Diederik Hummelinck

NaschriftDiederik Hummelinck (1948-2022)

Diederik Hummelinck (1948-2022), een zondagskind dat het Nederlandse toneel nieuw elan gaf

Diederik HummelinckBeeld Rutger Geleijnse

Diederik Hummelinck ontdekte per toeval waar zijn hart lag: bij het faciliteren en produceren van theater. Met Arjen Stuurman zette hij Hummelinck Stuurman Theaterbureau op en boekte daarmee veel succes. Hij was er trots op en wist: het is niet geheel onopgemerkt gebleven.

Noor Hellmann

Diederik hield van kantoortje spelen, alleen in zijn kamer, omringd door mappen, kaartenbakjes en een berg papieren. Alles waar zijn theaterbureau bij betrokken was geweest, moest vastgelegd en gearchiveerd worden. Hij sloot zich graag op in zijn eigen wereld, maar met de telefoon binnen handbereik: eindeloos zat hij achter zijn bureau te bellen met theaters en programmeurs om zijn voorstellingen te verkopen.

Dat netwerken kon hij goed. Hij had met zichzelf de afspraak dat hij op een borrel altijd drie nieuwe mensen zou spreken. Voor zo’n gesprek met hem moest je wel de tijd nemen want hij weidde flink uit, langzaam pratend waarbij hij vaak stiltes liet vallen.

Last van gêne had hij niet. Diederik was zelfverzekerd en eigengereid, soms op het naïeve af. Zoals die keer dat hij buitenlandse theaterconnecties inviteerde voor een Nederlandse première van Wuivend graan, een stuk van Wim T. Schippers. De Engelse uitnodiging voor ‘Waving grain’ was een letterlijke vertaling van de Nederlandse. Over hoofdrolspeler Kees Hulst die de Johan Kaartprijs had gewonnen viel te lezen: ‘He steals the show and he also won the John Ticket price’. Toen Diederik erop geattendeerd werd dat hij de tekst beter nog even kon nakijken voor hij hem verstuurde, zei hij stoïcijns dat het ging om de uitnodiging, niet om wat er precies in stond – waarna hij op verzenden drukte.

Die zorgeloosheid typeerde hem, hij ging soepel door het leven en liet lastige zaken over aan anderen om hem heen. Met zijn directheid kon hij een ander soms onbewust voor het hoofd stoten. Tegelijkertijd was hij belangstellend en wist met zijn gevoel voor humor situaties, en ook zichzelf, te relativeren. Je kon hem met recht een zondagskind noemen, iemand die alleen deed wat hij leuk vond, en daarmee veel bereikte.

Hij moest het in het leven wel waarmaken

Met zijn doortastende aanpak voldeed hij aan een verwachtingspatroon, want in het milieu waar hij opgroeide werd iets van de jongen verwacht: als enig kind van ouders die allebei uit gegoede en succesrijke families kwamen, waren de ogen op hem gericht. Hij mocht veel, maar moest het in het leven wel waarmaken.

De meisjesnaam van zijn moeder Nelleke was Kamerlingh Onnes, een chique familie van schilders en wetenschappers, onder wie de natuurkundige en Nobelprijswinnaar Heike Kamerlingh Onnes. Nelleke trouwde jong met Marius Wagenaar Hummelinck, een telg uit een ondernemersfamilie. Diens grootvader was de oprichter en directeur van Hollandia Melkfabriek, een winstgevend bedrijf dat later aan Nestlé werd verkocht. Marius werkte aanvankelijk bij de veevoederafdeling van Calvé, maar stapte over naar Staatsbosbeheer en richtte de Nederlandse tak van het Wereldnatuurfonds op. Met natuuractivist en ondernemer Wouter van Dieren schreef hij in 1977 het boek Natuur is duur.

Diederik bracht zijn jeugd deels in Den Haag door en deels in Bilthoven waar hij de progressieve school De Werkplaats bezocht. Hij was geïnteresseerd in de middeleeuwen – speelde als kind graag riddertje – en koos voor een studie geschiedenis in Amsterdam, zonder te weten wat hij er ooit mee moest. Die prangende vraag was niet langer relevant toen hij in 1977, aanhikkend tegen zijn afstudeerscriptie, onverwacht de theaterwereld inrolde. Dat gebeurde op het Delftse Cameretten Festival waar het Lage Landencabaret van zijn jeugdvriend Arnoud Witteveen won. Diederik was onmiddellijk zo gegrepen door cabaret dat hij zich aanbood als licht- en geluidstechnicus van het groepje. Algauw begon hij zich op de zakelijke kant te richten en regelde hun speelbeurten. Hij had zijn bestemming gevonden en schreef zich in bij de Kamer van Koophandel.

Het jaar daarop ontdekte hij Joke van Leeuwen, die hij begeleidde naar Cameretten, waar ze alle prijzen won. Op het festival ontmoette hij ook zijn toekomstige vrouw: jurylid en jurist Simone de Waard, die teksten schreef voor Seth Gaaikema, later voor de radio werkte en ten slotte in het geschillencollege van het Amsterdams Fonds voor de Kunst zat.

Diederik Hummelinck (links) met zijn compagnon Arjen Stuurman. Beeld
Diederik Hummelinck (links) met zijn compagnon Arjen Stuurman.

Een spannend jongensavontuur

Diederik had ondernemersbloed: vanuit zijn studeerkamer vertegenwoordigde hij steeds meer artiesten. Zijn eenmansbureautje – aanvankelijk gefinancierd door zijn ouders die dachten dat hij nog studeerde – had dringend versterking nodig. Op zoek naar een zakenpartner leerde hij in 1983 economiestudent Arjen Stuurman kennen, op dat moment stagiair in de schouwburg in Arnhem. Ze hadden een klik, richtten Hummelinck Stuurman Theaterbureau op en bleken elkaar goed aan te vullen. Het had iets van een spannend jongensavontuur zoals de twee enthousiast hun eerste stappen zetten, zelf affiches maakten, de pers benaderden en met de vier, vijf andere kleine theaterbureaus van destijds samenkwamen voor het ‘kleine jongensoverleg’.

Met hun neus voor talent pikten ze als eersten aanstormend cabaretier Brigitte Kaandorp op. Ze besloten niet alleen theateroptredens te faciliteren maar zelf ook nieuwe voorstellingen te produceren. Naast cabaret werd toneel een belangrijke pijler voor het bureau.

Al direct in 1986 vestigden ze de aandacht op zich met Going to the dogs van Wim T. Schippers en televisiemaker Gied Jaspars die een toneelstuk hadden gemaakt voor zes herdershonden. Het was een waagstuk: konden de honden na negen maanden repeteren het podium op, was er een schouwburg voor te porren, zou er überhaupt publiek komen? Een gespannen Jaspars verzocht Diederik en Arjen een paar duizend gulden in kas te hebben voor het geval bezoekers woedend hun geld zouden terugvragen. Dat viel mee: het was een happening waar iedereen bij wilde zijn en die de internationale media haalde. Wel leidde de voorstelling in de Tweede Kamer tot vragen of dit toneel subsidie verdiende.

Met zijn vrouw Simone. Beeld Rutger Geleijnse
Met zijn vrouw Simone.Beeld Rutger Geleijnse

Het theaterbureau werd gaandeweg uitgebouwd tot een florerend bedrijf met medewerkers en een stal vol klinkende namen als Hans Teeuwen, Jan Rot, Sanne Wallis de Vries, Alex Klaasen, Martine Sandifort en Paul Haenen. Het duo legde zich toe op toegankelijk toneel voor een breed publiek en stond aan de wieg van nieuwe Nederlandse theaterproducties en bewerkingen van Nederlandse boeken en films. Het enige buitenlandse stuk dat ze iedere vijf jaar met een wisselende cast uitbrachten was de klassieker Who’s afraid of Virgina Woolf?

Daarnaast boden ze Vlaamse gezelschappen een podium, waarmee ze bijdroegen aan de zogenoemde Vlaamse golf die het Nederlandse theaterbestel een artistieke impuls gaf. Toen ze in 2008 bij het 25-jarige jubileum van hun theaterbureau beiden benoemd werden tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau wegens hun belangrijke verdiensten voor het theater, beschouwde Diederik dat als een kroon op hun werk.

Een sfeermaker met veel zorg

Dat werk slokte veel tijd op, het was een manier van leven. Hoewel ze niet op elkaars verjaardag kwamen zagen ze elkaar meer dan hun partners. Niettemin was Diederik zeer betrokken bij zijn gezin. Elke zaterdag stond hij langs de lijn als zijn zoon Floris voetbalde, met zijn jongste zoon Heike luisterde hij naar diens favoriete hiphopmuziek. Hij was een sfeermaker die veel zorg besteedde aan het huis gezellig maken. Hij genoot ook van de vakanties en liet geen kans onbenut om Simone en de kinderen historische wetenswaardigheden bij te brengen.

Alles deed hij met passie, zelfs als hij er niets van bakte, zoals skiën. Elk jaar weer tijdens het ski-uitje met alle bureaumedewerkers was hij de meest fanatieke van de club. Zo ook die keer op de dag van vertrek in de stromende regen: terwijl iedereen al in de auto zat, stond hij nog in poncho en met paraplu op de ski’s.

Met zijn kinderen. Beeld
Met zijn kinderen.

Hij leek onvermoeibaar, maar het werk begon hem zwaar te vallen, mede door aanhoudende rugklachten. In 2011, na een 28-jarig ‘huwelijk’ met zijn compagnon, nam hij afscheid en werd hij opgevolgd door Majlis Korthals. Toch kwam hij nog geregeld op kantoor, al had hij zich een ander doel gesteld: het verkopen van Nederlandse scripts in het buitenland. Met zijn vasthoudendheid kreeg hij in diverse landen voor elkaar dat vertaalde stukken succesvol werden geënsceneerd. Voor Diederik en Simone waren de buitenlandse premières een mooi excuus voor leuke tripjes, al moest de rolstoel vanwege zijn rugklachten steeds vaker mee.

Twee jaar geleden werd bij hem een voorstadium van alzheimer geconstateerd. Langzaam kromp zijn wereld, tot hij geen dagvulling meer had. Ondanks toenemende verwardheid was zijn geest nog sterk, zijn wil ook: vorig najaar besloot hij dat hij op korte termijn euthanasie wilde. Uitstel was voor hem geen optie. De dag dat hij veertig jaar getrouwd was met Simone wachtte hij nog af, maar de geboorte van zijn eerste kleinkind was voor hem te ver weg.

Marius Diederik Wagenaar Hummelinck werd geboren op 30 oktober 1948 in Den Haag en overleed op 26 januari 2022 in Amsterdam.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden