Klein Verslag Wim Boevink

De vreemde late hitte van augustus

Dit is nog geschreven in de hitte. De vreemde late hitte van eind augustus. Over de bureaustoel, met zijn nep-leren zitting en rugleuning, ligt een handdoek. De man achter de laptop draagt alleen een boxershort.

Het is na het middaguur. In de kleine werkkamer met zijn boekenkasten en onuitgepakte dozen hangt de warmte van de ochtend. Urenlang brandde de zon op het raam dat geen gordijn heeft. Voor de zekerheid had hij toen zijn laptop in de schaduw gelegd.

Met enige zorg had hij de ruggen van zijn boeken bestudeerd. Ze stonden in het volle zonlicht. Konden boeken zweten? Kon hun lijm loslaten in de hitte?

Hij was in die ochtenduren uitgeweken naar het binnenste van de stad. ­Onderweg was het in de straten merkwaardig stil geweest. De zon stond niet erg hoog nog, op deze late augustusdag, maar de warmte had zich al dagen vastgezogen in steen en asfalt.

Het licht was verblindend, hij kneep zijn ogen een beetje dicht. Een zonnebril droeg hij niet, die maakte de wereld alleen maar duister. Hij zag slecht door een zonnebril. Misschien moest hij ­geslepen glas overwegen.

Hij passeerde een laan met oude platanen, hun stammen bleek, hun groen vaal, al verlangend naar de herfst.

Hij stopte even kort bij de bloemenstal. De eigenaar veegde wat blad bijeen. Hij was al op leeftijd en droeg een T-shirt. Zijn armen waren gesierd met tatoeages. Hij zweette en klaagde over de warmte. Zijn bloemen begonnen in hun emmers blad te verliezen. In boeketten zoemden kleine, donkere bijen.

In de stad leek iedere beweging vertraagd. Op menig gezicht lag een glansje van zweet. De zomervakantie liep ten einde, nog even en de scholen zouden beginnen. Maar het weer kondigde dit niet aan, integendeel.

Op de terrassen waren alle plaatsen in de schaduw bezet. Die in de zon bleven leeg. De man, op zoek naar koelte en koffie, trof alleen maar warmte aan, ook binnen.

Twee hittegolven in een jaar, dat is zeldzaam, maar een hittegolf zo laat in het seizoen kwam nog niet eerder voor. Er waren tijden dat weersverwachtingen van zon en temperaturen boven de dertig graden met gejuich werden ontvangen, herinnerde de man zich.

Heel mooi weer.

Maar nu kwam hem de hitte als iets sinisters voor, als een dreiging. Er ­bestond geen ‘lekker zonnetje’ meer, de zon was een almaar heter wordende, verzengende vuurbal.

Hij had in een groot lokaal een koffie besteld; de ruimte was hoog en de temperatuur dragelijk. Hij sloeg het boekje open dat hij bij zich had: ‘Novacene’ van de wetenschapper en onderzoeker James Lovelock, de man van de Gaia-hypothese, die de aarde als één groot ­organisme ziet, waarin de mens slechts een – tijdelijk – onderdeel is. Lovelock is vorige maand 100 geworden. ‘Novacene’, dit jaar verschenen, is vermoedelijk zijn laatste boek.

De man las het motto van het boek, het was van Wallace Stevens: We live in an old chaos of the sun.

Hij las hoe Lovelock het steeds heter worden van de zon beschreef en hoe de oude aarde met zijn 4,5 miljard jaar steeds fragieler werd.

Hij stond op en rekende af.

Nu zit hij achter zijn laptop, in die warme kamer, en heeft zich van zijn kleding ontdaan. De hitte omsluit hem. Hij voelt zijn eigen tijdelijkheid.

Klein Verslag

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden