Klein Verslag Wim Boevink

Deze foto van de brandende Notre-Dame lijkt te mooi om waar te zijn

Gisteren verscheen bij de Franse uitgeverij Grasset het boek ‘La Nuit de Notre-Dame, par ceux qui l’ont sauvée’. De Nacht van de Notre-Dame. Een boek over haar redders en de risico’s die ze namen: de brandweer van Parijs.

Vorig week publiceerde Le Figaro er delen uit in zijn magazine. Bij de verslagen en getuigenissen drukte de krant ook een paar foto’s af, waaronder de foto die bij dit verslag staat.

Ik lees de Figaro niet. De foto kwam tot mij via Twitter, waar hij was geplaatst door een mij onbekende Britse journalist die de Figaro kennelijk wel leest.

Het beeld was adembenemend, de informatie summier. Ik kon er op Twitter alleen bij vermelden dat de foto niet eerder was gepubliceerd en was gemaakt kort voor het instorten van het dak en dat er op het altaar en het middenschip een regen van gloeiend lood neerdaalde.

Mijn fascinatie voor het beeld werd, zo bleek na enige uren, door duizenden gedeeld, maar er was ook ongeloof. Ongeloof over de echtheid van de foto.

Hoe weten we dat het echt is, vroeg iemand. En ik antwoordde, met in het achterhoofd dat mijn enige bron toen die Britse journalist was: “We weten niks”.

De gedachte dat het om een montage zou kunnen gaan, was niet in me opgekomen, zo verbluft was ik over de dramatische schoonheid van de opname, waarin zoveel leek samen te komen: de ingreep uit de hemel, de nietigheid van de mens, het vergankelijke van het schone en sacrale.

Dit was een godshuis, en wat voor een: het droeg de ziel van een hele natie, nee, meer dan dat, van een internationale gemeenschap, van al diegenen die Parijs in hun hart hadden gesloten.

Iets ervan trilde door in de algemene bewondering voor het beeld.

“Wondermooi!”

“Je zou er gelovig van worden.”

“Van een pijnlijk soort schoonheid.”

“Bijna mystiek, ware het niet zo triest.”

“Prachtige foto van een naderend drama.”

“Wat een foto! Het is net Pinksteren!”

“Dit is de Heilige Geest die neerdaalt op aarde. Het wonder is geschied.”

Maar hoe zat het met dat ongeloof?

“Ik weet het niet hoor... Wel vreemd dat de kroonluchters aan zijn, eerst dat een brandweer doet bij brand is elektriciteit afsluiten.”

“Sorry, maar met de beste wil van de wereld, dit geloof ik niet. Het ridiculiseert een serieuze aangelegenheid, ik zou me er verre van houden.”

“Deze foto is haast te mooi. Je zou op zijn minst verwachten dat de elektriciteit uitgeschakeld zou zijn.”

“Waarbij ik me afvraag: hoe is het dan met de fotograaf afgelopen? En waarom is zo’n imposante foto niet eerder gepubliceerd?”

Ik kon de wantrouwenden, de ongelovigen, ook goed volgen. En toch is de foto echt, ik vermoed door een brandweerman genomen vanuit de ingang van de kerk, toen nog koortsachtig werd overlegd over wat gered kon worden. Maar het beeld roept emoties op, niet veel anders dan die in Hoogmade. Iets wat balans brengt, een zwaartepunt, raakt verloren. Ook niet-gelovigen voelen de dreigende leegte.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden