Beeld Trouw

ColumnBert Keizer

De tergende leegte van een kinderloos voltooid leven

Het is een vreemde gewaarwording – vreemd eerder dan pijnlijk – om plotseling, zonder waarschuwing, eigenlijk zonder dat je het zag aankomen, te beseffen dat je leven voorbij is. Je bent er nog, in een toestand van al dan niet ernstige neergang, je klampt je vast, je geestelijke vermogens zijn intact, maar passen niet meer bij de mode van de dag; je bent onbruikbaar geworden, je bent een vreemdeling binnen het culturele leven waarin je eens de voorganger was, maar dat je in zijn huidige manifestaties niet meer verwondt of choqueert, integendeel het lijkt alles leeg en futiel.’

Dit schreef Robert de Montesquiou (1855-1921) precies een eeuw geleden in zijn memoires, hij was toen vijfenzestig. Het lijkt mij zinvol in het kader van wat er nu allemaal door de lucht vliegt rond het thema ‘voltooid leven’ om in te zien dat het niet om een geestestoestand gaat waar ouderen in Nederland ergens na 1980 ineens last van begonnen te krijgen.

Mens-zijn is samenhangen met andere mensen 

Montesquiou was kinderloos. Maakt dat wat uit dan? Ik denk het wel en die gedachte is geen oordeel over mensen die bewust kinderloos zijn, maar mens-zijn is samenhangen met andere mensen en bij wind mee is die samenhang het sterkst tussen ouders en kinderen. Dat wil zeggen dat de tergende leegte van hoge ouderdom eerder dreigt bij mensen die geen kinderen hebben.

Nee, ik heb dat niet onderzocht, maar hoor in mijn werk vaak dat kinderen en kleinkinderen een belangrijke reden zijn om nog even te willen blijven op aarde. Belangrijker dan die beste vrienden of wat verdere familie, die overigens ook al overleden kunnen zijn. En een sterkere reden dan al die geweldige boeken die je las, de reizen die je maakte, de films waar je zo van genoot, de muziek die je troostte.

Hoe dit ook zij, met of zonder kinderen, geestelijk vervuld met allerlei prachtigs of niet, hoge ouderdom is nu riskanter in termen van leefbaarheid dan we gewend waren. We hebben niet zo veel kinderen. Ze wonen nog maar zelden in de buurt. Hoe ouder je wordt hoe groter de kans op dementie. Goed zien en redelijk horen wordt problematisch. Je vermogen om het maatschappelijke gebeuren een beetje bij te benen wordt tot het uiterste beproefd. Je moet verdomme een cursus volgen om via het scherm je rekeningen te kunnen betalen. En dan weer een cursus omdat het vervolgens per app moet. Dat lukt pas als je kleindochter je erlangs loodst.

Sukkel, met je Beatles en Reve

Je wordt een beetje een sukkel. Wat jij leest (Reve, Elsschot, Nescio, Multatuli) vindt niemand interessant. Jouw muziek (Beatles, Stones, Hendrix, Dylan, Zappa) staat in het museum. In het parlement zitten alleen maar nitwits die denken dat Napoleon lang standhield bij de Grebbeberg. Zo kun je eindeloos doorzeuren over hoe akelig het soms is om heel oud te zijn.

Boven alles uit steekt de ellende van je falende lichaam en wat je vroeger vagelijk vermoedde blijkt nu toch echt te kloppen: alle wegen leiden naar de dood. Wat daarbij opvalt is dat de laatste jaren nooit de leukste zijn. Nooit. Voeg daar nog aan toe dat we niet meer denken dat je na de dood ernstige problemen kunt krijgen, kan niet schelen wat je hier hebt uitgevreten, en de gedachte dat je dan beter eerder uit kunt stappen dient zich aan. Niet eerder uitstappen in een eenzame zelfmoord die de naasten verbijsterd en gekwetst achterlaat. Nee, kalm, dankbaar, min of meer overeind en in gesprek met je geliefden je ogen sluiten. Het klinkt goed. Of niet per se slecht. Maar niemand weet hoe we dit netjes kunnen regelen. De doodpil neerleggen bij Albert Heijn durft niemand, want dat zou tot onterechte zelfdodingen kunnen leiden, hetgeen een gruwelijk risico is.

Maar zodra je een loket voor die pil zet gaat daar iemand achter zitten die zegt: jij wel, jij niet, jij misschien, jij straks enz. Pia Dijkstra doet in haar wetsontwerp net alsof ze over deze functionarissen beschikt. Dat is niet het geval. Het mogen géén artsen zijn. Op grond waarvan gaan deze zogenaamde ‘levenseindebegeleiders’ zeggen dat het ene leven wel voltooid is en het andere nog niet? Of bijna? Waar halen ze vervolgens de medicatie vandaan? Wat betekent dit voor de huidige euthanasiewet? Dit zijn allemaal lastige vragen. Maar toch, ik ben niet tegen het idee. Ik zie alleen nog geen haalbare uitwerking.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum EuthanasieVoor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden