Sofie Lakmaker

De zintuigen vanSofie Lakmaker

Debutant Sofie Lakmaker: ‘Het is soms ingewikkeld om je mannelijk te voelen, terwijl je jezelf ook als feminist beschouwt’

Sofie LakmakerBeeld Patrick Post

Sofie Lakmaker (26) is schrijver en columnist. Vandaag verschijnt haar debuutroman De geschiedenis van mijn seksualiteit, waarin ze haar liefdesleven en de eenzame worsteling met haar gender beschrijft. ‘Het zou mooi zijn als het palet aan smaken ­tussen man en vrouw zichtbaarder wordt in de maatschappij.’

ZIEN - Uiterlijk is een interne aangelegenheid

“Eigenlijk wilde ik altijd profvoetballer worden. Tot mijn zeventiende, toen heb ik die ambitie opgegeven. Ik dacht: dit is mislukt, dus ik moet zorgen dat ik heel goed word in iets anders. Er ontstond een nieuw doel: een aantrekkelijke vrouw worden. Binnen een jaar veranderde ik van een jongensachtig meisje met een weinig uitgesproken uiterlijk in iemand met make-up en gesteild haar. Dat haar werd een obsessie, een dwangneurose. Als het vochtig weer is, gaat gesteild haar namelijk krullen – en het weer is hier altijd vochtig.

Lange tijd dacht ik: als ik een boek schrijf over mezelf, moet er wel een centrale rol weggelegd zijn voor dat kapsel. Zoiets lijkt futiel, maar alle verkramping rondom mijn gender leek daarin besloten te liggen. Toch is het me niet gelukt om dat goed op papier te zetten. Misschien ben ik als schrijver nog niet ontwikkeld genoeg om zoiets subtiels te verwoorden. Daarom begint het verhaal nu met mijn ontmaagding. In zekere zin geldt daar hetzelfde voor als voor mijn kapsel: voor velen iets boeiends en vrolijks, ik vond het tamelijk afschuwelijk.

Door veel met voetbal bezig te zijn, heb ik mezelf lang weggehouden van bepaalde sociale en intieme vraagstukken. De vraag of ik op meisjes viel, stelde ik mezelf überhaupt niet. Bovendien zat ik in Amsterdam Oud-Zuid op school, op een categoraal gymnasium waar iedereen wit, rijk, verwaand en hetero was. Die uniformiteit heeft niet echt bijgedragen aan een meer open blik op mezelf. Als je iets niet ziet, kun je je ook niet voorstellen dat je het zelf bent. Wat mij betreft had het al gescheeld als er in een film eens een lesbienne werd doodgereden, ofzo. Dat is weliswaar geen geweldig rolmodel, maar beter dan totale onzichtbaarheid.

Sofie Lakmaker Beeld Patrick Post
Sofie LakmakerBeeld Patrick Post

Met mijn obsessie om een ‘knappe vrouw’ te worden ben ik uiteindelijk voorbijgegaan aan het feit dat uiterlijk in de kern een interne aangelegenheid is. De visie die wordt verkondigd in Nike-reclames, dat met de juiste instelling alles kan, is toch vooral nuttig in sport. Daarbuiten word je er vrij ongelukkig van. Hoe blonder en dunner ik werd, hoe meer ik het gevoel kreeg te stikken.

Die totale hang naar controle werkte benauwend. Als ik met mijn eerste vriendinnetje naar bed ging, kon ik me vaak niet eens op de seks concentreren, omdat ik alleen maar bezig was met mijn haar. Terwijl zij juist zei: ‘Ik vind je mooier met gekruld haar’. Net zoals ze het mooi vond dat mijn bovenbenen gespierd zijn. Ze heeft me enorm geholpen met dat soort simpele opmerkingen. Het waren signalen dat ik die obsessie met mijn ­uiterlijk kon loslaten. Het gaf zuurstof.”

VOELEN - Mijn hart ligt bij de lesbiennes

“Op mijn twintigste liet ik mijn haar afknippen. Doodeng, maar ik voelde dat het moest. Vermoedelijk was ik vooral bang voor de onzichtbaarheid die van oudsher aan lesbiennes kleeft: mocht ik een ‘duidelijk’ lesbisch uiterlijk krijgen, dan zou er langzaam maar zeker niemand zijn die me nog een blik waardig gunde.

Ik gebruik het woord lesbienne bewust vaak in mijn boek. Al mijn vrouwelijke gay-vrienden vinden het een vreselijk woord, omdat het zo is toegeëigend door mensen die het zelf niet zijn en er vaak iets vervelends mee bedoelen. De associatie bij het woord is een wat oudere vrouw met een goor T-shirt en een gebrek aan manieren. Ik ben dol op die types, maar er bestaat natuurlijk een oneindige variatie in vrouwen die op vrouwen vallen.

Volgens mij laat seksualiteit zich niet in hokjes vatten, en idealiter zou ik het woord lesbienne dus niet eens hoeven te gebruiken. Toch kun je je niet in één beweging losmaken van dat soort termen. Bovendien denk ik dat je mooiere kunst maakt door te kijken naar wat er ís, dan dat je schrijft over wat je hoopt dat er ooit zal zijn. Kortom: vanuit de werkelijkheid schrijven en niet vanuit een utopisch ideaal. De titel van mijn boek verwijst naar Foucault, een filosoof die voortdurend keek naar onze pogingen tot waarheid en de waarheid zelf liet voor wat ze was. Kijken wat er misgaat: dat is wat Foucault deed met de samenleving en ik met mijn seksleven.

Toen ik mijn eerste vriendinnetje ontmoette, wist ik binnen enkele dagen zeker dat ik op vrouwen viel. Even dacht ik daarmee het antwoord te hebben gevonden op alle vragen die ik op dat moment had. Maar er bleek meer te spelen bij mij, op nog lichamelijker vlak. Kort samengevat: het lichaam dat ik heb, strookt niet volkomen met hoe ik me voel. Daarom loop ik nu bij de genderpoli van het VU Medisch Centrum, hier in Amsterdam. Waar dat precies naartoe gaat, is nog niet duidelijk, maar in elk geval richting het mannelijke.

In die zin is dit een boek over mijn verleden. Het eindigt, afgezien van het hoofdstuk over mijn moeder, een paar jaar voor het heden. Concrete kwesties als de VU en behandelingen komen niet aan bod. Daar zou ik een nieuw boek mee kunnen vullen, want de starre denkwijze die ze daar hebben, vind ik verbijsterend. Mijn wens is vooral om iets méér jongen te worden; niet om volledig van A naar B te gaan, van vrouw naar man.

Sofie Lakmaker Beeld Patrick Post
Sofie LakmakerBeeld Patrick Post

Ik weet bijvoorbeeld vrij zeker dat ik een borstoperatie wil, maar een geslachtsverandering? Voorlopig niet. Voor velen een best begrijpelijke gedachte, maar voor de VU blijkbaar te progressief.

Het is soms ingewikkeld om je mannelijk te voelen, terwijl je jezelf ook als feminist beschouwt. Ik heb dermate lang tot het kamp van de vrouwen behoord dat ik gewoon een stuk meer loyaliteit naar hen voel. Vrouwen beginnen nu langzaam hun gelijk te halen tegenover de mannen, dus wat dat betreft is het ook een onfortuinlijke tijd om over te stappen. Mijn hart ligt in ieder geval bij de lesbiennes, maar het is een blijvende vraag of ik het wel echt ben.

In de proloog van mijn boek schrijf ik: ‘Ik ben geen transgender, ik ben gewoon iemand die heel graag vrouwen penetreert’. Nou, je kunt opschrijven: Sofie Lakmaker is bij nader inzien wel transgender. Al maakt zo’n term je als mens altijd iets kleiner dan je werkelijk bent.”

INTUÏTIE - Blijf op je intuïtie vertrouwen

“Ik heb lang bij AVV Swift gevoetbald, waar ook mijn broer speelde – er zaten misschien drie meisjes op de hele club. Ik had rugnummer tien. Er werd van mij een bepaalde creativiteit en durf verwacht, maar het is lastig om die houding vast te houden als je tegen jongens speelt die je op een gegeven moment niet meer voorbij kan sprinten.

Ik dacht enkel nog: als ik nu een fout maak, kan ik het fysiek niet herstellen. Daardoor heb ik een bepaald soort durf afgeleerd en werd ik een slechtere voetballer. Ik hoop dat die angst er met schrijven nooit insluipt. Dat ik op mijn intuïtie blijf vertrouwen.”

PROEVEN - Er zitten meer smaken tussen vrouw en man

“Het medisch systeem vertrekt nog te veel vanuit de idee dat genderdysforie een psychische stoornis is. Dat is het niet. Eigenlijk vind ik het systeem een stuk zieker dan de individuen die ermee te kampen hebben. Bij de VU zie ik dat psychologen niet durven vertrouwen op de verhalen van de mensen tegenover hen. Ze klampen zich angstvallig vast aan vragenlijsten. Dan moet je aangeven of je vroeger ‘vadertje’ of ‘moedertje’ was in dat kinderspel. Zulk soort vragen vind ik getuigen van een ouderwetse visie en een totale desinteresse in de persoon die voor je zit.

De nuance ontbreekt. Het gaat al mis bij terminologie als ‘in het verkeerde lichaam zitten’. Ik denk dan: ik vind mijn benen fantastisch en mijn buik ook, maar er zijn bepaalde aspecten van mijn lichaam, zoals mijn borsten, die ik liever anders zie. Het zou mooi zijn als die veelvormigheid, het palet aan smaken tussen ‘man’ en ‘vrouw’, wat zichtbaarder wordt in de maatschappij. Dat we elkaar toestaan om daarin te zoeken, dat zou winst zijn.”

HOREN - Luister zolang het kan

“Een kleine twee jaar geleden is mijn moeder overleden. Ze had darmkanker. Ik heb niet veel tijd gehad om mijn wens, om méér jongen te zijn, met haar te bespreken. Tegen de tijd dat ik aan de beurt was bij de VU, leefde ze niet meer. We hebben het er een aantal keer over gehad, er is geluisterd, maar dat waren moeilijke ­gesprekken.

Iemand die weet dat ze niet meer beter wordt, zit niet altijd te wachten op ‘grootse veranderingen’. Al denk ik juist dat het een misvatting is dat ‘in transitie gaan’ de grootst denkbare verandering is, maar ook daar hebben we niet lang over kunnen discussiëren.”

Sofie Lakmaker Beeld Patrick Post
Sofie LakmakerBeeld Patrick Post

RUIKEN - De geur van pizza stelt gerust

“Ik werk als pizzabakker in Amsterdam-Noord. Anderhalf jaar geleden ben ik daar begonnen, in de zomer nadat mijn moeder overleed. Het ging op dat moment nogal moeilijk met schrijven. Ik miste structuur en dacht: ik heb een situatie in mijn leven nodig, waarin ik dingen afmaak en een bepaalde tevredenheid over me krijg.

Toch kan ik niet goed koken, kan ik geenszins multitasken en ben ik erg stressgevoelig. Dat zijn in principe alle ingrediënten die nodig zijn om te zeggen: blijf zo ver mogelijk uit de keuken vandaan. Maar over pizza’s dacht ik: je maakt voortdurend één product, dat moet overzichtelijk zijn. En het leek me gewoon leuk en lekker. Pizza’s hebben een geruststellende geur.

In eerste instantie solliciteerde ik bij Domino’s. Daar zeiden ze: ‘We denken dat jij als vrouw niet tegen de grappen kan die bij ons in de keuken worden gemaakt’. Nu heb ik dus tien jaar in een jongensteam gevoetbald, dus dat valt wel mee lijkt me. Maar goed, bij Domino’s werd het daarom niets.

En dat is maar beter ook. De pizzeria waar ik nu werk, geeft me een soort familiegevoel. Veel horeca­zaken hebben een bepaalde vluchtigheid, een komen en gaan van werknemers, maar dat is hier anders. Bovendien is pizza’s bakken een uitstekende vorm van rouwverwerking. Juist als je verstandelijk met iets anders bezig bent, kom je dichter in de buurt van je gevoel.”

Sofie Lakmaker is schrijver en columnist. Ze studeerde filosofie aan de UvA.

1994 geboren in Amsterdam

2006 – 2012 Sint Ignatius Gymnasium, Amsterdam

2017 doet mee aan het Zomerkamp van uitgeverij Das Mag

2018 publiceert haar verhaal ‘De ­geschiedenis van mijn seksualiteit’ in Sampler, een bundel met verhalen van aanstormende schrijftalenten

2019 – heden columnist bij De Groene Amsterdammer

2021 – heden columnist bij LINDA.meiden

2021 debuteert met haar roman De geschiedenis van mijn seksualiteit

null Beeld
Beeld

Sofie Lakmaker
De geschiedenis van mijn seksualiteit
Dag Mag; € 22,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden