De OoievaarDrank

De stemming blijft goed, ondanks de drank

Hij buigt zich voorover en geeft haar een kus. Ze ligt op de behandeltafel, waar ik zojuist haar buik heb gecontroleerd. Ze is 26 weken zwanger en alles gaat goed.

De geur van alcohol die zijn bewegingen met zich meebrengen, blijft hangen in mijn neus. Elke controle ruik ik het. Soms is de geur verschaald, de andere keer vers. “Hoe lang is ze nu zwanger?” vraag ik hem. Hij geeft op de dag af het juiste antwoord. Telkens lijkt hij helder. Behalve de geur is er niets aan hem te merken. “Trots op mijn meisje.” Hij pakt haar hand en helpt haar opstaan.Ook relationeel lijkt er geen vuiltje aan de lucht. “Is hij klaar voor het vaderschap?” vraag ik haar gekscherend. “Zeker!” Of moet hij nog wat wilde haren kwijt? Ze lacht. “Hij is er klaar voor en ik zal hem zijn avondjes naar de voetbal en af en toe met zijn maten de kroeg in blijven gunnen, ook als de kleine er is. Dat weet hij.” “Ja, ik heb een topdame.” Hij klopt haar op de schouder.

Het is twee uur ’s nachts als ze belt. “De weeën zijn begonnen.”

“Oké, hoe snel gaat het?”

“Ik ben alleen thuis. Het gaat nog niet heel hard, dus ik heb hem nog niet gebeld. Hij is gaan voetballen en zou daarna nog even in de kantine blijven hangen.”

“Ik kom jouw kant op.”

“We zullen dit kalfje eens binnenhalen”

Als ze de deur voor me opendoet, klapt ze dubbel en grijpt naar haar buik. Ik begeleid haar naar het bed en controleer haar. “De ontsluiting is goed op gang. Ik denk dat het toch handig is als we hem bellen.” Ze pakt de telefoon en een half uur later waggelt hij binnen. “Yeehaw”, roept hij als een cowboy en draait een denkbeeldige lasso boven zijn hoofd. “We zullen dit kalfje eens binnenhalen.”

Rode ogen, een dubbele tong.

“O nee toch”, giechelt ze. “Zullen we maar naar het ziekenhuis gaan?” vraagt ze aan mij.

Hij kan niet rijden, we bestellen een taxi. Grinnikend stapt het echtpaar in. Bij het ziekenhuis stappen ze lachend uit. Ook op de verloskamer blijft de stemming goed. Hij raakt op weg naar het bed een stoelpoot en blijft hangen in het gordijn. Zij lacht erom. De personeelsleden van het ziekenhuis trekken hun wenkbrauwen op. Schietend als een nepcowboy gaat hij door de ruimte. “Weg met die weeën”, gilt hij. De ene na de andere grap volgt. Zij blijft erom lachen.

Als het persen begint, wordt hij rustiger. Het is warm in de verloskamer. Hij is gaan zitten en hangt onderuitgezakt en half tegen de muur. Ik zie dat zijn ogen langzaam dichtvallen. Als het hoofdje van de baby zichtbaar wordt, klinkt een luid gesnurk. De kersverse vader slaapt diep als zijn zoon wordt geboren. Het lukt ons niet om hem wakker te krijgen. De kraamhulp en ik trekken en duwen. Zijn vrouw kijkt vertederd naar hem. “Het is oké”, zegt ze. “Hij wordt wel weer wakker.”

Mickelle Haest tekent om en om de ervaringen op van een uitvaartverzorger of die van een verloskundige.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden