EssayEetstoornis

Dochter met eetstoornis en vader schrijven over het gevecht met de zwarte en witte wolf

‘Misschien kunnen we beter gaan schrijven’, zei journalist Peter Henk Steenhuis tegen zijn dochter Hille, toen ze de zoveelste keer ruzie kregen. Hille heeft een fikse eetstoornis. 

Ze gaan mailen over van alles wat ze meemaakten. Over de fit girls die Hille’s rolmodel waren. Over de zwarte en witte wolf, die bezit van Hille namen. Over haar drang te sporten. Over Henks machteloze boosheid. 

Hille (17) over hoe haar eetstoornis begon

‘Wow, Hille’, zei mijn moeder, ‘moet je kijken! Dit is de nieuwe trend, billen zo rond dat je ervan afrolt als je zit.’
Mijn moeder wierp lachend de krant op tafel, 13 december 2016. Ik bekeek de foto: dunne vrouwen, neppe Barbies, heftiger opgemaakt dan de meeste operasterren. ‘Dun zijn kan iedereen: weinig eten, veel roken. Billen interesseren me niet zo, mam.’
‘Zo dun zijn ze niet hoor, lieverd, jij kan zo meedoen met deze trend, zonder er iets voor te hoeven veranderen. Jij hebt prachtige billen, echte schaatsbillen.’
Ik lachte haar complimentje weg, zoals ik toen altijd complimenten weglachte. Maar vanbinnen wist ik dat ze gelijk had. Anna was er die week ook nog over begonnen.
‘Weet je hoe ze je vaak noemen, Hil?’
‘Huh? Wie? Wat bedoel je, An?’
‘Duh’, antwoordde ze. ‘De jongens natuurlijk. Ze noemen je Hille met de spange billen.’
Er is niet één dag waarop mijn obsessie met eten en gewicht is ontstaan. Maar die ochtend, daar met die krant, dat zou een begin kunnen zijn geweest. Ik keek naar de lachende vrouwen, in Nike-leggings, in bikini. Zelfverzekerd. Dat zou ik ook zijn als ik zo’n goed lichaam had. Ze zijn mooi.

Ik legde de krant weg, pakte mijn telefoon en opende Instagram. Bij de homepage stonden suggesties voor nieuwe accounts om te volgen. Toevallig, precies dezelfde foto als in de krant. Lang donkerblond haar, steil en perfect vallend over de schouders. Ik voelde aan mijn eigen haar. Het stond alle kanten op, met in mijn nek zelfs een soort kroeshaar en aan de voorkant babyhaar. Terwijl ik een plukje babyhaar uit mijn hoofd trok, bestudeerde ik de foto. Het meisje staat op een wit strand. De zonnestralen die weerspiegelen in de zee, zijn even licht­gevend als de hagelwitte tanden van het model. Zo moest ik worden.

Henk en Hille Steenhuis

Mijn ouders merkten er nog niks van. Er zit geen knop in je hoofd die je kunt omdraaien, niet als het goed gaat, evenmin als het slecht gaat. Geleidelijk neemt de eetstoornis je hersenen over, maakt je ziek, zieker. Dat wist ik toen nog niet.

Ik bekeek foto’s op Instagram, las recepten en blogs. Wat een fantastisch leven, altijd lekker aan het strand, zonnetje erbij. Mijn favoriete fitgirl werd Marit, Fit with Marit heette haar blog. Ze kwam uit Groningen en schaatste, net als ik. Ja, ik leek wel wat op haar. Uren, dagenlang kon ik naar haar foto’s kijken: hoe ze tegen een muurtje hing, met een sportpetje van een of ander merk. Eindeloos telde ik tot zes: de blokjes op haar buik.

Ook ging ik experimenteren met koken. Mijn eerste recept was een healthy brownie. Het smaakte onvoorstelbaar goor. Ik kan niet echt goed koken, en al helemaal geen bruinebonenbrownie met avocado en courgette. Maar ik at het toch op, zei tegen mijzelf dat ik deze diarree lekkerder vond dan chocola.

Als je begint te lijnen, ben je nog honderd procent gezond, daarna begint de eetstoornis bezit van je te nemen, tien procent, twintig procent. Nog altijd ben je de meeste tijd in orde. Er komt een moment dat je voor de helft in de greep bent gekomen van de eetstoornis.

In die periodes kreeg ik zoveel ruzie met mijn vader, dat hij voorstelde om elkaar te gaan schrijven. Aan mijn vader stuurde ik allerlei mails. Maar het hielp me ook om zelf te schrijven, over wat er gebeurd was met me.

Met de andere helft, die nog niet in de greep van de eetstoornis was, ging ik gewoon naar school, giechelde met vriendinnen. Op een dag volgde ik alle fitgirlmotivationaccounts op Instagram, kende ik alle vlogs van Marit uit mijn hoofd en wist ik precies welke sportroutine ­Anna Nooshin volgde in haar sportschool. Mijn computer stroomde over van de recepten: van een gezonde appelflap met spelt- en boekweitbladerdeeg, tot een cheesecake zonder suiker, met alleen kwark en citroen.

Op de dagen, soms weken, dat ik gewoon gezond was, kreeg ik geen buikpijn van chocolade, genoot er zelfs van. Ik had dan ‘vreetbuien’ of ‘vreetweken’, die ervoor zorgden dat mijn ouders zich geen zorgen maakten. Ik at net zoveel als mijn vader – ik ken niemand die zóveel kan eten. Nu weet ik dat dit precies past bij mijn ziekte. 

De brieven van Henk en Hille Steenhuis staan in hun boek ‘Hongerklop’ (uitgeverij Van Oorschot)  dat vandaag verschijnt.

Brief van vader Henk aan dochter Hille

1 december 2017

Lieve Hille,

Hoe kan het dat we zo vaak hetzelfde gesprek voeren? Want dat maakt me het kwaadst: ik lijk voor de kat z’n viool te spreken. Jij lijkt een vorm van Oost-Indisch doof, of zoals jij zou zeg­gen: het lijkt alsof je ‘iets blockt’. Dat is niet zo gek gezegd: het lijkt alsof mijn opmerkingen ergens blokkeren.

Neem maandagavond. Mooie wandeling, goed gesprek, lekker licht regentje. De ochtend erna appte je me: ‘Het gaat heel goed met me!! Gesprek heeft me echt geholpen.’ En dan veel smileys en hartjes. Zo’n appje is voor een vader heerlijk. Voor mij is het alleen wel heel vreemd om nog geen dag later woorden, zinnen en stellingen te horen die compleet in tegenspraak zijn met wat je me tijdens zo’n wandelavond vertelt.

Dan heb ik het niet over voornemens die mislukken. Ik ben duizenden keren gestopt met roken, meestal ’s avonds, als ik een rauwe keel had, maar de ochtend erna begon ik weer. Dat zijn voornemens en het lichaam is zwak, maar rationeel wilde ik ook nog stoppen als ik weer een peuk in mijn mond stopte. Ik zou de volgende dag nooit ontkennen dat ik wilde stoppen met roken.

Bij jou is dat anders: jij bent het tijdens zo’n wandeling rationeel helemaal met mij eens: ‘Ik ben te dun, dat zie ik ook aan mijn broeken, jul­lie hebben gelijk dat ik de hele tijd op mijn eten let, ik begrijp dat mijn wondjes niet helen omdat mijn lichaam met andere zaken bezig is, ik zie in dat ik een paar kilo zwaarder moet worden om een echte sporter te kunnen worden.’

Doordat je dit zo volmondig erkent, kan ik niet zeggen dat je het blokkeert, want dan zouden mijn woorden gewoon niet aankomen. Dat doen ze wel, aan je reacties merk ik dat je mijn opmerkingen niet alleen begrijpt, maar ook verwerkt, want je oppert inzichten die veel verder gaan dan wat ik zeg/vraag/opper. Je erkent wat ik zeg, denkt erop door. Maar een dag later lijkt dit vergeten.

Ik ben prachtig zoals ik ben.
Ik ben een en al spier.
Ik ben een topsporter.
Jullie stoppen me vol.
Als jij me niet zoveel gepusht had, zou ik niet zoveel problemen met wedstrijden hebben.

Het merkwaardige aan deze opmerkingen is dat ze voorbij lijken te gaan aan ons gesprek, aan wat ik gezegd heb, maar nog opmerkelijker: aan je éigen inzichten. Het lijkt alsof je mijn en je eigen woorden met terugwerkende kracht skipt. Is het blokkeren of skippen?

Kun je je voorstellen dat ik hier echt geen bal van snap? En er ook boos over word? Ik vind het echt niet erg zaken een paar keer te herhalen, maar het is wel denigrerend als ik het idee krijg dat een gebeurtenis gewoon niet lijkt te hebben plaatsgevonden.

Op een bepaalde manier doet dit gedrag me denken aan mijn dementerende vader, met wie ik een uur nadat we een gesprek hadden afgesloten precies hetzelfde gesprek opnieuw kon voeren. Aanvankelijk werd ik ook kwaad op hem, maar toen de diagnose eenmaal gesteld was kon ik er veel milder op reageren. Vandaar wellicht mijn kribbigheid als ik het idee krijg geskipt te worden.

Ik hoop ook van jou te horen wáárom je me skipt. Als ik het begrijp, kan ik misschien bij jou ook wat milder worden. 

Brief van Hille aan haar vader Henk 

7 december 2017

Lieve papa,

Vaak gaat het best goed, de laatste weken. Beter dan sinds maanden. Soms voel ik me zelfs blij, bijna net zoals twee jaar geleden. Dan vind ik net zoals toen het leven leuk. Tuurlijk, ik zie in dat ik wat dun ben, maar dat komt ook wel goed.

Deze gesprekken met jou helpen me, tenminste op sommige dagen, want op andere dagen kan ik niet nadenken over de woorden die jij zegt. Dan voel ik me het tegenover­gestelde van blij. Ik voel me dan het dikste en lelijkste zwijn van de wereld en heb een stem in mijn hoofd die schreeuwt: ‘Jij kan helemaal niks!’

Ik was zes, zeven, toen Klaas – je weet wel, die wat forse, superaardige begeleider van de naschoolse opvang – mij een keer vertelde over een oude indiaan. Die indiaan gaf zijn kleinzoon les over het leven.

‘In ieder mens’, zo zei Klaas, met een zware stem van een wijze indiaan, ‘is een strijd gaande, een strijd tussen twee wolven: een zwarte en een witte. De zwarte wolf vertegenwoordigt het kwade. Hij is boos, woedend, ontevreden, jaloers, verdrietig, bang, hebzuchtig en arrogant. Hij is vol zelfmedelijden, schuldgevoelens, spijt, wrok, minderwaardigheid, leugens, valse trots en supe­ri­o- riteit. Alles draait om zijn ego. Hij zoekt ru­zie met iedereen want hij vertrouwt niemand. En daarom heeft hij geen echte vrienden.’

‘De witte wolf,’ vervolgde Klaas, ‘staat voor het goede. Hij is vriendelijk en doet niemand kwaad. Hij geeft vreugde, vrede, liefde, hoop, nederigheid, welwillendheid, empathie, vrijgevigheid, waarheid, compassie en geloof. Hij leeft in harmonie met de wereld om hem heen. Hij vecht alleen als het nodig is, zorgt voor de andere wolven en is trouw aan zichzelf.’

In mijn hoofd zijn continu twee stemmen in strijd met elkaar: een witte en een zwarte wolf. Als de witte het sterkste is, hebben we goede gesprekken, die mij helpen. Het is alsof we dan samen vechten tegen de zwarte wolf, alsof ik de witte wolf te eten geef, waardoor deze kan groeien.

De witte wolf is alleen klein en niet zo sterk: hij kan zo worden weggejaagd door de zwarte wolf. Als dat gebeurt, heb ik het moeilijk met mezelf, dan wil ik liever niet meer eten, omdat ik vind dat alles wat ik doe stom is. Op die dagen ben ik onredelijk, het voelt dan alsof ik niet mezelf ben, alsof ik die opmerkingen niet zelf maak, maar iemand anders ze uit mij laat komen.

Als de zwarte wolf zich in mij binnendringt, wil ik met terugwerkende kracht de hele dag anders doen. Alles wat ik heb gegeten was verkeerd. Ik heb last van een knagend, vervelend onderbuikgevoel, alsof ik een slecht geweten heb. Vaak bespringt de zwarte wolf me

’s avonds, als de dag niet productief was. Ook als ik honger heb en een tijd niks nuttigs heb gedaan, neemt de zwarte wolf de plek in van de witte. Alles is stom, de hele wereld haat mij en ik haat de wereld.

Gesprekken die ik had tijdens mijn ‘witte wolf-tijdperk’ worden onbruikbaar. Ik vind het zelf ook moeilijk dat ik eigenlijk niet weet wat ik wil, of doe. De ene keer zeg ik A, de andere keer B. Op de momenten dat ik opeens B zeg, ben ik overgenomen door de zwarte wolf. Wat ik als witte wolf heb gezegd, is op zo’n moment echt uit mijn geheugen gewist.

Voor jou lijkt het alsof ik de dingen die jij een dag ervoor, of zelfs een paar uur ervoor, hebt gezegd onbelangrijk vind. Alsof het mijn ene oor is ingegaan en mijn andere uit. Wanneer ik switch van wolf zie jij dit als negeren, of blokkeren van wat we samen hadden besproken. Misschien negeert de zwarte wolf je wel, omdat hij niet wil toegeven dat je gelijk hebt, omdat hij niet wil toegeven dat ik rust moet pakken, meer moet eten en minder moet sporten.

Op de momenten dat de zwarte wolf aan de macht is, ben ik onredelijk. Ik snap dan niet wat je zegt, of ik doe alsof ik niet snap wat je zegt, terwijl ik dat op momenten van de witte wolf uitstekend snap. Jij kan dat niet begrijpen. Ik heb genoeg hersenen om na te kunnen denken, maar wanneer de zwarte wolf mij in zijn macht heeft, is er geen beginnen meer aan, om na te denken, of naar jou te luisteren. >>

Brief van Henk aan Hille

9 december 2017

Lieve Hille,

Je mail verheldert echt veel. Dit is pre­cies waarom ik graag met je wilde gaan schrijven. Ik kan wel eindeloos rondlopen met het idee dat jij Oost-Indisch doof bent, je me blockt of skipt, maar nu weet ik dat dat niet het geval is. Dat scheelt, ik hoop dat ik er nu wat beter op kan reageren.

Ik vind het een mooi verhaal van Klaas, zoals de mensheid altijd verhalen heeft verzonnen om moeilijke situaties/gevoelens te verbeelden. Door zo’n verhaal snap je beter wat er in jezelf gebeurt, kun je er grip op krijgen. Maar is het bij jou toch niet een beetje anders dan in het verhaal van Klaas? Bij jou lijken die twee beesten namelijk een eigen leven te zijn gaan leiden. Als ik jouw mail goed lees, lijken ze hartstikke echt. Klopt dat? Is dat niet doodeng? En hoe gaat dat dan, als die zwarte wolf de witte wegjaagt, heb je dan niet de neiging weg te rennen?

Brief van Hille aan Henk 

9 december 2017

Lieve papa,

Ik vind dit heel domme vragen. Jij wil weten waarom het soms lijkt dat ik je skip of blokkeer. Ik probeer daar wat over te zeggen en nu kom je met dit soort vragen. Wil je ook nog weten of ik ze een mandje geef? Natuurlijk heeft wegrennen geen zin, die zwarte wolf is vaak gewoon veel sterker. 

Lees ook:

Maak anorexia-patiënte zelf verantwoordelijk

Hoe ga je om met een eetstoornis? Ervaringsdeskundige Koos Neuvel - vader van een dochter  met die ziekte - vindt dat je patiënten zelf  verantwoordelijk moet maken. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden