null

Uitgezomerd

‘Deze warme zomer had van mij nog veel langer mogen duren’

Beeld Van Santen & Bolleurs

Elke dag zwemmen en opwarmen onder een appelboom: schrijver en Tijdgeest-columnist Merijn de Boer verruilde met zijn gezin de woestijnhitte van Tunesië voor Nederland aan zee. Deze zomer had van hem nog veel langer mogen duren.

Merijn de Boer

Met mijn gezin stond ik in een straat in Haarlem. Een vrouw kwam aanlopen. Ze pufte en hijgde en wapperde zichzelf koelte toe met een folder van een supermarkt.

Recht voor onze neus kwam ze een kennis tegen. We werden getuige van een klagerig gesprek over de hitte.

“… niet te doen tussen die klamme lappen”, ving ik op. En: “Het is zo’n warme bende in m’n bed. Ook zónder vent.” Waarna ze allebei hard lachten en ieder weer huns weegs ging, uiteraard niet zonder een langgerekte ‘doeeiiii!’

Zo ging het afgelopen zomer voortdurend. Waar ik ook kwam, of ik nou in de trein of op een terras meeluisterde naar een gesprek van anderen, of zelf een gesprek voerde: het ging altijd over de warmte. Een vriend vertelde dat hij last had van climate anxiety. Een oud-collega wees naar de bomen op het Rembrandtplein: die hadden al zoveel blad verloren dat het, in weerwil van de hitte, herfst leek.

Over de klimaatverandering maak ik me ook zorgen. Maar ik heb tegelijkertijd juist erg genoten van deze warme zomer. Misschien speelde wel mee dat ik voortdurend besefte dat het in Tunesië, waar we de rest van het jaar wonen, nog tien graden warmer was.

Het regende maar niet

Begin juli waren we de Noord-Afrikaanse woestijn­hitte ontvlucht en in het vliegtuig naar Nederland gestapt. De eerste weken brachten we fietsend en zwemmend door op Schiermonnikoog. Al na een paar dagen ontstond er verwarring bij onze dochter. Ik had haar blijkbaar eens, ietwat kort door de bocht, verteld dat in Tunesië altijd de zon scheen en dat het in Nederland altijd regende. Maar het regende maar niet.

“Dan is het hier dus net als in Tunesië!” riep ze.

Ja, dat klopte eigenlijk wel. Iets koeler, gelukkig.

Toch stond mijn vrouw erop dat we aan het begin van de vakantie een regenjas voor onze dochter gingen kopen. “Maar het regent toch niet?” zei ik.

“Ja, nu niet, maar weet je nog vorig jaar? We móéten een regenjas voor d’r kopen.”

null Beeld Loek Buter
Beeld Loek Buter

Merijn de Boer is schrijver en columnist van Tijdgeest.

Het werd nog een hoop gedoe. Op het eiland was slechts één winkel waar ze kinderregenjassen verkochten. Die waren te groot voor haar en bovendien nogal duur en verbleekt door de zon. Blijkbaar hadden ze al tijden buiten aan het rek gehangen zonder dat iemand ze wilde hebben. De klimaatverandering kon niet op een betere manier inzichtelijk worden gemaakt.

Onze dochter maakte zich ondertussen over iets anders druk. De regenjassen waren er namelijk alleen in geel en oranje, terwijl ze een dwingende voorkeur voor roze had. “Ik wil geen oranje. Dat is al de lievelingskleur van papa.”

Maar er zat niets anders op. We konden niet een zomervakantie in Nederland doorbrengen zonder regenjas, aldus mijn vrouw.

Uiteindelijk was onze dochter toch erg blij met haar verbleekte oranje regenjas. Ze heeft hem alleen de hele zomer niet hoeven aantrekken.

Mist boven de weilanden

Na enkele weken verruilden we de duinen van Schiermonnikoog voor de Kennemerduinen. Net als op het eiland stelden we elkaar iedere ochtend de vraag: ‘Gaan we naar het meer of de zee?’ De fietstocht erheen was al een groot plezier. Meestal waren we al voor acht uur de deur uit, als de mist nog boven de weilanden hing en de dauw aan het gras onze voeten natmaakte.

Terwijl we fietsten, voelden we het langzaam warm worden. Als we bij het water aankwamen, was het nog rustig. De kinderen speelden in het zand, mijn vrouw wandelde rond met de slapende baby in de draagzak en ik kon zowaar soms een goed boek lezen: Naar Lillehammer van Vonne van der Meer, over een peuter en een warme zomer.

Om ons heen werd het in de loop van de ochtend steeds drukker. Op het zand verschenen tientallen felgekleurde schepjes en emmertjes en gietertjes. Terwijl nog steeds mensen aankwamen, gingen wij er juist vandoor. We pakten onze spullen en fietsten naar huis, eerst door de duinen en daarna de koelte van het bos, terwijl de kinderen met knikkende hoofdjes in slaap vielen in de bakfiets.

We vertraagden ons tempo en maakten een omweg zodat ze langer konden slapen. ’s Middags zaten we onder de appelboom of we gingen opnieuw naar het water.

Het nieuwe schooljaar begon

Wat ik het fijnste vond aan afgelopen zomer, was dat het iedere dag warm genoeg was om te zwemmen. En dat je daarna niet in de zon hoefde te verbranden om op te warmen. In de schaduw was het warm genoeg.

Ik kan niet anders zeggen dan dat ik heb genoten van de hitte. Deze warme zomer had van mij nog veel langer mogen duren.

Maar het nieuwe schooljaar begon. We moesten terug naar Tunesië.

Een taxichauffeur bracht ons van het vliegveld naar huis. We vroegen hoe warm het afgelopen weken in Tunesië was geweest.

“Héél warm. Veel te warm.” Hij begon, precies als alle Nederlanders afgelopen zomer, te klagen dat hij wekenlang slecht had geslapen. “Maar nu is het heerlijk”, zei hij, “zo’n 35 graden.”

Lees ook:

Bij Wim Boevink slaat de zomerzatheid toe: De markt is een kokend ravijn

Zolderbewoner en voormalig Trouw-columnist Wim Boevink is de zon zat.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden