ColumnBert Keizer

De vragen van Kant, we zijn ermee bezig

Kant beschouwde drie vragen als essentieel voor de filosofie: wat kan ik weten, wat moet ik doen, wat is de mens? Nee wacht, het waren er vier. Wat mag ik hopen? Die moet er ook nog bij. Ik ben filosofisch nooit erg geïnteresseerd geweest in de vraag naar wat we moeten doen. Wie hierover iets overkoepelends wil melden, vervalt onherroepelijk in lauwe algemeenheden als ‘het goede doen en het slechte laten’. Geweldige bijdrage.

Op de vraag: ‘wat is de mens?’ weet niemand een bevredigend antwoord. Je kunt maar het beste zeggen: ‘we zijn ermee bezig’. En wat dat hopen betreft, hopen staat vrij. Nu we deze drie op zeer onheuse wijze de deur uit hebben gewerkt, blijven we zitten met de vraag: wat kan ik weten? Voor vandaag beperken we ons tot het lichaam/geest- probleem en vragen ons af hoe het zit met de interactie van Geest en Stof.

Je kunt een tafel niet laten zweven door ernaar te wijzen

Ik denk dat u zult moeten toegeven dat u niet gelooft dat ik door een geestelijke actie een stoffelijke gebeurtenis kan veroorzaken. Je kunt ijzer niet laten roesten door er heel erg boos naar te kijken. Of: je kunt een tafel niet laten zweven door ernaar te wijzen met de sterke wens dat hij zich van de grond af gaat bewegen. Het werkt niet. Maar als ik aan u vraag: ‘Wil je dat glas even van de tafel af duwen?’ en u doet het, dan hebben we hier wel degelijk een geestelijke gebeurtenis die een stoffelijk gevolg heeft. Mijn verzoek leidt tot een gebroken glas. We worstelen al een paar eeuwen met de vraag of hier iets gebeurt dat eigenlijk niet kan?

Als je de moeite zou nemen om deze gebeurtenis in het stoffelijke domein na te vlooien, dan zul je nergens op een geest stuiten. Let op wat er gebeurt in materiële zin: geluidsgolven (mijn verzoek) gaan via uw oor naar uw trommelvlies, worden daar omgezet in zenuwimpulsen die naar de gehoorschors in uw hersenen reizen. Vandaar worden ze verder uw hersenen in gestuurd om uiteindelijk terecht te komen in dat deel van de motorische schors vanwaar zenuwimpulsen naar uw armspieren vertrekken met als gevolg de beweging die het glas van de tafel stoot.

Ik las laatst bij de Britse filosoof Philip Goff een grappige argumentatie tegen het idee dat de geest op de een of andere manier náást het lichaam verblijft om af en toe in de hersenen af te dalen om daar iets in gang te zetten. Vergelijk de wereld met de hersenen en God met de geest. In vroeger tijden kwam het voor dat God in de werkelijkheid afdaalde om daar, tegen alle heersende wetten in, het verloop van de gebeurtenissen een wonderlijke draai te geven. Mozes kwam bij de Rode Zee, spreidde zijn armen uit en ziet, de wateren gingen uiteen en de joden liepen ongehinderd naar de overkant. Als u en ik daar bij hadden gestaan, zouden we verbaasd hebben gezegd: ‘Hoe is zoiets in godsnaam mogelijk?’ Waarop Mozes zou antwoorden: ‘U zegt het precies goed, in Zijn Naam is zoiets mogelijk’.

Je ziet nooit in de hersenen iets ongerijmds gebeuren

Het aardige van Goffs argumentatie is dat hij een dergelijk tussenbeide komen nooit waarneemt in de hersenen. De gebeurtenissen daar komen op begrijpelijke wijze uit andere gebeurtenissen voort. Je ziet geen onderbreking van de keten van oorzaken waarbinnen alles verloopt. Je ziet nooit eens ergens in de hersenen iets ongerijmds gebeuren, ongerijmd in de zin waarin het splijten van de zee niet te rijmen valt met wat eraan voorafging. Als de geest zich in enig opzicht buiten de hersenen bevindt dan zouden we hem moeten kunnen betrappen op het terzijde schuiven van alle begrijpelijke ketens van gebeurtenissen in de hersenen. Hij zou bijvoorbeeld de snelheid waarmee impulsen worden doorgegeven honderdvoudig kunnen versnellen, hetgeen fysiek onmogelijk is. Maar we zien nooit iets dergelijks gebeuren. Het is daarom onmogelijk dat de geest zich op enigerlei wijze buiten de hersenen bevindt.

Waarmee we nog niet hebben uitgelegd hoe de geest zich daarbinnen zou kunnen bevinden. En ook over deze kwestie luidt het antwoord: ‘We zijn ermee bezig’. En misschien hebben we hier een antwoord op Kants laatste vraag: dit unieke wroeten in zijn eigen belevenissen vind je alleen bij de mens.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum EuthanasieVoor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden