De 9-jarige Roman is een topturner én de zoon van documentairemaker Esther Pardijs.

Tv-column Maaike Bos

Deze film over jonge topturners gaat over veel meer

Onbedaarlijk snikkend gaat Roman (9) naar zijn dagelijkse turntraining. Hij wilde nog langer bij het verjaardagsfeestje zijn, maar kreeg van de trainer maar een uurtje. De dromerige krullenbol Roman doet aan topsport. Hij heeft nu eenmaal een groot talent, liet de documentaire ‘Turn!’ (KRO-NCRV) maandag zien, en moet daarvoor offers brengen. Vanzelfsprekend is dat niet, maar de film gaat erover dat het door die pushende ouders wél vanzelfsprekend lijkt. En dat we het daar over moeten hebben.

Hoe ver moet je gaan om de talenten van je kind te ontwikkelen? Filmmaker Esther Pardijs kruipt onder de huid van de prestatiegerichte trainers en ouders, zichzelf incluis, want Roman is haar zoon. Haar nietsontziende aanpak leverde een Gouden Kalfnominatie op. Helaas zit ze zo in de tunnel van topsport dat ze in de film noch de nagesprekken aanstipt dat dit verhaal eigenlijk over onze prestatiesamenleving als geheel gaat.

Verwachtingsvolle volwassenen

Roman traint samen met zijn vriendje Wytze vijftien uur per week om de Nederlandse kampioenschappen te halen. Elke dag na school naar die hal. Elke avond om half acht moe thuis. “Dit was echt niks, sukkel”, blaft trainer Arjen hem af.

Hoewel Roman op bed zachtjes zegt dat hij misschien wil stoppen met turnen – “Ik vind het gewoon zelf niet per se heel leuk meer” – zit hij toch met zijn ouders bij de trainers om te bespreken of hij vier of vijf keer per week gaat trainen. “Je mag het zelf bepalen, echt.” Vier verwachtingsvolle volwassenen om hem heen, en die vraag loodzwaar boven zijn hoofd.

De ouders willen voor hun investering in die topsport ook resultaten terugzien, verwoordt Wytze’s fanatieke vader Oscar het hardop. Simpel, dat wordt dus het maximale bij de meesten. “We moeten wel even schuiven”, zegt de vader van een ander jongetje. “Op woensdag heeft hij hockeytraining en op maandag nog pianoles.”

Hockey?! Ook nog? Bbelachelijk, klinkt het bij ons op de bank in tweevoud. “Kindermishandeling”, fulmineert man T. als Arjen de zieke Yannick toch dwingt te trainen. En als Roman na acht maanden wedstrijdvoorbereiding niet één sessie mag overslaan om naar een lasergame-kinderfeestje te kunnen.

Wytze traint keihard, Roman zit inmiddels thuis met een blessure.

In de topsport zal die houding nodig zijn, maar van alle turnende kinderen in Nederland wordt hooguit eentje de nieuwe Epke. Alle anderen zitten met hun ouders in ‘een draaikolk van trots, jaloezie en competitiedrang’, geeft Pardijs eerlijk toe.

‘Het leven is geen wedstrijd’

Daar gaat de film in brede zin over natuurlijk. In extremo vertelt die het verhaal van alle ouders, die in hun hart hopen dat hun kind talent heeft en ergens goed in wil worden. De vraag is: wil zo’n kind het zelf, of wil zo’n kind vooral aan de maatstaf van de volwassenen voldoen? Wat leer je het dan? Authentiek zijn en je eigen richting leren volgen is in deze tijd minstens zo belangrijk.

Maar ja, da’s makkelijker gezegd dan gedaan. ‘Het leven is geen wedstrijd’, zeg ik thuis vaak. En toch slaat de twijfel toe. Wat als alle anderen het wél als wedstrijd zien, en mijn kinderen niet leren strijden?

Als Roman aan het eind van de film blessureleed heeft en niet traint, vraagt Pardijs zich af of de verliezer niet stiekem ook een winnaar is. Hij geniet intens, nu hij eindelijk kan rondstruinen. Dat zegt meer dan genoeg.

Vier keer per week schrijven Renate van der Bas en Maaike Bos columns over televisie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden