Beeld Sjoerd van Leeuwen

De kraai Mickelle Haest

De weg achter ons was leeg

Een man van eind vijftig doet de deur open. Hij neemt mijn jas aan, maar laat die meteen uit zijn handen vallen. “Ik ben zo moe”, zegt hij. “Moeder heeft nu zo veel hulp nodig.” We lopen de woonkamer in. Een oude dame dept met een katoenen zakdoek met bloemetjesmotief de tranen van haar gezicht. Ze zit in een rolstoel. Haar man is vannacht overleden. “Hij was dik in de tachtig”, zegt de zoon. “Maar ze deden nog alles samen en ma is nu helemaal onthand.”

Haar man ligt opgebaard in de woonkamer. “Hoe moet ik nu toch verder”, snikt moeder. “Nu kan ik niet meer in ons huis blijven.” “Ik blijf voorlopig logeren”, zegt de zoon. “Ik ga u helpen. En ook de thuiszorg blijft komen.” In één klap is ze haar man kwijt en is haar toekomst onzeker.

Het is een grauwe, koude dag als we voorrijden voor de crematie. Het regent. De volgauto voor de familie en het rolstoelbusje voor moeder staan al te wachten voor de deur. Haar rolstoel kan niet worden ingevouwen. “Ik rijd in het busje mee”, zegt de zoon, nadat hij mij heeft begroet. Mijn collega’s dragen de man het huis uit naar de rouwauto. De vrouw volgt hen. Snikkend in haar rolstoel, voortgeduwd door haar zoon. Met de zoon en de chauffeur help ik haar in het busje. Ze huilt aan één stuk door.

“De hele stoet is verdwenen.”

Als iedereen is ingestapt, vertrekken we naar het crematorium. De totale ontreddering van de oude dame raakt me en ik deel dat met de chauffeur van de rouwauto naast me. We nemen de voor mij bekende weg en gaan al pratend linksaf en vervolgens rechts. Het autoraam blijft even droog als we onder een viaduct door rijden. Als ik in de spiegel kijk of iedereen nog volgt, is de weg leeg. “De bus rijdt niet meer achter ons”, roep ik. “De hele stoet is verdwenen.” De chauffeur zet de auto aan de kant. “De bus is natuurlijk te hoog voor het viaduct. Hij zal een heel eind moeten omrijden.”

Na een tijdje vinden we elkaar terug en rijden we weer in een keurige rij naar het crematorium. De laatste kilometers van onze route, probeer ik, met het schaamrood op de kaken, te bedenken hoe ik moet uitleggen dat ik ze onderweg ben kwijtgeraakt. Bij het crematorium stapt iedereen uit. Ik begin met mijn uitleg. Niemand reageert. “We konden er niet onderdoor”, zegt de zoon. “Het was toch logisch dat we even een stukje moesten omrijden.”

Mickelle Haest tekent om en om de ervaringen op van een uitvaartverzorger of die van een verloskundige. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden