Maartje Wortel

De zoektocht naar houvast

Beeld Getty Images

Of ze ongelukkig was, vroeg een vriend van de familie. Omdat ze niet met één iemand in één huis woont. Na enige woede over zijn bemoeienis, ging schrijfster Maartje Wortel eens na wat houvast eigenlijk betekent.

Mijn vader en ik gingen, nu alweer maanden geleden (me dunkt) samen uit eten. We zaten aan de bar en dronken meer dan dat we aten. Hij vertelde me over een vriend van hem, een man die ik al mijn hele leven ken, maar die ik al jaren niet gesproken heb. Op een gegeven moment kom je op een punt in je leven waarop je zeer veel mensen kent die je eigenlijk nooit spreekt, zodat je die mensen naar alle eerlijkheid wellicht weer moet schrappen van de lijst: mensen die ik ken. (Zo’n lijst bezit ik uiteraard niet echt, ik zou niet weten waar ik moet beginnen, of erger: waar ik zou moeten eindigen.) Ik ben opgegroeid met die vriend van mijn vader, toch heb ik geen idee wie hij is. Schijnbaar had die vriend onlangs mijn ouders opgebeld. Hij maakte zich zorgen. Om mij welteverstaan.

“Waarom?” vroeg ik aan mijn vader. Mijn vader keek me aan met waterige ogen. “Hij denkt dat je ongelukkig bent”, zei hij.

Ik ben zoals iedereen inderdaad bij tijd en wijle ongelukkig, toch schrok ik van dat woord. En ik schrok van het feit dat er iemand was die ik werkelijk al jaren niet had gezien, die zich zorgen om mij maakte. Een fractie van een seconde vond ik het vriendelijk dat die vriend, die mij tijdens mijn kindertijd goed gekend (of toch in elk geval gevolgd) had, zich om mij bekommerde, maar kort daarna werd ik overvallen door een vlaag van woede: waar bemoeide die man zich in hemelsnaam mee?

“Waarom denkt hij dat?” vroeg ik aan mijn vader, die zichtbaar spijt had van zijn confessie. “Hij denkt dat je ongelukkig bent omdat je geen vaste relatie kunt onderhouden.” Mijn vader nam vlug een slok van zijn bier. “Ik kan prima een vaste relatie onderhouden”, zei ik. “Maar je hebt er nooit een”, zei mijn vader. “Ik heb er een aantal gehad”, zei ik. 

Beeld Getty Images

“Ja, precies”, zei mijn vader. “Dat bedoelde hij denk ik. Hij maakte zich zorgen om je omdat je niet net als iedereen met één iemand in een huis woont. Iemand tot wie ook jouw omgeving zich kan verhouden. Iemand die er is en blijft. En dat er een ontwikkeling is in die relatie die wij dan kunnen volgen.”

Dit leek wel een college over de opvatting van de meeste mensen over wat literatuur is. (Niet experimenteren. Herkenning en ontwikkeling graag. Een plot: dank u wel.)

Ik probeerde niet woedend te worden, dus ook ik nam snel een slok van mijn bier en herhaalde zo kalm mogelijk: “Iemand tot wie mijn omgeving zich kan verhouden? Dus jouw vriend moet zich tot mijn leven kunnen verhouden en anders gaat het niet goed met mij? Denk jij dat ook?” vroeg ik. Mijn vader sloeg zijn glas bier achterover en zei: “Hij is altijd op zoek naar houvast, die jongen.”

“Dat moet hij zelf weten”, zei ik. En wat betekent houvast eigenlijk? Mijn vader blijft mijn vader, dus hij zei zoiets als: Houvast is voor mij leven in vrijheid. En binnen die vrijheid is het leven los-vast.

“Met blote buiken tegen elkaar aan.”

Omdat het feit dat iemand anders mij vanwege zijn hang naar houvast – wat in zijn geval misschien toch vooral duidelijkheid betekende – ongelukkig had genoemd, mij toch niet losliet, vroeg ik aan mensen uit mijn omgeving wat houvast voor hen betekende. Ik was daar toch nieuwsgierig naar geworden, omdat ik me ineens onzeker voelde over die blik van de buitenwereld. En ook of er voor mij wel iets bestond om me aan vast te houden.

Iemand schreef: ‘Het eerste waar ik aan denk is taal.’ Iemand zei: “Met blote buiken tegen elkaar aan.” Een ander zei: “Het is hard en plastic en oranje.” Weer een ander zei: “Beste vraag van de week, maar ik zit hier met drie alfavrouwen.” Een van mijn beste vrienden zei: “Mijn familie, mijn vrienden, mijn eigen hoofd.” Een ex schreef: ‘Houvast neem ik letterlijk, dat komt doordat het woord de gebiedende wijs in zich heeft. Hou vast. Hou iets vast, ik denk dan aan fysiek vastpakken, handen die grip zoeken, iets hards en stevigs dat een vaste plaats heeft, waarvan je weet dat het er is en dat je het terug kunt vinden. Een muur waar je je vingers langs laat strijken tot je de uitgang vindt.’

Beeld Getty Images

Iemand schreef: ‘Houvast heeft met herhaling en tijd te maken, je hebt houvast aan die dingen waarvan je hoopt en mag verwachten dat ze steeds weer gebeuren.’

Weer een ander schreef: ‘Het is zoiets als een stil weten, dat er ergens een plek een persoon, een conditie of context is, die totale overgave verdraagt.’

“Houvast is voor veel mensen huisje-boompje-beestje”

Ik kreeg een tijdlang van iedereen in mijn omgeving hun definitie van houvast. Die antwoorden zijn geloof ik inmiddels mijn houvast geworden. Dat iedereen op z’n eigen manier zoekt. Een vriendin sms’te: ‘Ik ben blij dat je die vraag stelde, want ik liep net naar de keuken om een ei te halen en ik dacht: ik wil alleen maar een lichaam.’ Een kennis mailde: ‘Ik denk dat houvast voor veel mensen huisje-boompje-beestje is, maar die mensen ken jij niet.’

Mijn geliefde schreef: ‘Jezus, Maartje.’ Ik dacht dat ze daarmee bedoelde dat Jezus haar houvast was. Dat zou ik erg begrijpelijk hebben gevonden, maar ze bedoelde: Wat doe je me aan met deze vraag? Vragen naar de houvast van een ander is in zekere zin vragen naar de vrije val. Want houvast is meestal iets waar je naar op zoek bent en wat je niet bezit.

Dus ik stelde dezelfde vraag afgelopen week weer aan zoveel mogelijk mensen. Ik dacht: wellicht heeft de tijd waarin we nu leven de definitie van houvast totaal veranderd. Dat bleek niet het geval; de meeste mensen gaven exact hetzelfde antwoord als een paar maanden geleden. Taal, familie, vrienden, buiken tegen elkaar, je vingers langs een muur laten glijden tot je de uitgang vindt. En ook al is de plek die we daar zullen vinden niet meer dezelfde, houvast kan ook simpelweg de mogelijkheid van een uitgang zijn, de wetenschap dat er een uitgang is.

Want die is er, toch? 

Lees ook:

Wachten, tot aanraken weer mag: schrijfster Maartje Wortel zit alleen thuis

Hoe wrang is het als je je net verworven geliefde ineens niet meer kan beminnen? Schrijfster Maartje Wortel werd ziek, vertrok naar haar eigen huis, en leeft nu in haar verbeelding vanuit haar bed.

Schrijfster Maartje Wortel: ‘Ik werd wakker met de dringende behoefte fysiotherapie te gaan studeren’

Op de kunstacademie leerde schrijfster Maartje Wortel niets praktisch. Ze begint daarom als eind dertiger aan een nieuwe studie, fysiotherapie. Om het lichaam te begrijpen en om mensen op weg te helpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden