ColumnRommelen

Die oude bril uit de brugklas ligt nog in de la

null Beeld

Waarom zou je een oude bril bewaren? Liesbeth Mende herinnert zich een la vol ‘reservebrillen’ in haar ouderlijk huis.

In een la van mijn bureau ligt de oude bril die ik eind jaren tachtig in de brugklas droeg, grote glazen in een lichtblauw, bijna doorzichtig montuur. In mijn ouderlijk huis in Wouw hadden we ergens een laatje dat vol met oude brillen lag. De meeste waren van mijn vader. Na zijn dood bleven die brillen in de la liggen. Waarom zou je eigenlijk een bril bewaren? Een reservebril is altijd handig. Slechte ogen zitten in de familie. Alle ooms, tantes, neven en nichten dragen een bril of contactlenzen.

Oompie, de oudste broer van mijn vader, was aan zijn ogen geopereerd. Hij had echte jampotglazen en ’s nachts sliep hij met zwarte plastic kapjes voor zijn ogen. Waarvoor dat was weet ik niet, maar ik vond het heel interessant.

Oom was zuinig voor zichzelf. Hij was met niets uit Indonesië naar Holland gekomen. Vanuit nul had hij alles opnieuw moeten opbouwen. Zijn neven en nichten verwendde hij. Als ik kwam logeren gingen we altijd naar de stad in zijn woonplaats Deventer of we gingen met de trein naar Arnhem of Amsterdam om te winkelen. Oom stapte geduldig alle sieraden- en kledingwinkels binnen. Ik hoefde maar een trui aan te raken en hij zei: “Koop maar, Lies”.

“Hoeft niet, oom”, zei ik dan.

“Wil je het hebben?” vroeg Oompie. “Neem maar, ik betaal wel.”

“Het is duur, oom.”

“Als je het mooi vindt.”

null Beeld Werry Crone
Beeld Werry Crone

Oompie kocht haast nooit dingen voor zichzelf. Het enige waar hij geld aan uitgaf, was aan een grote televisie. Hij was een van de eersten met een breedbeeld-tv. Toen ik een keer bij hem kwam logeren, gingen we zijn nieuwe bril ophalen. Ik was blij dat hij zo’n dure bril voor zichzelf had gekocht. Een goudkleurige metalen bril, de glazen glansden als net opgepoetste spiegels. De opticien keek nauwkeurig hoe het montuur op zijn neus stond en achter zijn oren aansloot. De bril werd precies op zijn gezicht afgesteld. De opticien stopte de bril samen met een brilpoetsdoekje in de koker.

Thuis ging de koker met de splinternieuwe bril de kast in.

“Doet u hem niet op, oom?”, vroeg ik.

“Deze is nog goed.”

De oude bril met donkerbruin dik montuur werd aan de zijkant met een stukje tape bijelkaar gehouden.

“De sterkte is beter voor uw ogen.”

“Ach, gaat best. Nu heb ik een reservebril”, zei Oompie.

“U kunt toch beter uw oude bril als reserve houden.”

Oom mompelde iets onverstaanbaars.

“Het is wel zonde, oom.”

“Het is zonde als hij beschadigt.” Het bleef even stil. “Ik zal hem met kerst dragen.”

Met kerst droeg hij inderdaad zijn nieuwe bril, samen met de wollen, Noorse trui, die hij ook eens per jaar uit de kast trok.

Schrijfster Liesbeth Mende (1975) is gescheiden en moet kleiner gaan wonen. Ze schrijft over wat ze tegenkomt bij het opruimen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden