Een fabriek in Nanjing draait op topsnelheid om de wereld van mondkapjes te voorzien. China heeft na een periode van restricties de export van mondkapjes weer toegestaan.

CoronacrisisGlobalisering

De wereldeconomie valt niet meer te ontglobaliseren

Een fabriek in Nanjing draait op topsnelheid om de wereld van mondkapjes te voorzien. China heeft na een periode van restricties de export van mondkapjes weer toegestaan.Beeld AFP

Het coronavirus deelt een flinke klap uit aan de globalisering. De manier waarop de mondiale economie is georganiseerd, lag al onder vuur. Maar terugtrekken op een eiland is geen alternatief.

Eigen hulpverleners eerst. Na de uitbraak van het coronavirus in Wuhan, kocht de Chinese overheid de hele voorraad van in eigen land gefabriceerde mondkapjes op. Het land was voorafgaand aan de uitbraak goed voor de helft van de wereldproductie van mondmaskers. Even later verboden Rusland, Turkije, Frankrijk en Duitsland de export van in eigen land ­gemaakte mondkapjes om die zelf te kunnen gebruiken. Weg mondiale ­economie, welkom handelsmuren.

Het mondkapje is niet alleen hét beeld van de coronapandemie, het laat ook zien hoe kwetsbaar de wereldwijd georganiseerde economie is. De tekorten aan dit beschermingsmateriaal doen dienst als een alarmsignaal. Hoezo komt de helft van die productie uit één land? Waarom maken we dat niet dichter bij huis? Dezelfde gedachten treffen andere spullen en grondstoffen waarvan de levering door de wereldwijde ­coronacrisis stokt of dreigt te stokken: medicijnen, lithium voor accu’s, tapijten, auto-onderdelen, het zijn maar een paar voorbeelden.

Het coronavirus deelt nu al een ­gevoelige klap uit aan de globalisering. Het vrije verkeer van mensen, goederen en kapitaal over de wereld staat ­onder grote druk. De verplaatsing van mensen is voor een groot deel stilgelegd door gesloten grenzen en negatieve reisadviezen. De aanvoer van goederen en grondstoffen wordt geconfronteerd met hobbels en vertragingen. Kapitaal vlucht uit de aandelenbeurzen naar ­veiliger havens.

Overal blijken handelsketens kwetsbaar 

Mondkapjes zijn natuurlijk een ­geval apart, omdat er nu zo ontzettend veel van nodig zijn. Maar ook andere problemen met levering laten zien dat internationale handelsketens kwetsbaar zijn. Het idee achter de huidige globalisering is om tegen de laagste kosten overal de juiste grondstoffen en componenten vandaan te halen. Lage arbeidslonen hebben de textielindustrie grotendeels naar Azië verplaatst, die daar weer van land naar land hopt zodra werknemers meer gaan verdienen. 

Geholpen door geringe vervoerskosten is het mogelijk enorme hoeveelheden spullen en ­onderdelen in zeecontainers of vliegtuigen over de wereld te slepen. De containerramp boven de Waddeneilanden die de stranden en de zee vervuilde, maakte dat even zichtbaar, ruim een jaar geleden. Waarom doen we dat, al die meuk zo ver vervoeren, van plastic stoelzittingen tot knuffelbeesten? Dat vroegen vrijwilligers zich af, terwijl ze de resten opruimden die tussen het helmgras terecht waren gekomen.

Beeld AFP

Globalisering betekent specialisatie. Volgens de aloude handelstheorie is het goed als landen zich specialiseren in wat ze het beste het voordeligst kunnen maken. Wissel het uit, dat is goed voor de economische groei. Iedereen blij, simpel gezegd. Globalisering in de 21ste eeuw betekent daarnaast zo klein mogelijke voorraden. De wereld is een dorp, voorraad aanhouden is duur. ­Productieketens zijn ingericht om ‘just in time’ te voorzien in wat nodig is. Dat maakt het raamwerk van onderlinge ­afhankelijkheid extra kwetsbaar.

Nu is het coronavirus niet de eerste aanval op de globalisering. Het afgelopen decennium is de twijfel over de ­geneugten van de wereldwijd verbonden economie gegroeid. Groeiende ­ongelijkheid in welvarende landen, ­uitbuiting van mensen in ontwikkelende economieën, de financiële crisis van 2008, opkomend populisme en nationalisme, handelsoorlogen: het concept piept en kraakt aan alle kanten.

Globaliseren op een kantelpunt

Daar komt dan nog de gigantische opgave bij om klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit tegen te gaan. Opwarming van de aarde en vernietiging van de natuur noopt tot heroverwegen hoe de wereld de productie en consumptie heeft georganiseerd. Ketens moeten korter en doorzichtiger om te weten waar alles vandaan komt, onder welke omstandigheden het is gemaakt en ­welke impact dat heeft op de leef­omgeving.

Het platform van de wereldwijde economische elite, het World Economic Forum (WEF), constateerde tijdens de laatste bijeenkomst in het Zwitserse Davos eind januari dat de wereld op ‘een kantelpunt’ stond – nog voor het coronavirus de Chinese grenzen overstak. Het signaleerde een ‘groeiende weerstand tegen kapitalisme, globalisering, technologie en elites’.

Tegelijk blijken handelsketens kwetsbaar onder druk van geopolitieke spanningen en handelsconflicten, was de constatering. Ook in cijfers is te zien dat de globalisering vertraagt. Tussen 1990 en 2008 groeide de wereldhandel jaarlijks 82 procent sneller dan de wereldeconomie zelf. Na de financiële crisis is dat gedaald naar 13 procent. De onderlinge verwevenheid neemt dus nog steeds toe, maar lang zo hard niet als in de hoogtijdagen van globalisering.

De mondialisering sinds 1990 valt samen met het verlichten van armoede voor een miljard mensen, maar de laatste tien jaar worden de nadelen sterker gevoeld. De welvaart die wegvallende grenzen, open handel en efficiënte markten hadden beloofd, is niet overal in gelijke mate neergedaald.

De verliezers van globalisering vallen weliswaar niet één op één samen met de verbitterde kiezers die voor nationalistisch rechts kiezen, maar het sentiment is sterk. Multinationale iconen kunnen in hun thuisland niet meer rekenen op onvoorwaardelijke trots en steun. Zie de woede in Nederland over de afschaffing van de dividendbelasting die Unilever en Shell bijna hadden binnengesleept.

Beeld AFP

Wel meer wereldhandel, maar dan eerlijker en groener

De naar binnen kerende trend bracht het WEF tot het project Globalisering 4.0: wel meer wereldhandel, maar dan eerlijker en groener. Hoe dat er dan precies uit moet zien, is nog niet zo duidelijk. Het gaat over ‘samenwerking’, ‘publiek-private oplossingen’, aandacht voor de ‘stakeholders’, ofwel mens en milieu. Het is in ieder geval niet te versimpelen tot óf vrijhandel óf protectionisme, geen keuze tussen grenzen dicht of grenzen open, zowel niet voor goederen als voor mensen.

De wereldeconomie valt ook helemaal niet meer te ‘ontglobaliseren’. Autarkische gebieden zijn nauwelijks meer voor te stellen. Productieketens doorkruisen de hele wereld, onderdelen voor één elektronisch apparaat komen uit tientallen verschillende landen. Dat is dan nog een praktisch voorbeeld. Ook met datasystemen zitten alle landen als in een spinnenweb aan elkaar vastgeplakt. Dat leidt eveneens tot conflicten, net als in de handel, om de toegang van het Chinese Huawei bijvoorbeeld, of de macht van het Amerikaanse Microsoft.

Landen hebben elkaar bovendien meer dan ooit nodig om het grootste probleem van deze eeuw aan te pakken: klimaatverandering. Opwarming van de atmosfeer met meer dan twee graden leidt tot overstromingen, hitte, aantasting van voedselketens en leefgebieden – en dus tot klimaatvluchtelingen.

Een loon waarvan je kunt leven

Ook bij het onder controle krijgen van het coronavirus kunnen landen niet zonder elkaar. Er is uitwisseling nodig: van kennis, onderzoek, maatregelen. De pandemie zal wellicht tot gevolg hebben dat productie van een aantal ­essentiële goederen dichter bij huis zal terugkeren. Medicijnen bijvoorbeeld: is het slim om zo afhankelijk te zijn van één land? Sommige Westerse kledingmerken hebben hun productielijnen al teruggehaald uit Azië om andere redenen: klanten vragen om een broek of trui die eerlijk gemaakt is, zonder uitbuiting en zonder vervuiling van gebieden die zich aan het zicht hier onttrekken. Dan maar wat duurder.

Organisaties als het IMF en de Wereldbank wijzen eveneens op ‘betere’ globalisering. Dat wil zeggen dat de ketens korter moeten, doorzichtiger, beter te volgen en dat de standaarden voor productie overal omhoog moeten – en dat mensen van een loon moeten kunnen leven. Minder afhankelijkheid van enkele leveranciers voor een grondstof of component, niet alleen koersen op de laagst mogelijke kosten.

Daar wordt, denken de globalisten, de wereld veiliger en veerkrachtiger van dan als ieder zich terugtrekt op een eiland. Ook de saga van de mondkapjes laat dat zien. Inmiddels is er in China geen tekort meer aan bescherming. De Europese Unie krijgt van China ruim twee miljoen maskers en 50.000 testkits, zo maakte de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, afgelopen woensdag bekend.

Lees ook:

De prijs van ongebreideld gereis en gesleep

Nu merken we het ook een keer zelf, schrijft columnist Patrick Jansen.

Onzekerheid over coronavirus doet handel met Italië de das om

Leveranciers aan Italië hebben het zwaar, merkt ook plantenexporteur Stefano Perra.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden