Renee Frankhuizen: 'Dat gipsy-bloed dat door mijn aderen stroomt, dat voel ik wel'.

De zintuigen vanRenee Frankhuizen

De steen, het mes en ik: wij zijn een gouden driehoek

Renee Frankhuizen: 'Dat gipsy-bloed dat door mijn aderen stroomt, dat voel ik wel'.Beeld Patrick Post

Renee Frankhuizen drumde jarenlang bij percussiegroep Slagerij van Kampen. Nu vindt ze haar bestemming als messenslijper in Eindhoven. ‘Ik ben eigenlijk een wandelend zintuig.’

VOELEN
Als je iets echt wil leren, ga ervoor en stop niet

“Vorige zomer, ik was bij een vriendin in Portugal, kwam het idee. Ik kon geen muziek meer maken, ik zat tegen een computer aan te praten in plaats van tegen mijn studenten en ik ging dood van binnen, echt waar. Alsof ik niets meer voelde. Ik lag op mijn rug naar de sterren te kijken en dacht letterlijk; wat ga ik dán doen? Ik hou van koken en eerst dacht ik aan soep maken, maar ja, die hele horeca zat juist dicht. Vervolgens dacht ik aan hoe iedereen nu thuis aan het koken geslagen was, of mooi verzorgd eten van topkoks liet bezorgen, en daar kwamen mijn eigen botte messen voorbij. Toen zei ik tegen Nicole, mijn vriendin: ‘Ik weet het zeker, ik ga messen slijpen. En ik ga de beste worden.’ Zij zei: ‘Moet je doen schat’.

Ik heb twee slijpsteentjes gekocht en ben begonnen. Thuis op het aanrecht. Met YouTube-filmpjes. Ik had nog nooit een mes geslepen. Vanuit Japan en Amerika kreeg ik online les, ik wilde leren, leren, leren, ik was echt ‘zuchtig’ en ging op zoek: wie is de allerbeste van wie ik het kan leren? Dat heb ik nooit eerder zo gehad. Ik drum al heel lang maar ik heb nooit gedacht: ik moet bij Cesar Zuiderwijk langs.

Ik vond een oude Japanner, Sakashita Katsumi. Hij is meesterslijper, zit in een garagebox in Tokio en slijpt al zijn hele leven samoeraizwaarden en messen van Japanse chefs. Dan kijk ik ondertussen af wat hij op z’n tafel heeft staan, welke spullen hij gebruikt, en ga ik oefenen. Op een bepaalde steen of op een bepaald mes. Voelen hoe het moet. Ik ben niet geïntimideerd dat die man dat al zijn hele leven doet, nee. Wel zou ik natuurlijk graag eens twee dagen met hem meelopen in zijn werkplaats.

Ik heb altijd verlangd naar een tocht naar binnen. Toen ik in 2015 mijn eerste pelgrimstocht naar Santiago de Compostela liep nam ik tijd om met mezelf weg te gaan: 575 kilometer. Binnen 21 dagen heb ik dat gedaan, was 10 kilo afgevallen, beresterk en gestroomlijnd. Als je daar loopt ben je de pure versie van jezelf, en de mooiste. Op de vijfde dag liep ik de Spaanse hoogvlakte op, kneiterheet was het en ik had blaren. Heel pijnlijk. Uiteindelijk heb ik een schoen vervangen door een teenslipper en ben ik bij twee oudere dames aangehaakt. Ik stond op en ik dacht: ik ga dit halen! Tot het einde ben ik alleen maar heel happy geweest. Ik wilde de rest van mijn leven doorlopen.

Ik had ontzettende heimwee toen ik thuiskwam. Ik had eigenlijk geen verhaal, niks te vertellen, alles wat ik zei deed afbreuk aan dat gevoel. Toen heb ik meteen een ticket gekocht, een enkeltje. Dat gaf rust, de wetenschap dat ik weer kon gaan. Zonder deze ervaring had ik misschien de messen niet gevonden.”

INTUÏTIE
Door je eigen flow te creëren kom je verder

“Kijk hier, dit mes ben ik aan het restaureren, het is van een Franse kok. Het was helemaal bekrast en ik ben aan het polijsten geslagen. Het hout heb ik met lijnolie bewerkt. Dan zit ik hier enorm gelukkig te wezen als ik het onder mijn handen weer leven zie krijgen. Ik hou daarvan. Niet weggooien oude messen, vooral naar mij brengen!

Het past bij het minimalisme van de Japanners: als iets kapot is, wordt het gerepareerd. Vaak met goudverf zodat je het goed kunt zien. Die verstilling daarvan vind ik magisch mooi, om juist de schoonheid van ouderdom te tonen. Daardoor ben ik ook anders gaan kijken als ik mezelf in de spiegel zie.

Ik heb het gevoel dat ik thuiskom. Ik ben erg zintuiglijk, eigenlijk bén ik een wandelend zintuig. Voor mij zijn proeven, voelen en ruiken het belangrijkst, alleen al omdat ik heel veel van koken hou. Het sensitieve stukje vind ik zelf geen zintuig, terwijl dat bij mij behoorlijk ontwikkeld is. Ik ben hoog sensitief. Intuïtie, lichaamsbewustzijn, dat is heel belangrijk voor mij. Zeker nu, sinds het slijpen, ervaar ik dat. Het is een ritueel, een dans met de stenen en mezelf. Zo creëer ik mijn eigen flow die me verder brengt. Eindelijk kan ik faseren, heb geen haast, stippel bewust en geduldig mijn route uit: is dit wat ik wil? Zijn dit de mensen met wie ik wil werken? Er ontstaan zo bijzondere ontmoetingen hier in mijn atelier.

Ik had net bezoek uit Duitsland, Frau Giselheid Herder van de firma Herder uit Solingen was hier. Een oud en bekend familiebedrijf. We hadden een mooi gesprek. Zij produceren de Windmühlenmesser, je kent ze vast wel, die heel scherp geslepen carbonstalen messen. Ze hebben nu ook een exclusieve lijn met Japanse messen. Frau Herder heeft in Japan een geweldige smid gevonden die ze op traditionele wijze maakt. Japanse messen zijn enorm populair, ook onder thuiskoks. Het is echt een fetish, maar wat je online tegenkomt zijn meestal niet de ‘echte’, dan zijn ze alleen op Japanse wijze gemaakt. Deze zijn wel echt, en heel duur. Ik mag ze nu gaan verkopen. En slijpen. Elk mes is uniek en heeft zijn eigen verhaal, ik had er een paar in mijn handen vanochtend. Ze worden in Japan gemaakt, maar in Duitsland volgens de Windmühlen-methode, de ‘Dünnschliff’, geslepen. Niet normaal scherp. Als je zo’n mes op je nagel zet dan buigt het mee.

In Nederland heb je trouwens ook heel mooie messenmakers. Die wil ik hier ook een podium geven. Guido Ooms bijvoorbeeld, hij is docent productontwerpen op de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, hij maakt prachtige messen. Zelf ga ik magneetborden maken van oud, bezield hout waar je je messen aan op kunt hangen. Ik ga hiervoor ook leren lassen. Ik wil alles zelf doen.

Ja, het is heel hard gegaan, ik ben opengegaan in november en meteen voor de betere koks gaan slijpen. Ik wilde ook dat hogere segment in. Zo kwam ik via een vertegenwoordiger van messen in de kokswereld bij Frau Herder terecht. Hij zei: ‘Ik vind het mooi wat jij doet, ik ga je helpen’.”

HOREN
Je roots leren kennen, dat is toch echt belangrijk

“Voor mij heeft drummen niet zo veel met horen te maken. Eerder met ritme, het is een introverte ervaring. Bij Slagerij van Kampen zei een van de bandleden altijd tegen mij: ‘Kijk eens niet zo chagrijnig!’ Maar ik was zo gefocust.

Ik was een heel speels kind, altijd buiten. Kon me niet concentreren, vond de hele wereld wonderlijk en mooi, behalve in mijn aardrijkskundeboek. Ik was zes toen ik ging vissen – en dat doe ik trouwens nog steeds.

Ik ben geadopteerd. Mijn biologische moeder heb ik pas op latere leeftijd leren kennen. Ik had daar eerder geen behoefte aan want ik heb twee schatten van ouders. Ik heb geen last van dat Spoorloos-gevoel. Toch ben je nieuwsgierig naar je roots. Ik ben nogal een loner en ik wist dus niet wie mijn vader was, schijnbaar was dat een incidentele ontmoeting met mijn moeder. Hij werkte op de kermis en trok rond, dus dat gipsy-bloed dat door mijn aderen stroomt, dat voel ik wel. Mijn oma was een heel spirituele katholieke vrouw, van haar heb ik denk ik mijn belangstelling voor westerse esoterie en occulte filosofie.”

null Beeld Patrick Post
Beeld Patrick Post

ZIEN
Met mijn ogen dicht raak ik niet afgeleid

“Ik ging veel naar punkconcerten. Mijn eerste liveconcert überhaupt waren de Sexpistols in de Effenaar >> in Eindhoven. Ik was denk ik 17 en had een kaartje! Ik ben opgegroeid in Best, best wel braaf, maar nu stond ik ineens daar en voelde ik die rock-’n-roll, die boze vibe – ik ben niet boos hoor, ik was nooit een boze punker. Ik had wel punk-kleding aan, maar ik had een permanentje dus ik viel overal net even buiten, haha. Maar het imago van de punkmuziek, dat anarchistische, dat sprak me aan. Iets later zouden we een punkband beginnen, we hadden geen drummer. Toen heb ik een drumstel gekocht.

Op mijn 21ste had ik een vriendinnetje en haar handenarbeidleraar zat in de percussieband Slagerij van Kampen en daar zochten ze een nieuw meisje. Ze hadden toen pas drie nummers, en ik kon meedoen. Ik ben vijftien jaar gebleven. Fantastisch, we hebben overal gespeeld: Vredenburg, Paradiso. Dat ik er uit stapte op het hoogtepunt was omdat ik heel goed wist wat ik moest doen als onderdeel van Slagerij van Kampen, maar niet met mezelf: ik had geen idee. Na mijn vertrek kwam er een Edison voor het hele oeuvre. Ik zag ze op tv en moest gewoon huilen: mijn familie! Ik had geen spijt maar het was een rouwproces. Pas na drie jaar kon ik weer naar ze kijken.

Voor mij is kijken, zien niet echt een zintuig, het is meer van een afstand aanschouwen. Ik kijk heel goed naar wat ik doe, maar eigenlijk vind ik mijn ogen heel afleidend. Als ik mijn ogen sluit kan ik beter blijven bij wat ik aan het doen ben.

Ik ben gaan studeren, ik was 35 en wilde toch mijn diploma’s halen. Ik ben activiteitenbegeleiding gaan doen op het mbo en kreeg een baan in de Penitentiaire Inrichting Vught, ik gaf creatieve therapie. Een heel rare wereld op zich. Ik kon daar wel iets voor elkaar krijgen met die jongens; we zijn allemaal mensen tenslotte. Maar er zitten er ook bij die heel kwaaie dingen hebben gedaan. Die schreven zich meestal niet in voor muziek, maar ik kreeg na acht jaar meer last van dingen, ook omdat ik toen een kind kreeg. Dat maakt je gevoeliger.

Sindsdien geef ik les op het Summa College in Eindhoven. Voor de klas staan is nog steeds te gek en blijf ik voorlopig ook doen. Heerlijk dynamisch. Al is er steeds minder ruimte voor expressievakken. We worden meer een kennismaatschappij, al die unieke kinderen worden te veel in een stramien geperst, terwijl ze het zelf nog niet weten en niet de tijd krijgen om dat te onderzoeken. Ik zie hoe ze al die ballen in de lucht houden, ook soms met moeilijke thuissituaties, en dan die corona, man!”

RUIKEN
De geur van staal over de natte steen is fantastisch

“Ik heb mijn Tormek, mijn slijpmachine, onlangs weggedaan. Ik wil niets machinaal doen, ik wil dat ambacht voelen, dat het door mijn bloed gaat. Ik heb nog veel gesprekken te voeren met mijn messen en stenen, ieder mes vraagt een andere aanpak. Hoeveel druk moet ik zetten, in welke hoek ga ik slijpen, heb ik de juiste steen met de juiste korreldikte? Je begint met een grove steen, zoals bij schuurpapier, het wordt steeds fijner en dan krijg je een soort polijstlaagje – hoewel je niet alle messen moet polijsten want dan laat soms de groente niet los door de structuur.

De stenen, en de geur van hoe het staal over de natte steen beweegt: ik vind het fantastisch. Sommige Japanse slijpstenen ruiken naar aarde, andere naar vuursteen, zoals deze, ruik je het? Heerlijk toch? Het is een gouden driehoek, de steen, het mes en Renee. Als ik een keer niet lekker in mijn energie zit krijg ik mijn messen niet scherp. Soms komt er een mes terug, dat vind ik moeilijk om te incasseren. Ik heb wel eens drie dagen op twee messen staan slijpen. Dan ging ik naar huis, werd ik onrustig en ging ik nadenken over misschien een andere steen, hoek, aanpak. Totdat het goed was.”

Renee Frankhuizen

Renee Frankhuizen (1960) zit met haar ambachtelijke messenslijperij Scherpeindje (scherpeindje.nl) op Sectie-C in Tongelre, Eindhoven. Ze is ook muziekdocent op het Summa College in Eindhoven, heeft een zoon en woont samen met vriendin Nicole in Eindhoven. Renee was drummer bij de vermaarde percussiegroep Slagerij van Kampen. Haar huidige band heet Betty Blue.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden