Tien GebodenHerman Finkers

De Tien Geboden van Herman Finkers: ‘Ik wil niet winnen, ik wil samen hoger klimmen’

'Er is in Almelo een uitdrukking die luidt: ’t is er een van Finkers. Dat betekent dat je zo iemand met een korreltje zout moet nemen.'Beeld Mark Kohn

Arjan Visser interviewt iedere twee weken iemand aan de hand van de Tien Geboden. Deze week: cabaretier, zanger en acteur Herman Finkers (Almelo, 1954). Vorig jaar kreeg hij de Blijvend Applaus Prijs voor zijn hele oeuvre en verscheen een herziene uitgave van zijn verzamelde vertelsels en poëzie: ‘De cursus omgaan met teleurstellingen gaat wederom niet door’. Vanaf 13 februari is de film ‘De Beentjes van Sint-Hildegard’ met Finkers in de hoofdrol te zien in de bioscoop.

I Gij zult de Here uw God aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten

“Loopt je opnameapparaatje al? Oké. Nou, ik ben absoluut geen fan van de Tien Geboden. Ja, wel als kapstok voor dit interview hoor, maar als leidraad voor het leven? Nee. Wat een deprimerend verhaal. Gij zult niet dit, gij zult niet dat, je moet zus of je moet zo... In de katholieke Tien Geboden zoals ik ze heb geleerd, luidt het eerste gebod: Gij zult geen afgoden vereren, maar Mij alleen aanbidden en boven alles beminnen. En als je de context erbij pakt en leest wat er in Deuteronomium, hoofdstuk 5 vers 9 wordt gezegd over die afgoderij, dan schrik je je helemaal een hoedje: ‘... want Ik, Jahwe uw God, ben een jaloerse God, die de schuld van de vaders wreekt op hun kinderen tot in het derde en vierde geslacht van hen die Mij verwerpen’. Gezellig type, die Jahwe, niet echt iemand die je er tijdens het carnaval bij wil hebben! Gelukkig heeft Jezus die Tien Geboden uiteindelijk in één ontroerend mooie opdracht samengebracht: ‘dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb’. Kijk, nou praten we weer.”

II Gij zult de naam van de Heer uw God niet zonder eerbied gebruiken

“Er zijn mensen voor wie het geloof in God gelijk staat aan het geloof in de Bijbel en ik vraag me af of dát nou niet een vorm van afgoderij is; om naar die tweeduizend pagina’s dundruk te wijzen en te zeggen dat God dáár in zit, in plaats van ook in jou en in mij, in de vogels en de bomen, overal. Bovendien worden er in dat boek zoveel godslasterlijke dingen over Hem beweerd dat ik, als ik God was, tegen de interviewer zou zeggen: dat moet je even veranderen, want zó heb Ik het in ieder geval nooit gezegd.”

III Gij zult de dag des Heren heiligen

“Nadenken is mijn hobby. Ik hield er als kind al van om me in stilte terug te trekken. Mijn moeder was me vaak kwijt; dan zat ik onder tafel met een boek of een speelgoedautootje. Ik vroeg niet om aandacht en zij liet me mijn gang gaan – we waren een heel goed span. Ik houd ook heel erg van de zondagsrust, als na de housemuziek en het dronkemansgelal de kerkklokken weer klinken en daar waar eerst nog feestgangers hosten, mensen langs de gevels schuiven, op weg naar de kerk... Dat zoiets naast elkaar kan bestaan vind ik zó mooi, zo ontroerend ook. Ik weet nog dat ik een keer in Maastricht was voor een optreden en de volgende dag, op een zondagochtend, langs een kerk naar het station liep en een fanfare hoorde. Ik ging de kerk binnen en zag dat er een Maria-processie aan de gang was, met misdienaars en Maria-bruidjes. Ik zag al die mensen, heel devoot, en brak helemaal, echt waar. Waarom? Omdat het zo onverwacht kwam en ik me realiseerde: ik ben toch niet de enige die gek is.

“Ik snap niet hoe je een kunstliefhebber kunt zijn en níet van een Maria-processie kunt houden. Of dat je het een ‘toneelstukje’ noemt. Dat zou je ook kunnen zeggen over de ‘Missa in Mysterium’ (Gregoriaanse meezingmis, die Finkers samen met de groep Wishful Singing en benedictijner monnik Marc Loriaux verzorgt, AV), maar je hebt die rituelen nodig om het mysterie enigszins invoelbaar te maken. Het gaat bij de Nachtwacht ook niet om de verlichting die wordt gebruikt, maar als je de lampen uitdoet en de ramen van het Rijksmuseum sluit, zie je die hele Nachtwacht niet meer.”

IV Eer uw vader en uw moeder

“Het was de zoete inval bij ons thuis. We waren de eersten in de Reigerstraat in Almelo met een televisie dus alle kinderen kwamen bij ons kijken en als Toon Hermans er op was, schoven ook de buren aan. Mijn ouders deden het als opvoeders geweldig, maar pasten helaas totaal niet bij elkaar. Mijn moeder hield van rust en huiselijkheid. We hebben, als broers en zussen, weleens tegen elkaar gezegd dat ze de ideale huishoudster van meneer pastoor zou zijn geweest. In zo’n kalme pastorie met een tikkende klok, bezoekers binnenlaten, kopjes thee bezorgen en verder niks.

“Mijn vader was het tegenovergestelde: een enthousiaste, jonge, dolle hond die van reuring en van van-je-hela-hola hield. Mijn vader was modern. Hij hield van naaktcampings terwijl mijn moeder juist erg preuts was. Mijn vader ging zeevissen in Ierland of op zakenreis naar Amerika. Hij kreeg van mijn moeder alle ruimte. Ze vormden voor het gezin een ideale combinatie – zij zorgde voor de rust en hij zorgde voor de vrolijkheid – maar toen de kinderen één voor één het huis verlieten, kwam er een einde aan dat gezamenlijke project en bleven zij, met hun verschillen, achter. Ik had zelf nooit iets gemerkt van spanningen tussen mijn ouders, maar de jongste kinderen hebben daar nog wel iets van meegekregen.

Herman Finkers: ‘Voortaan kan de katholieke kerk zich dus weer op de mystiek gaan richten, op het contact met God, en de naastenliefde. De zaken tussen de lakens kan men beter aan de mensen zélf overlaten.’Beeld Mark Kohn

“Mijn moeder wilde liever een slecht huwelijk dan geen huwelijk, maar mijn vader heeft uiteindelijk toch de knoop doorgehakt. Hij was 60, mijn moeder 59. Mijn moeder bleek goed alleen te kunnen zijn, maar mijn vader, die niet zonder drukte en gedoe kon, kreeg al snel een nieuwe vriendin. Zijn ‘nieuwe leven’ heeft maar drie jaar geduurd; hij is op zijn drieënzestigste aan de gevolgen van een blindedarminfectie overleden. Mijn moeder werd zevenentachtig en is de laatste tien jaar van haar leven dement geweest. Het waren eindes die bij hen pasten: mijn vader pats boem, in één keer weg en mijn moeder traag en langslepend. Ik was erg verdrietig toen mijn vader overleed, maar ik lijk in die zin ook op hem: hij ging, als baas van een meubelzaak, op papier een keer bijna failliet, was daar zeer van ontdaan, maar dat duurde hooguit één kop koffie. Daarna hoorde je hem weer fluiten. Over een groter verdriet deed hij misschien twee koppen koffie, maar dan was het toch echt wel klaar.

“Toen mijn moeder stierf waren we op het punt dat we het haar vooral gunden dat er een einde aan haar lijden kwam. Ze was niet akelig dement. Mijn moeder was een soort boeddha, heel zen. Als haar iets niet lukte, werd ze niet boos maar kreeg ze de slappe lach. Ja, mooie mensen, allebei. Ik denk nog vaak aan hen, herken hun eigenschappen in mezelf – mijn moeders rust, mijn vaders vrolijkheid – en realiseer me elke keer weer hoe gezegend ik ben dat ik zulke lieve ouders heb gehad.”

V Gij zult niet doden

“Palliatieve sedatie vond ik altijd wel een mooie gedachte, mooier dan het idee dat je er overmorgen om kwart over tien een einde aan maakt, maar ik ben daar anders naar gaan kijken toen mijn moeder – helemaal op ’t eind, niet meer in staat om te slikken – met morfine rustig werd gehouden. De dokter zei: ‘Ze merkt er niks van’, maar was dat wel echt zo? Werd ze niet, in een soort akelig voorstadium, tussen dood en leven heen en weer getrokken? Ik zag haar lichaam dag en nacht schokken en vechten. Het was echt verbijsterend te zien hoe dat hart, in haar tot botjes en velletjes gekrompen lijf, tegen beter weten in bleef slaan.

“Ik vond het afschuwelijk om mijn moeder, van wie ik zielsveel hield, zo te zien eindigen en dacht: zou het niet juist een daad van liefde zijn geweest om haar wat meer te helpen, zodat het sterven niet zo enorm lang hoeft te duren? Sindsdien is voor mezelf euthanasie een reële optie geworden; ik heb de verklaring al klaarliggen.”

VI Gij zult geen onkuisheid doen

“Mijn moeder vertelde dat ze als meisje in de kerk vaak het woord onkuisheid hoorde vallen. En hoe verschrikkelijk slecht het was. Ze vroeg aan haar oudere zus: ‘Wat betekent dat nou eigenlijk, onkuisheid?’ Ze kreeg een cryptisch antwoord. Het kwam er op neer dat het in ieder geval heel, héél vies was. Op een dag liet ze in het zwembad een wind en dacht: o, dít kon wel eens onkuisheid zijn! Bij de eerstvolgende biecht-beurt zei ze: ‘Ik heb onkuisheid gepleegd’. De pastoor vroeg: ‘Was je alleen of met z’n tweeën?’ ‘Nou, eh... met een heleboel mensen!’ Zo praatten ze een tijdje langs elkaar heen, tot de pastoor begreep waar het om ging en zei: ‘Drie wees-gegroetjes!’ Klaar.

“Ik heb een keer een pastoor horen zeggen dat de kerk zo snel mogelijk bij de mensen tussen de lakens vandaan moest komen. Dat was me uit het hart gegrepen. Misschien heeft het naar boven halen van al die gruwelijke misstanden zo toch nog een positieve kant: de katholieke kerk heeft op dat gebied nu alle autoriteit verloren. Voortaan kunnen ze zich dus weer op de mystiek gaan richten, op het contact met God, en de naastenliefde. De zaken tussen de lakens kan men beter aan de mensen zélf overlaten.”

VII Gij zult niet stelen

“Als grappenmaker ben je vogelvrij. Ik weet nog dat ik een keer optrad in Amsterdam, toen de Berlijnse Muur nét was gevallen. Het gebeurde heel plotseling, iedereen was er vol van. Ik kon niet doen alsof er niets aan de hand was dus ik ging het podium op en zei: ‘Wat me nu toch weer is overkomen. Ik was gisteren in Berlijn, zet mijn fiets tegen de muur, kom ik even later terug en wat denk je..? Muur weg!’ Er werd goed gelachen, ook door een stel dj’s van Hilversum 3 die in de zaal zaten. Een aantal van hen gebruikte die grap meteen in zijn radioprogramma, dus toen ik de voorstelling de volgende dag had gespeeld, kwam er iemand naar me toe en zei: ‘Leuk, die mop over de Muur, maar ik heb ’m gisteren al op de radio gehoord’. Kon ik hem dus niet meer gebruiken. Mijn eigen grap!

“Later gooiden ze de beste oneliners uit mijn show op Twitter. Ik deed een paar try-outs voor mijn oudejaarsshow in Almelo, toen iemand me dat vrolijk kwam vertellen: ‘Die grap gaat helemaal viraal hoor!’ Ik zei: ‘Maar dat is helemaal niet de bedoeling! Ik moet hier nog drie maanden mee door, als mijn show straks klaar is, denkt iedereen dat ik al mijn materiaal van Twitter heb geplukt!’ Toen heb ik voor het eerst, een beetje beschaamd en lacherig, aan het publiek gevraagd om, als ze een leuke oneliner hoorden, die niet meer rond te tweeten en daar werd – tot mijn grote verrassing – naar geluisterd. Soms valt de mensheid heel erg mee.”

VIII Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen

“Als ik aan mijn katholieke jeugd denk, zie ik alleen maar mooie dingen... Alleen biechten, dat vond ik vreselijk. Ik zat op een katholieke jongensschool en vroeg aan mijn klasgenoten wat zij de pastoor vertelden. ‘Ik heb niet goed opgelet tijdens de les.’ Nou, ik lette altijd op, dus daar had ik niks aan. ‘Ik heb niet naar mijn vader of moeder geluisterd.’ Onbruikbaar; ik was zó braaf dat mijn ouders me vroegen of ik niet wat ondeugender wilde zijn – maar daar trok ik me niks van aan. ‘Snoep gepikt.’ Ook niet. Ik was een abnormaal braaf kind; ik had gewoon helemaal niets op te biechten. Toen zei één van die jongens: ‘Ja, maar je moet ook altijd eindigen met: ik heb gelogen. Dan maakt het niet uit wat je zegt.’ Dat was inderdaad de oplossing! Voortaan dreunde ik een rijtje zonden op en sloot daarna af met: ‘Ik heb gelogen’. Ik verliet het biechthokje altijd opgelucht, niet vanwege de zogenaamde zonden die ik had opgebiecht, maar omdat het voelde alsof ik de tandarts had bezocht. Blij dat ik er weer voor een tijdje vanaf was.

“Er is in Almelo een uitdrukking die luidt: ’t is er een van Finkers. Dat betekent dat je zo iemand met een korreltje zout moet nemen. Mijn vader, al mijn ooms en tantes: die hele familie hield ervan om een leuk verhaal te vertellen. En de koude kant zei dan: ‘Ja, maar zo is het toch helemaal niet gebeurd?’ ‘Nee, maar het had zo gebeurd kunnen zijn! Dat is toch veel leuker?’ Mijn vader maakte elk verhaal, iedere keer weer, een stukje leuker, net zo lang tot hij het zelf ook niet meer kon geloven.”

IX Gij zult geen onkuisheid begeren

“In Mattheüs 5 vers 28 zegt Jezus: ‘Al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, heeft in zijn hart al overspel met haar gepleegd’. Nou, dan kan ik wel inpakken, want hoe kan ik nog naar koningin Máxima kijken zonder af en toe per ongeluk te denken hoe het zou zijn om na elf uur ’s avonds even Willem-Alexander te wezen?”

X Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort

“Jaloezie is een menselijke eigenschap die heel veel voorkomt – men spreekt zelfs van een gezonde jaloezie – maar ik kan er moeilijk mee uit de voeten. Ik ben ook helemaal niet competitief ingesteld. Ik werd vroeger, tijdens voetbalpartijtjes op school, altijd als back opgesteld en als er dan iemand met zo’n drieste blik in de ogen op me kwam afgestormd, deed ik met liefde een stapje opzij. Ik zou hem nog hebben geholpen die bal in het doel te krijgen ook – als-ie dat dan zo graag wilde. In mijn werk ben ik ook nooit naijverig geweest. Ik wil niet winnen of de ander verslaan; ik wil juist samen hoger klimmen.

“Op een dag hoorde ik Brigitte Kaandorp het nummer ‘Kom dan bij mij’ zingen. Eerst dacht ik: ik wou dat ik het had geschreven. Daarna was er alleen nog maar bewondering en een nieuwe standaard om me aan op te trekken. In mijn voorstelling ‘Na de pauze’ (Finkers’ comeback-show uit 2007, AV) speel ik ook dat soort liedjes. Maar zo mooi als dat nummer van Brigitte, nee. Het grijpt me iedere keer weer naar de keel. Luister er thuis maar eens naar. Die tekst is zo kaal, zo raak. ‘Als het zwaar wordt om je hart, als de tranen bijna stromen...’ Ze geeft je een glas wijn, een zakdoek om te snuiten, om af te sluiten met: ‘En we drinken en we wachten. Tot het voorbij is.’ Geniaal.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden