ColumnBert Keizer

Dieren gaan nooit dieper dan hun eigen waarnemingen

Afgelopen maandag verscheen in deze krant een korte versie van de Abel Herzberglezing, deze keer verzorgd door Robbert Dijkgraaf. ­Zoals altijd was hij heerlijk op dreef. Omdat we hem kennen uit de vele ­optredens bij tv-programma ‘DWDD’ en de Gashouder-universiteit hoor je zijn stem in de woorden die je leest.

Hij beschrijft wetenschap als het laatste reservaat van optimisten, omdat er in wetenschap wel degelijk sprake is van vooruitgang. Ik weet niet of hij daar gelijk in heeft. Ik denk dat vooruitgang in wetenschap iets zou moeten betekenen in de zin van: er zijn hoe langer hoe minder problemen over. Mijn naïeve beeld is dat er, zeg maar duizend ­belangrijke problemen zijn, zodat je als je er honderd oplost op goede grond kunt zeggen: we komen echt wel ­ergens, we schieten op, want er zijn nog maar ­negenhonderd problemen over. 

U voelt meteen dat het zo niet zit. Want nieuwe inzichten roepen meteen nieuwe vragen op. Het zou ook een beetje raar zijn als we na drieduizend jaar wetenschappelijk onderzoek hoe langer hoe minder bevreemd om ons heen blikten. Alsof het heelal en onze plaats daarin een puzzel is waarvan we de stukjes steeds beter in elkaar weten te passen zodat er een definitief eindbeeld ontstaat. Vergeleken met onze voorouders van dertig eeuwen terug zijn we nog net zo verbaasd, maar verbazen we ons over totaal andere dingen.

‘Ik mik op de sterren, maar soms raak ik Londen’

Hij noemt de humaniora wel braaf in het voorbijgaan als hij over ‘wetenschap’ spreekt, maar hij heeft het toch vooral over kosmologie, astronomie, ­astrofysica, deeltjesfysica en wat er zoal omgaat in die contreien. Verrassend is dat hij wetenschap graag ziet als een ­geheel onbezoedelde bezigheid die tot even boeiende als verwonderlijke ­inzichten leidt. Verrassend, want hij vertelt: ‘Ik heb het voorrecht in dezelfde kamer te werken als Robert Oppenheimer, de vader van de atoombom.’ 

Oei, is er erger ellende denkbaar? ­Bedankt, wetenschap. Nu zou je de ­reputatie van wetenschap misschien kunnen redden door te stellen dat het om twee dingen gaat. Aan de ene kant de puur wetenschappelijke verkenning van de wereld van het atoom. Aan de andere kant de vervelende toepassing van deze zuivere kennis in de vorm van een atoombom. Maar die bom werd door wetenschappers gemaakt. Denk in dit verband aan Wernher von Braun, een ‘pure’ raketwetenschapper over wie Mort Sahl kernachtig zei: ‘Ik mik op de sterren, maar soms raak ik Londen’. In mijn eigen vak is het creëren van oplossingen bijna onlosmakelijk verbonden met het veroorzaken van nieuwe ellende.

Terug naar Dijkgraaf. Hij komt met een aanstekelijke beschrijving van onze positie in het heelal, onze nietigheid ­tegenover ‘de enormiteit van dit kosmisch spektakel. Maar we hebben wel balkonstoelen voor de voorstelling. Wij hebben het zeldzame vermogen het universum te aanschouwen. Via ons mensen kijkt het universum naar zichzelf.’ Een waardige variant op Schelling’s constatering: ‘Die Natur schlägt im Menschen die Augen auf und ­bemerkt, dass sie da ist.’

De suggestie van God maakt de wereld zelfs nóg onbegrijpelijker

Hij eindigt met de aansporing de ­wereld te bevragen en naar vermogen te begrijpen. ‘En, nog belangrijker, er van doordrongen te zijn dat de wereld ­begrepen kan worden. Ik zou zelfs willen zeggen, wil worden.’

Dat laatste duidt op een aspect van wetenschappelijke verklaringen dat niet zo makkelijk is uit te leggen. Einstein zei hierover: ‘Het wonderbaarlijke van de wereld is dat zij begrijpelijk is.’ Dieren komen wel tot veronderstellingen over hun omgeving, maar ze kunnen en hoeven nooit dieper te gaan dan hun waarnemingen. Een dier kan nooit tot zoiets als ‘zwaartekracht’ of ‘moleculen’ of ‘cellen’ reiken, omdat dergelijke dingen ‘achter’ de wereld liggen die het nodig heeft om te kunnen overleven. Ook wij mensen redden het ooit prima zonder meer van de wereld te ­begrijpen dan de chimpansee.

Het vreemde is dat wij achter de ­oppervlakkige wereld die we delen met de primaten een heel andere wereld ontdekten via de wetenschap. Waarom gebeurde dat? Hoe kan het dat er ­‘onder’ die ‘chimpanseewereld’ een ­andere ­wereld ligt waar wij bij kunnen en die ons in staat stelt tot aanzienlijke verrichtingen? De Amerikaanse filosoof Alvin Plantinga zegt dat God hier voor ­gezorgd heeft. Maar die suggestie maakt het zelfs nóg onbegrijpelijker.

Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden