Beeld Loek Buter

Column Renske Jonkman

Die koeien kon hij op zijn buik schrijven

Die winter dat we hier kwamen wonen, stond de stal nog leeg. Ons plan was om tijdelijk, antikraak, in de boerderij te trekken, een jarenzeventighuis met grote hoekige ramen, en te zien of we hier konden aarden. We verhuisden onze spullen vanuit de stad met de paardentrailer naar de West-Friese polder. Van de een op de andere dag stond ik weer met laarzen op mijn geboortegrond van zware klei. De stal werd dat voorjaar aan een boer van een dorp verderop verhuurd.

Elke ochtend kwam hij om zes uur met zijn tractor aanrijden, en elke avond reed hij om zes uur terug. Tachtig koeien had-ie. Ze waren van het Holstein-ras: imposante zwartbonte reuzen, een paar roodbont, met grote donkere ogen die je angstig maar tegelijk nieuwsgierig aankeken zodra je toenadering zocht, maar op het laatste moment bijna altijd geschrokken achteruit deinsden.

’s Avonds als ik in bad lag, hoorde ik door de dunne muur het geluid van de koeien in de stal, het getik van de voerhekken, het gesnuif, het geloei, en soms dacht ik terug aan de geluiden uit de stad, aan het stadsgewoel dat me zo bekend was: de trams, de auto’s, de bussen. De scooters die bij elke zuchtje wind alarm sloegen.

Ons leven kwam in een ander ritme, of misschien namen we het ritme van de dieren en de mensen om ons heen wel over. Steeds vaker zaten we al om zes uur ’s ochtends te ontbijten als de boer met zijn tractor het erf op kwam en hij ons vanuit de verduisterde cockpit groette.

Verse rauwe melk

Na het melken rookte hij een sigaret in de stalopening. Hij huurde deze stal voorlopig zodat hij op zijn eigen erf een nieuwe stal kon bouwen, een moderne met een melkrobot, houtsnippers in de ligboxen en een duurzaam ventilatiesysteem om genoeg frisse lucht door te laten. Zodra zijn stal klaar was, zou hij nog eens honderd koeien kopen in Duitsland. “Daar is de markt goed”, zei hij verlangend.

Ik knikte en luisterde. Wat wist ik nou van koeien? ’s Ochtends stonden ze vaak te loeien en herrie te trappen en moest ik ze een pluk kuilgras geven omdat ze hongerig waren. En ik was dankbaar voor de verse rauwe melk die we elke dag in een kannetje mochten halen. De stad zat nog te diep om te weten waarover hij sprak.

Een paar jaar later zochten we hem nog eens op. Inmiddels hadden wij de boerderij gekocht en zijn stal was klaar, en inderdaad net zo mooi en modern als hij had verteld. Toch stond de stal voor de helft leeg. Waar waren zijn koeien uit Duitsland gebleven?

Het was allemaal voor niets geweest, zei hij, en dat kwam door de fosfaatrechten, waar hij niet aan kon voldoen. De overheid had een peildatum ingesteld – 2 juli 2015 – en met zijn tachtig koeien zat hij meteen aan het plafond van zijn fosfaatuitstoot. Ingewikkeld verhaal, zei hij, maar die koeien kon hij op zijn buik schrijven. Ik bleef bewonderend naar de melkrobot en het ventilatiesysteem van zijn stal kijken, en naar de koeien, die verloren in deze veel te ruime stal rondliepen alsof ook zij nog altijd niet konden geloven dat ze hier met zo weinig in deze luxe villa woonden.

Renske Jonkman schrijft over haar leven op het platteland, tussen boeren en natuurbeschermers.  

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden