LevenslessenSteven Laureys

Deze neuroloog deed baanbrekend onderzoek naar comapatiënten. ‘Ik zwem vaak tegen de stroom in’

Beeld Sander de Wilde

De Vlaamse neuroloog Steven Laureys (51) deed baanbrekend onderzoek naar het bewustzijn van comapatiënten. Meditatie hielp hem persoonlijke problemen op te lossen. Hij raadt het iedereen aan. Nu wil hij het nut en de effecten ervan wetenschappelijk aantonen. 

1 Niet voorbestemming, maar motivatie is bepalend

“Ik ben opgegroeid als brave, katholieke boerenzoon. Mijn vader behoorde tot de elfde generatie druiventelers en arbeiders in Hoeilaart, onder Brussel. Mijn ouders waren geen intellectuelen, maar wel verstandige mensen. Op de school zei de meester: ‘Ja, mannekes, niemand van jullie gaat universiteit doen.’ Vreselijk. Ik geloof niet in voorbestemming, maar in motivatie. Dat gold gelukkig ook voor mijn ouders. Altijd als we langs ijzergieterij Desbeck in Hoeilaart reden, zei mijn vader: ‘Als je je best niet doet, kom je hier terecht.’

Ik ben op 24 december geboren, kerstavond. Een moment waarop er weinig artsen waren in het ziekenhuis. Mijn moeder heeft tijdens de bevalling veel bloed verloren en het ternauwernood overleefd. Ik herinner me dat ze mij als kind altijd zei: ‘Jij bent er dankzij de geneeskunde, dus jij wordt dokter.’ Uiteindelijk was het mijn eigen keuze om geneeskunde te studeren. Maar het past bij waar ik vandaan kom: als arts doe je iets en zie je daar ook het resultaat van. Je kunt naar de maan kijken en er poëzie over schrijven, of je kunt een raket bouwen en erheen vliegen. Dat laatste probeer ik te doen om zo het universum van het menselijk bewustzijn beter in kaart te brengen.

Steven Laureys (Leuven, 1968) studeerde geneeskunde in Brussel en specialiseerde zich tot neuroloog. Hij promoveerde in het Academisch ziekenhuis van Luik, waar hij leiding geeft aan de Coma Science Group en het Brain Center van het GIGA Consciousness onderzoekscentrum. Sinds 2000 is hij bovendien hoogleraar neurologie. Laureys werd voor zijn onderzoek onderscheiden met internationale prijzen. In 2015 schreef hij ‘Ons briljante brein’ en vorig jaar verscheen van zijn hand ‘Het no-nonsense meditatieboek’ (Borgerhoff & Lamberigts,€ 22,99). Laureys heeft een dochter (20) en twee zoons (18 en 14) uit zijn eerste huwelijk. Met zijn huidige vrouw heeft hij een zoon (2) en binnenkort verwachten ze een dochter.

Ik was de eerste in de familie die ging studeren. Het was voor mij niet moeilijk om verder te komen dan mijn ouders. Voor mijn kinderen is dat lastiger. Ik vind dat ouders nu te veel bezig zijn met controleren of hun kinderen wel genoeg studeren. Ik probeer mijn kinderen te leren dat je bergen kunt verzetten als je zelf iets beslist.”

2 De waarheid van vandaag is niet die van morgen

“Als kind heb ik veel gebeden. Ik ging naar een rooms-katholiek college. Ik geloofde echt in God. Tot ik me grote levensvragen ging stellen en in debat ging met de godsdienstleraar en de pastoor. Ik miste een kritische geest en nieuwsgierigheid bij hen om echte antwoorden te zoeken.

Ik ging heel bewust aan de Vrije Universiteit in Brussel studeren. Die staat hier in België – anders dan die bij jullie in Nederland – voor adogmatisch en atheïstisch. Ik wilde wetenschappelijke antwoorden op mijn vragen. Over het brein is onze onwetendheid het grootst, dus koos ik neurologie. Na mijn promotie deed ik onderzoek naar het bewustzijn van comapatiënten. De waarheid van de jaren negentig was: comapatiënten ervaren niks. Men keek heel zwart-wit naar bewustzijn en enkel naar het motorische. We bleken als wetenschappers met comapatiënten dezelfde fout te hebben gemaakt als we eerder maakten bij pasgeborenen en dieren: vanuit onze arrogante, antropocentrische, mannelijke blik gingen we ervan uit dat die geen bewustzijn hadden en dus niets voelden.

Ik zoek de controverse niet bewust op, maar als wetenschapper heb ik vaak tegen de stroom in gezwommen. Eerst met de ontdekking van minimaal bewustzijn, later bij onderzoeken naar hypnose en bijna-doodervaringen. Dat iets geen evidente materie is, is geen reden om er geen onderzoek naar te doen. De waarheid van vandaag is niet die van morgen. Wetenschap vereist een kritische geest, maar ik ben vaak op dogma’s gebotst.

De hang naar kennis en feiten zit diep bij mij, maar de laatste jaren merk ik bij mezelf toch weer de behoefte aan spiritualiteit, aan de subjectieve ervaring; voor wetenschappers is dat bijna een scheldwoord. Artsen spreken vaak van alternatieve geneeskunde, maar er is maar één geneeskunde, en dat is geneeskunde die helpt. Mensen worden nu vaak naar charlatans geduwd omdat de traditionele geneeskunde te weinig aandacht heeft voor het psychosociale aspect. Kijk, je gaat kanker niet genezen met meditatie, maar je kunt kankerpatiënten wel serieus helpen met hun mentale welzijn.”

3 Je hoeft geen boeddhist te worden

“Mijn eerste ontmoeting met Matthieu Ricard, moleculair bioloog en boeddhistisch monnik, was op een TEDx-evenement in Parijs. Hij vroeg hoe het met me ging en ik antwoordde eerlijk: ‘Niet zo goed eigenlijk.’ Ik was een jaar eerder plotsklaps verlaten door mijn vrouw, kwam terecht in een scheidingsprocedure en werd alleenstaande vader met drie kinderen. Ik zat in de put en greep naar sigaretten en drank. Ik nam zelfs even antidepressiva en slaappillen; ik was bepaald geen inspiratie voor de kinderen. Matthieu nodigde me uit om in retraite te gaan.

Ik was altijd sceptisch over meditatie en mindfulness, ik zag het als hype. Al die gewaden waren niks voor mij, maar ik merkte wel dat de workshops effect op mij hadden. Ik leerde dat meditatie niet zweverig is, of ‘aan niets denken’. Het is hersensport, je traint je hersenen in ‘bewust zijn’. Mindfulness is leren ankeren in het moment. Ik kwam tot het inzicht dat je rustiger wordt als je dat negatieve stemmetje in je hoofd kunt observeren in plaats van eronder gebukt te gaan. Bovendien waren er topwetenschappers aanwezig op die retraite, die lezingen gaven over hun onderzoek naar meditatie.

Ik blijf een wetenschapper, dus ik wilde weten wat er in ons hoofd gebeurt als we mediteren. Ik vroeg Matthieu of hij proefkonijn wilde zijn in onze hersenscanners. We stelden vast dat zijn hersenschors (grijze stof) en hersenconnecties (witte stof) uitzonderlijk sterk ontwikkeld waren. We deden ook een test met hem die we normaal bij comapatiënten doen om in te schatten of er bewustzijn is. Met een magneet proberen we de hersenactiviteit te sturen en te verstoren. Matthieu kon de uitslag van die test in verschillende richtingen manipuleren door te mediteren, dat was nooit eerder gezien.

Beeld Sander de Wilde

Met mijn boek over meditatie hoop ik te laten zien dat je geen boeddhistische monnik hoeft te worden om van de effecten van meditatie en mindfulness te profiteren. Het lukt mij lang niet elke dag om te mediteren, en dat is oké. Soms is het een zegen om vertraging te hebben op een vliegveld, dan word ik gedwongen om even niets doen en kan ik mediteren.”

4 Kinderen zijn een moreel kompas

“Binnenkort verwachten mijn vrouw en ik een dochter, mijn vijfde kind. Dat is de laatste, hoor. Vroeger riep ik dat ik er zes wilde, maar dan begin je met één, dan komt er een tweede, bij drie is het chaos. Ik heb het geluk dat mijn huidige vrouw een beetje jonger is; met onze peuter en de aanstaande baby beleef ik twee levens voor de prijs van één.

Mijn zoon Louis van twee is een echte zenmeester. Hij is mindful bij alles wat hij doet. Als hij steentjes verzamelt, in de zandbak zit. Jonge kinderen leren je veel door wat ze doen, tieners confronteren je. Soms is dat vermoeiend, maar het is ook zeer inspirerend.

Beeld Sander de Wilde

Ik was in november met mijn oudste zoon in New York om de marathon te lopen. Door tijdgebrek had ik natuurlijk veel te weinig getraind en we hadden een discussie: hij vindt dat ik te veel werk. Hij herinnerde me eraan dat toen hij een studiekeuze moest maken, ik zei dat hij iets moest kiezen waarbij je ’s avonds als je in slaap valt, trots bent op wat je die dag hebt gedaan. Wat ik bedoelde was: word geen bankier of advocaat. Hij had dat advies letterlijk opgevat: hij wil een betere wereld en studeert daarom politicologie. Hij is degene die ons laat nadenken thuis. Hij was ook de eerste vegetariër in de familie.”

5 Twijfel verlamt

“Als arts-onderzoeker verenig je twee functies. Op de intensive care moet je besluiten nemen, daar kun je niet blijven filosoferen. Als wetenschapper moet je juist permanent alles bevragen. Die neiging heb ik nogal in het dagelijks leven, als we uit eten gaan, bij het kopen van een huis. Dan zegt mijn vrouw: l’analyse paralyse – door te analyseren kun je jezelf ook verlammen – beslis nu gewoon. En ze heeft gelijk.”

6 In onze maatschappij moet je met stress leren omgaan

“Twee van mijn collega’s hebben zo’n tien jaar geleden zelfmoord gepleegd door te hoog opgelopen stress. Destijds schudde mij dat niet wakker. Ik dacht gewoon: shit, ik wist niet dat het zo slecht met ze ging. Met de kennis van nu denk ik: we moeten jonge mensen al tijdens hun opleiding leren om te gaan met stress én hun leren zich te uiten als ze het moeilijk hebben. We weten al zo lang dat zorgverleners een hogere kans hebben op een burn-out, maar we staan erbij en kijken ernaar. In ons vakgebied wordt openheid als zwakte gezien, dat je ‘er niet tegen kunt’.

We hebben allemaal banen die ons stress bezorgen. Waarom leren we niet om zorg te dragen voor onszelf? Het onderzoek naar meditatie staat nog in de kinderschoenen, maar we zien gunstige effecten op de mentale gezondheid en op cognitieve prestaties. Mindfulness kan mensen wapenen tegen de druk en stress in onze kapitalistische maatschappij. Het maakt je weerbaarder én mondiger.”

7 Wacht niet tot je pensioen

“Mijn vader heeft zijn hele leven hard gewerkt en net voor hij met pensioen kon, diagnosticeerde ik zijn asbestkanker. Ik keek in zijn ogen en zag een neurologisch teken, het syndroom van Horner, dat zeer waarschijnlijk op longtopkanker duidde. Dan weet je dat je hem gaat verliezen. Ik was aan het werk op het moment dat hij stierf, daar heb ik het nu nog moeilijk mee.

Op de intensive care sterven elke dag mensen, er zijn veel emoties. Dan kom ik soms leeg thuis. Een geloof kan mensen troost bieden, dat zie ik ook in het ziekenhuis, maar als harde wetenschapper geloof ik niet in leven na de dood. Dat heb ik ook in de kerk gezegd op zijn begrafenis: ik ga je nooit meer zien. Ik heb aanvaard dat ik zal doodgaan op een dag en dat er dan niks is, maar dat maakt het leven niet zinlozer. Het is eerder een opdracht om er nu iets van te maken.”

Beeld Sander de Wilde

8 Soms moet je je kans grijpen

“Ik kreeg de Francqui-prijs (de belangrijkste Belgische wetenschapsprijs, MdV) uitgereikt door de koning en vroeg hem ‘Sire, bent u orgaandonor?’ Als boerenzoon krijg je niet zo vaak de kans om zo’n situatie uit te buiten. Er sterven in België elk jaar honderd patiënten die op de wachtlijst staan. Dus zo’n kans moet je grijpen. Nee, de koning heeft niet geantwoord op mijn vraag. Nog niet. Maar de dalai lama wel! Hij draaide er eerst omheen. Maar uiteindelijk zei hij: ja, ze mogen mijn organen hebben. Dat is belangrijk voor andere boeddhisten, want dat is voor hen helemaal niet evident.

Ik wil niemand verplichten tot donatie, maar ik houd het logisch denken van mensen graag in stand: wat zouden ze zelf willen als ze zelf ziek worden en een orgaan nodig hebben? En wat als jij hersendood in een bed ligt? We moeten durven nadenken over zingeving. Ofwel je gaat voor de wormen, of je wordt verbrand, óf je gaat voor het enige wetenschappelijk bewezen leven na de dood: orgaandonatie.”

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden