kleine jongen twijfel je toch; waar is mijn vader, waarom komt-ie niet eens langs? Maar toen was ik er klaar mee, toen heb ik het opzijgezet. Het was de enige manier om door te gaan met mijn leven, voor mij was hij vanaf dat moment alleen nog maar een zaaddonor.”

Geen onderdeurtje

Een onderdeurtje was hij tegen die tijd niet meer. Op zijn vijftiende woog hij zo’n 100 kilo. “Iets te veel”, zegt hij nu onderkoeld, “ik moest afvallen.” Zijn beste maatje stelde voor bij een sportschool te gaan boksen. Maar wie er ook kwam opdagen op de afgesproken tijd en plaats, geen maatje. Dus stapte Poeder alleen naar binnen. Hij kwam, bij wijze van spreken, niet meer naar buiten.

Hij kijkt er, zoveel jaar later, met een mengeling van verbazing, plezier en trots op terug. “Ik werd meteen in het diepe gegooid. Ik moest gaan sparren en dat ging heel erg goed. Ik bleek sterk en snel, al wist ik eigenlijk niet precies wat ik deed. Ik had nog niet echt controle over wat ik aan het doen was, maar de rest kon mij niet aan. En dat kan natuurlijk niet als je daar voor het eerst komt, dan moet je even op je plaats worden gezet. Dus toen moest ik met de trainer sparren en dat leverde me meteen een blauw oog op.” Of hij er last van had? Poeder wuift het weg. “Ik zag: ik moet nog wel aan iets werken. Ik blijf nog even.”

Don Diego Poeder Beeld Martijn van de Griendt
Don Diego PoederBeeld Martijn van de Griendt

Boksen: hij leerde snel, het werd zijn leven. Wat maakt een bokser goed? Kracht uiteraard, maar dat is het niet alleen. Conditie, snelheid, reflexen, die aspecten zijn minstens zo belangrijk. En je moet sterk zijn in je hoofd, je angsten overwinnen. Want angst heb je altijd. Angst om te verliezen, legt hij uit, maar ook: angst dat er iets gebeurt met jou of je tegenstander. “Bijna geen enkele bokser gaat de ring in met het idee; ik ga jou blijvend pijn doen. Dat is niet de bedoeling. Maar je weet dat het kan gebeuren, dat is een druk waar je mee om moet leren gaan”.

Bibberen en shaken

Er valt een stilte, opnieuw zoekt Poeder naar de herinnering. “Bij een wedstrijd in New Orleans sloeg ik mijn tegenstander knock-out, het duurde twintig, dertig seconden. Hij zat daarna te bibberen en te shaken in zijn hoek, werd later meegenomen in een ambulance. Hij is er verder redelijk uitgekomen, maar het was wel het einde van zijn carrière, hij mocht niet meer boksen. Dat ik dat iemand had aangedaan zorgde bij mij voor een enorme mentale druk. Mijn manager heeft me een paar weken later weer laten boksen: dezelfde plek, dezelfde ring, een zwaardere tegenstander. Toen heb ik het wel moeilijk gehad, al won ik wel. Ik heb hem twee keer neergehaald voor acht tellen, ik had hem knock-out kunnen slaan, maar ik durfde niet, ik kon het niet aan. Daarna was ik eroverheen, dat is het spelletje.”

Don Diego Poeder (1972, Rotterdam) begon als vijftien­jarige met boksen en werd in 1992 en 1993 Nederlands kampioen zwaargewicht. In 1993 haalde hij zilver bij het EK. In 1997 werd hij wereldkampioen. Na twee verloren partijen stopte hij in 1999. Hij begon aan een opleiding aan het ­Cios, maar voltooide deze niet: de kloof met zijn veel jongere medestudenten was voor hem te groot. In 2004 pakte hij de draad van het boksen weer op. Zijn terugkeer verliep met horten en stoten. Op 44-jarige leeftijd stapte hij voor het laatst in de ring. Naast zijn baan als trainer bij een sportschool schrijft Poeder verhalen en maakt hij korte films. Op YouTube zijn onder meer De Sofa, Angsthaas en Gesloten Deur te bekijken.

Zo’n zware dreun heeft hij zelf nooit gehad, maar ook hij is diverse keren onderuitgegaan. “Ik heb zes keer verloren, twee keer op punten, vier keer via knock-out.” Poeders beschrijving van die ervaring is kort: “Je verliest de controle. Je wilt doorstoten, maar je lichaam zegt: nee. Niks doet het meer, je benen ook niet en dus ga je onderuit.” Tegelijkertijd is hij er ook heel nuchter over. “Je kan winnen, je kan verliezen. Dat moet je accepteren. Dat heb ik al heel vroeg gedaan, nog voor ik prof werd. Wil je niet meer de ring in? Ook goed, dan stop je.”

En stoppen, dat deed hij diverse keren, Poeders boks­carrière verliep langs een wat kronkelige lijn. Maar het was de eerste keer die het meest dramatisch was én hem tegelijkertijd nieuwe perspectieven aanreikte.

New York was perfect

We gaan opnieuw terug in de tijd. In 1993 vertrok Poeder naar de VS in de hoop een bestaan als professional op te kunnen bouwen. Vier jaar woonde hij in New York en hij had het er enorm naar zijn zin. “Het was er perfect, ik voelde me er thuis.” In 1997 werd hij wereldkampioen zwaargewicht, in Rotterdam leverde het hem de titel Sportman van het Jaar op. Toen ging het mis. “Mijn manager kwam met een nieuwe trainer aanzetten. Alleen; die woonde in Los Angeles. Ik dacht: hier is het koud, daar is het 25 graden, laten we gaan.” Ook een grote stad, zoveel verschil kan er niet zijn, veronderstelde Poeder, maar dat bleek een misvatting. Hij voelde zich er mateloos alleen, anders dan in New York kreeg hij maar moeilijk aansluiting met zijn omgeving. Voor het eerst in al die tijd kreeg hij heimwee. “Ik trainde wel, maar als de training voorbij was, gingen de anderen naar hun gezin en ik naar mijn hotelkamer.” Om iets te doen te hebben keek hij eindeloos veel films, maar ze konden de leegte die hij voelde niet vullen. Het brak hem op. Hij verloor zijn wereldtitel en liep kort daarna opnieuw tegen een verliespartij op. “Mijn training ging goed, mijn conditie was goed, maar ergens klopte er iets niet, in mijn hoofd zat het niet goed. Ik had die ring niet in moeten gaan, maar de show must go on.” In 1999 keerde hij gedesillusioneerd terug naar Nederland.

Don Diego Poeder Beeld Martijn van de Griendt
Don Diego PoederBeeld Martijn van de Griendt

Om niet in een zwart gat te vallen ging hij op zoek naar manieren om de leegte te vullen, fysiek en geestelijk. Hij trainde voor de marathon en begon te schrijven. Stephen King was en is zijn grote voorbeeld. “Ik heb bijna alles van hem gelezen. Eerst in het Nederlands, later ook in het Engels.” Schrijven, lacht Poeder, het lag natuurlijk niet echt op mijn pad. Portier, dat is meestal wat mensen zich voorstellen bij een bokser die zijn handschoenen aan de wilgen heeft gehangen. Maar in 2003 won hij de schrijfwedstrijd Kort Rotterdams, het verhaal vormde de basis voor zijn eerste korte film De Sofa, die ook op het Nederlands Filmfestival werd getoond. Hoe vreemd het misschien ook klinkt, zonder zijn bokservaring had hij dit nooit gedaan, gedurfd. “Boksen, wereldkampioen worden, heeft me vleugels gegeven”, zegt Poeder. “Geen rare vleugels, dat je ineens denkt dat je van het dak kunt vliegen. Maar geloof in mezelf.”

De cirkel doorbroken

Dat geloof hielp hem ook om het anders te doen dan zijn vader. Zoals die zich van zijn kind had afgekeerd, dat zou hij niet doen, dat nam hij zich heilig voor. Maar toch was er twijfel. In een interview uit 2005, zijn vriendin zwanger van een jongen, klinkt angst door dat hij zijn zoon zal teleurstellen. “Dat ik zo zal zijn als mijn vader.” Het is, constateert hij het met een zekere opluchting, niet gebeurd. “Al voor hij was geboren heb ik hem erkend, dat heeft mijn vader met mij nooit gedaan. Dat was voor mij heel belangrijk, daarmee had ik een negatieve cirkel doorbroken. Ik wilde niet in hetzelfde patroon stappen.” Zestien is zijn zoon inmiddels, zijn dochter tien en met zijn vieren vormen ze een ‘goedlopend gezinnetje’. En ja beaamt hij schoorvoetend, dat is een reden om trots te zijn. Boksen doen zijn kinderen overigens niet, niet meer. Zoon voetbalt, dochter zit sinds kort op hockey. Het maakt hem niet veel uit, zolang ze maar bewegen.

Sporten vult nog altijd een groot deel van Poeders dag, maar schrijven en films maken, daar houdt hij óók van. Zo’n tien korte films heeft hij gemaakt, vaak vol actie, maar ook producties die de kijker iets te denken geven (zoals De Sofa, dat speelt met de vraag wat echt is en wat verbeelding). Zijn droom is een film op bioscooplengte, maar korter mag ook. Binnenkort heeft hij een afspraak met een producent, een verhaal heeft hij al.

Boksen

Oorsprong Net zoals in veel andere sporten bestaan in het boksen verschillende oorsprongsmythes. Bronnen wijzen naar gebeurtenissen in Nieuw-Guinea, Kreta en Egypte, soms tot wel duizenden jaren voor onze jaartelling. Met zekerheid is te zeggen dat alle verhalen in 688 voor Christus in elkaar grijpen als boksen een van de onderdelen is van 23ste Olympische Spelen in het oude Griekenland. Boksen als vechten met de vuisten, de tegenstander afmatten en als vorm van zelfverdediging.

Engeland In de 18de en 19de eeuw groeit aan de overkant van Het Kanaal boksen langzaam naar de huidige vorm. Zo worden gewichtsklassen ingevoerd om oneerlijke concurrentie te bestrijden. Gevechten vinden plaats in de ring, zodat niemand kan vluchten. Nieuw zijn ook verschillende rondes en een maximale tijd van een duel. Toebrengen van lichamelijk letsel is niet langer het oogmerk, veel belangrijker zijn de punten die worden verzameld met doeltreffende aanvalstechnieken.

Ben Bril Memorial Het grootste boksevenement van Nederland heeft de naam Ben Bril Memorial, genoemd naar de legendarische bokser uit Amsterdam die actief was op de Olympische Spelen van 1928. Bril was van Joodse komaf en overleefde de oorlog in concentratiekamp Bergen-Belsen. Hij overleed in 2003. Na zijn overlijden is werk gemaakt van dit boksgala dat steevast in oktober wordt gehouden in Carré. Met de Memorial wil de boksbond aandacht vragen voor de Nederlandse bokssport. In het verleden hebben Raymond Joval en Don Diego Poeder gevochten in Carré.

Rumble in the jungle Ook bekend als het gevecht van de eeuw. Op 30 oktober 1974, in het hart van Afrika, in de stad Kinshasa, stonden Muhammed Ali en George Foreman tegenover elkaar voor de strijd om de wereldtitel. Foreman was de te kloppen man, Ali (32) probeerde terug te keren aan de top. Wereldwijd keken naar schatting een miljoen mensen naar het gevecht. Nooit eerder was boksen zo populair. Ali won door optimaal gebruik te maken van zijn tactiek ‘dance like a butterfly, sting like a bee’. Op uithoudingsvermogen was hij de meerdere van zijn opponent.

Materiaal Voor bokslessen waarbij er wordt gespard, is materiaal nodig. Denk hierbij aan handschoenen, een hoofddeksel, bandages ter ondersteuning van hand en pols, een bitje voor de tanden en een tok. Hierbij wordt vooral gedacht aan de veiligheid van de bokser. Het is een contactsport, dus risico’s zijn er altijd. Bij wedstrijden zijn ring-artsen aanwezig en elke scheidsrechter is opgeleid om direct in te grijpen na een harde klap. Bij de boksbond geldt: ‘Beter duizend keer te vroeg stoppen, dan één keer te laat’.

Regels Boksen is dan wel een vecht- en contactsport, in de regel mag er meer niet dan wel. Vasthouden, worstelen, onder de gordel stoten, pootje lichten, schoppen, kopstoten, bijten, knietjes, slaan op de achterkant van de schedel en een gevallen tegenstander slaan is allemaal verboden. Wat mag wel? Genoeg, zolang de vuisten maar in de handschoenen zijn gestoken. Lompe kracht is geen garantie voor winst. Vaak wint de bokser met de snelste reactie, het grootste uithoudingsvermogen en de beste technieken. Geduld en creativiteit worden beloond.

Fit Boksen is veel toegankelijker geworden dan decennia geleden. De sport trekt niet alleen vechtersbazen, mensen die de vuisten willen gebruiken. Boksen wordt steeds vaker gezien als een manier om fit te worden, om uithoudingsvermogen te creëren en het lijf te versterken, als een intensieve variant van bootcamp, crossfit of fitness. Sparren of het opnemen tegen een ander is geen noodzaak. “We zien met name een toename in het aantal vrouwelijke boksers, om deze reden”, zegt René Braad, technisch directeur van de Nederlandse boksbond. “Boksen is toegankelijk voor iedereen.”

Verhoeven en Hari “We worden vaak ingehaald door het kickboksen”, zegt René Braad. Daarmee verwijst de technich directeur van de boksbond naar grote gevechten tussen kickboksers Badr Hari en Rico Verhoeven, met in hun rug de commerciële organisatie Glory. “Hadden wij maar een Rico Verhoeven, zo iemand genereert veel aandacht voor de sport. Veel potentiële jeugdleden van onze bond kiezen voor kickboksen. In Nederland valt daarmeer meer geld te verdienen. Daarnaast gelden er andere regels. De belangrijkste is dat er bij kickboksen wél geschopt mag worden in de richting van de tegenstander en daardoor de reikwijdte groter is. Boksers duiken in duels vaak omlaag om stoten te ontwijken, in het kickboksen juist niet vanwege het trapgevaar.”

Olympische Spelen Tijdens de Olympische Spelen deze zomer zijn twee Nederlandse boksers actief. Nouchka Fontijn, in de gewichtsklasse tot 75 kilo, is waarschijnlijk de bekendste. Zij won vijf jaar geleden nog zilver in Rio de Janeiro. De andere deelnemer in Tokio is Enrico Lacruz, die een gooi naar het goud gaat doen in de gewichtsklasse tot 63 kilo. In de jaren 80 en begin jaren 90 was Arnold Vanderlyde de meest succesvolle bokser van ons land. Drie keer veroverde hij het brons op de Spelen. Zonder zijn angstgegner Félix Savón was de Limburger vermoedelijk een keer met goud teruggekeerd.

Boksers in Nederland De oplettende sporter is het de laatste jaren waarschijnlijk al opgevallen: de bokssport zit in de lift. Ons land kent 127 officiële boksverenigingen, elk jaar komen daar gemiddeld tien bij, maar daarnaast hangt in vrijwel elke sportschool tegenwoordig een bokszak. Boksen kan overal, zegt René Braad. Hij schat het aantal actieve boksers op ongeveer 250.000, waarvan 15.000 zijn aangesloten bij de boksbond. “Boksen is de snelst groeiende sport van Nederland de laatste jaren”, aldus Braad, ooit zelf actief op het hoogste niveau. Wedstrijdboksers zijn er veel minder: ongeveer 800.

tekst Thomas Sijtsma

Lees ook:

‘Nu de boosheid weg is, kan ik die ring niet meer in’

Lucia Rijker is voormalig wereldkampioen boksen. Ze vergaarde een indrukwekkende reeks bijnamen: Koningin van de Bliksem, Lady Ali, en De gevaarlijkste vrouw ter wereld. Maar ze is ook boeddhist.

Wat bezielt een mens om voor zijn plezier te gaan knokken?

Journalist Nils Elzenga noemt zichzelf een pacifistisch natuurwinkelkind met een voorliefde voor yoga. Toch kan hij pas echt zijn energie kwijt nu hij - en met hem vele vele anderen - op kickboksen zit. Wat bezielt een mens om voor zijn plezier te gaan knokken?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden