De staat van het land

Deze twee onderzoekers meten al tien jaar hoe het de ontevreden Nederlander vergaat

Beeld Claudie de Cleen

Sinds de onverwachte revolte van ontevreden burgers rond de opkomst en dood van politicus Pim Fortuyn, houden Josje den Ridder en Paul Dekker voortdurend de thermometer vast. Maar Nederland blijkt een stabiele patiënt.

De geknakte grassprieten van het Haagse Malieveld smachten naar rust en herstel. Ze zijn weggereden door boerentractors. Overweldigd door bouwmachines met onuitsprekelijke namen. Platgelopen door de mephisto’s uit het onderwijs die de hakken in de mat zetten als protest tegen de werkdruk. Gelukkig weken de crocs uit de gezondheidszorg uit naar een andere locatie. Maar het was nog nooit zo vol op het Malieveld als in dit laatste jaar van het decennium.

Maar tekent die slechte grasmat ook de algehele sfeer in het land? Josje den Ridder en Paul Dekker van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) meten voortdurend de stemming in het land en brengen daarvan per kwartaal verslag uit in een nieuwe aflevering van wat nogal ambtelijk ‘Burgerperspectieven’ heet, maar in feite een patiëntenverslag is. Hoe gáát het met Nederland, is steeds de vraag, of beter, hoe gaat het met de Nederlanders? Zij geven telkens het antwoord, al is dat vaak teleurstellend, tenminste: voor journalisten. Want meestal gaat het namelijk best goed.

Paul Dekker noemt zichzelf de ‘vader’ van het project, want hij volgt de toestand van het land al sinds 2008. Josje den Ridder houdt sinds 2010 de vinger aan de pols. “Na de opkomst van Pim Fortuyn en zijn tragische dood op het Mediapark, vroegen politici en de ambtenaren op de departementen wat hen in vredesnaam was overkomen”, zegt Dekker. “Iedereen was altijd zo tevreden in Nederland, en binnen een paar maanden was er een halve revolutie gaande. Waarom hebben we die niet zien aankomen?” Het antwoord was betrekkelijk simpel: omdat de stemming in het land amper werd onderzocht.

Daarin kwam in 2008 verandering, nadat was besloten de samenleving in het vervolg aan de monitor te leggen, en Dekker zijn eerste verslag uitbracht. Sindsdien gaan er met grote regelmaat vragenlijsten uit, zijn er ‘focusgroepen’ van burgers met wie onderzoekers dieper op de meningen en gevoelens ingaan, en na een half jaar wordt een geselecteerde groep nog eens teruggebeld, vaak door Dekker en Den Ridder persoonlijk, met de vraag hoe ze er nu instaan. “Je hebt dan letterlijk de samenleving aan de lijn”, lacht Dekker.

Herhaling is de waarde

Vaak komen in de vragen dezelfde thema’s aan bod die leven bij ontevreden groepen, zegt Den Ridder. “De herhaling is de waarde, en zo signaleren we de opkomende zorgen, voordat ze in de krant staan. Niet elk kwartaal, maar door de jaren heen ontstaan ook nieuwe onderwerpen. ‘Klimaat’ kwam je tien jaar geleden nog echt niet tegen. Nu domineert het.”

Maar eerst een terugblik. Hoe is het Nederland de afgelopen tien jaar vergaan, door de ogen van Den Ridder en Dekker? Puur economisch gezien gaat het natuurlijk goed met Nederland en zijn inwoners. Met een lage werkloosheid na een enorme crisis is het land terug op het niveau van tien jaar geleden. Wie nóg verder terugkijkt, ziet dat de levensverwachting hoger is, alsook het opleidingsniveau, de arbeidsparticipatie en de kwaliteit van woningen. We gaan vaker met vakantie en de criminaliteit daalt.

Gemiddeld genomen dus alle reden om gelukkig te zijn, en dat zijn we ook, zegt Den Ridder. “Negen op de tien volwassenen is tevreden met het eigen leven dat we gemiddeld een 7,8 geven.” En ook als we onszelf vergelijken met de buren, is het gras daar niet groener. Nederland behoort al jaren tot de gelukkigste landen ter wereld. Maar mét een platgetreden Malieveld. Dat kan ook naast elkaar bestaan.

De teneur over de laatste tien jaar is in één zin samen te vatten, zegt Den Ridder. “Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht. Ondanks het eigen welbevinden, leven er zorgen over de samenleving, en indirect over de eigen toekomst als daarin geen verbetering optreedt.” Als het om die zorgen gaat, tekent zich ook de tweedeling af die in Nederland vaak zichtbaar wordt, samengevat: tussen hoog- en laagopgeleid. De laatste groep maakt zich de meeste zorgen. Die tegenstelling is ook in te vullen met ‘kansrijk en kansarm’, of ‘rijk en arm’, of ‘gezond en ziek’, en soms door ‘oud en jong’. De hoogopgeleiden maken dankbaar gebruik van de kansen die de techniek en globalisering bieden, terwijl de middengroepen en lager opgeleiden er alles aan moeten doen om sociale daling te voorkomen.

Laagopgeleiden maken zich zorgen

Gemiddeld de helft van de Nederlanders maakt zich zorgen om de toekomst van Nederland. Maar het zijn volgens Den Ridder en Dekker veel vaker de laagopgeleiden, en dan met name de laagopgeleide ouderen die net met pensioen zijn, die zich meer druk maken dan de anderen. Den Ridder: “Hun zorgen gaan in eerste instantie over een samenleving die de verkeerde kant opgaat. Ze hebben het dan over de verhuftering, de ik-cultuur en het verdwijnen van de gemeenschapszin. Nederland is Nederland niet meer, door de migratie en het verdwijnen van Zwarte Piet.” Daarnaast komt volgens haar de klacht over de politiek steeds terug, die ‘incompetent’ is, ‘niet daadkrachtig genoeg’, en ‘gewone mensen in de kou laat staan’. Hoe moet dat straks als ze echt oud en kwetsbaar zijn?

“En dan is er nog het sterke gevoel van onrechtvaardigheid”, zegt Dekker, “dat over tien jaar tijd weliswaar nagenoeg constant is, maar steeds met andere thema’s wordt ingevuld. Die morele verontwaardiging is enorm. De ene keer is het onrechtvaardig dat geld naar de Grieken gaat en niet naar de Nederlanders in de problemen, de andere keer dat schaarse woningen naar asielzoekers gaan, of dat de zorg onbetaalbaar wordt voor mensen met een kleine beurs. In het jaar waarin de bonussen voor grootverdieners in het nieuws kwamen, spraken veel ondervraagden schande over de ‘graaiers’.”

Crisis ontkend

De constante lijn van tevredenheid over het eigen leven is ook letterlijk terug te zien in elke grafiek die over dit decennium is gemaakt. Hij loopt nagenoeg horizontaal, met een kleine dip tijdens de economische crisis in 2013, betrekkelijk laat overigens, omdat de crisis al vijf jaar eerder begon. “Wij Nederlanders zijn ons pas laat zorgen gaan maken”, zegt Dekker, “en hebben de crisis ontkend met de gedachte dat het wel eens goed is het wat minder te hebben. Dan eten we geen gebak, maar een gevulde koek, was de gedachte. Of we gaan niet met vakantie, maar spelen Scrabble. Pas in 2013 daalde opeens het vertrouwen, maar dat herstelde in 2014 al weer. Vooral in de Zuid-Europese landen ging die crisis veel dieper.”

Afgelopen decennium waren er nog twee andere crises, de vluchtelingencrisis in 2017 en de beginnende klimaatcrisis van dit jaar, maar die hadden weinig effect op de stabiele persoonlijke gelukslijn in de grafieken. Maar ze zijn volgens Dekker wel terug te vinden in de termen die door Nederlanders in de SCP-onderzoeken worden gebruikt als zij het over hun zorgen over de Nederlandse samenleving hebben.

Hij heeft ze voor een aantal jaren op een rij gezet. In 2014 (in de slotfase van de crisis) kwam het woord ‘werkloosheid’ op, dat in 2017 weer was verdwenen. Dat jaar gaat het voornamelijk over ‘vluchtelingen’ en ‘armoede’. De termen ‘sociale voorzieningen’, ‘gezondheidzorg’ en ‘onderwijs’ zijn door de jaren heen stabiel. De kans dat iemand ‘Geert Wilders’ als maatschappelijk probleem noemde, was het grootst in het eerste kwartaal van 2008, het woord ‘populisme’ heerste in 2017 met daarna ‘veiligheid’ (na de aanslagen in Parijs en Brussel). Nog niet onderzocht, maar het lijstje van de populairste woorden van 2019 van de Dikke van Dale laat wel zien waar Nederlanders zich nu druk om maken. De helft van de negentien favorieten heeft een link met het milieu of het klimaat. ‘Luchtvluchteling’ en ‘klimaatdrammer’ moesten het woord ‘boomer’ (oudere conservatief) nog voor laten gaan, maar de stemming is duidelijk.

Klimaatcrisis

Of die klimaatcrisis de tevredenheid over het eigen leven gaat beïnvloeden, is nog onduidelijk. Maar Den Ridder en Dekker zien in hun nieuwste verslag dat morgen uitkomt, al zorgen en morele verontwaardiging ontstaan over de stikstofcrisis en klimaatmaatregelen die vooral voor de laagstbetaalden een financieel probleem dreigen te worden. Waarvan moeten zij de woningisolatie en de elektrische auto betalen? Terwijl een geheel andere groep, de hoger opgeleiden, zich juist druk maakt over de werkelijke klimaatverandering.

Daarbij worden steeds grotere woorden gebruikt, ziet Dekker. Burgers worden daarin gevoed door het populisme in de politiek en de communicatie op social media. “Je moet tegenwoordig vooral woorden als ‘onacceptabel’ en ‘verbijsterend’ gebruiken om te worden gehoord.”

Misschien komen de klimaatdemonstranten van beide kanten elkaar dit jaar tegen op dat platgetreden Malieveld, of staan ze daar afzonderlijk van elkaar te demonstreren. Dat blijft toch een vreemd gegeven: een zo tevreden land, waarin steeds vaker wordt gedemonstreerd. Den Ridder heeft daar wel een antwoord op: “De bereidheid om te demonstreren, heeft niet alleen met ontevredenheid te maken. Sterker nog: iemand die het heel moeilijk heeft, zal niet zo snel de straat opgaan, die is druk met zijn eigen situatie.” Wat hier veel eerder speelt, zegt ze, is dat juist het nu economisch beter gaat met Nederland, bepaalde verwachtingen als investeringen en loonsverhogingen niet worden ingelost. “En vergeet niet dat demonstreren óók kopieergedrag kan zijn. Kijk naar de gele hesjes die uit Frankrijk overwaaiden, de boerenprotesten, het scholierenprotest tegen de klimaatverandering. Het kan op de flanken aardig te keer gaan, maar dat zegt weinig over het tevreden midden.”

Erfenis van Fortuyn

Het onderzoek naar ‘de staat van het land’ door Den Ridder en Dekker, is als een erfenis van Fortuyn te zien. Door de schokgolf die hij teweegbracht, wordt de onvrede én de tevredenheid in het land nauwlettend gevolgd. Wat de vraag doet opkomen: staat er eigenlijk een nieuwe Fortuyn in de startblokken? “Het antwoord daarop is niet alleen te beantwoorden met de stemming in het land”, zegt Dekker. “De voedingsbodem voor zo’n partij bestaat uit zo’n 15 tot 20 procent van de kiesgerechtigden, omgerekend maximaal 30 zetels. Als de mensen die zich ‘ongehoord’ voelen, allemaal op één partij stemmen, heb je misschien een nieuwe Fortuyn. Maar doen ze dat?”

Vooralsnog wordt dat kiezerspotentieel verdeeld onder Thierry Baudet en Geert Wilders. Een opkomende boerenpartij maakt de concurrentie in het nieuwe decennium alleen maar heviger.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden