null Beeld Annabel Miedema
Beeld Annabel Miedema

Alleen in bed

De ‘slaapscheiding’ kan een uitkomst zijn voor je relatie én je nachtrust

Het tweepersoonsmatras lijkt de toegangspoort tot de kwetsbaarste intimiteit die je met een ander kunt delen: samen slapen. Maar wat als je zo niet aan je nachtrust toekomt, vraagt lichte slaper Sofie Rozendaal zich af.

Sofie Rozendaal

Ik ben een extreem lichte slaper. Iemand naast me in bed met zijn eigen geluiden, bewegingen en ritme houdt me wakker. Geluk bij een ongeluk is dat mijn vriend óók een slechte slaper is. We wonen niet samen, maar als hij bij mij is, slaapt hij in een aparte slaapkamer. Toch zou zijn voorkeur uitgaan naar vaker samen slapen, en niet alleen sporadisch, zoals we nu doen.

Die wetenschap steekt; dat iets wat voor de meeste koppels zo vanzelfsprekend is, vooral voor mij onmogelijk blijft. Als ik de keuze had, zou ik willen dat ik het kon. Hoewel er de laatste jaren meer openheid komt over apart slapen, rust er nog steeds een taboe op. Het wordt zelfs een ‘slaapscheiding’ genoemd, wat indirect impliceert dat je geen volwaardige liefde hebt als je niet het bed deelt.

Ik vraag me af of dat waar is en waarom samen slapen zo belangrijk is voor de meeste mensen. Waar komt die behoefte vandaan?

Met z‘n allen in één bed is wel zo veilig

Samen slapen lijkt een onlosmakelijk onderdeel van een gezonde relatie, binnen allerlei culturen. “Sinds mensenheugenis was het normaal om het bed te delen. Niet alleen met je partner, met het hele gezin”, zegt psycholoog en slaapspecialist Annelies Smolders, auteur van het boek Start to sleep. In 2011 ontdekten archeologen het oudste bed ter wereld in een grot in Kwazulu Natal, Zuid-Afrika. Het bed is 77.000 jaar geleden gemaakt. Het matras van ongeveer 30 cm dik bestond uit lagen riet en biezen, en zou redelijk comfortabel zijn geweest. Op de bodem lag een stapel beddengoed, gemaakt van samengeperste grassen van bladplanten om insecten te weren. Met 2 vierkante meter was het groot genoeg voor een compleet gezin. Het was veilig om met zijn allen in een bed te slapen, in een groep ben je minder kwetsbaar.

Angst voor het donker zit diep in de mens verankerd. Een angst, zo lees ik in een artikel in The Atlantic, die stamt uit de tijd dat we niet bovenaan de voedselketen stonden en daadwerkelijk gevaar liepen, vooral in de nacht. Hoe groter de groep waarin we verkeerden, des te veiliger we waren.

Bent u een alleen- of een samenslaper? Reacties (max. 150 woorden) zijn welkom via tijdgeestreacties@trouw.nl. Graag naam en woonplaats vermelden.

Wie niet samen sliep, had geen seks

In de loop van de tijd veranderden slaapgewoontes en dat had logischerwijs, naast veiligheid, te maken met welvaart en sociale klasse. Welgestelde Romeinen sliepen alleen. Grote bedden waren er puur voor seksueel genot. Na afloop vertrok ieder naar een eigen bed, in een andere kamer.

Tijdens de industriële revolutie trokken veel mensen naar steden, waar de ruimte zeer beperkt was. In kleine huisjes en kamertjes sliepen hele of zelfs verschillende families noodgedwongen bij elkaar. Een echte slaapkamer was voorbehouden aan de rijken. “Mensen die welgesteld waren sliepen apart, dat is door de eeuwen heen hetzelfde gebleven”, aldus Smolders. “Een eigen slaapkamer was een privilege; een teken van een hogere sociale klasse.”

null Beeld Annabel Miedema
Beeld Annabel Miedema

In vroeger tijden was samen slapen dus niet gekoppeld aan romantische opvattingen over de liefde. Het gaf juist status om apart te kunnen slapen. Maar die hooggestemde idealen van symbiotische verbondenheid met een liefdespartner namen in de loop van de vorige eeuw de overhand, ook als het ging om slaapgewoontes.

Volgens de Amerikaanse slaaponderzoeker Wendy M. Troxel werd vooral vanaf de seksuele revolutie de figuurlijke betekenis van samen slapen – seks – gelijkgesteld met de letterlijke. Wie niet samen sliep, had geen seks. En seks was belangrijk, het belang van een goede nachtrust ondergeschikt: slapen deed je als je dood was. Dat je wakker lag van een snurkende bedpartner deed er niet toe. Het ging om het idee dat je elk moment kon vrijen, wat hoorde bij een gevoel van vrijheid, leven en verbinding.

Een smal tweepersoonsbed in een huis met twintig kamers

We zagen en zien het nog steeds in films en series. Ook de keerzijde. In de Netflixserie The Crown over het Britse koningshuis staan de gescheiden slaapzalen van Elizabeth en Philip pijnlijk symbool voor hun problematische huwelijk en eenzaamheid: ze kunnen elkaar via een lange gang nog nét alleen in bed zien liggen.

Daarentegen liggen de Crawleys, lady Cora en lord ­Robert, in de populaire serie Downton Abbey (over de tanende glorie van de Britse adel tijdens en na de Eerste Wereldoorlog) in hun gigantische landhuis met minstens twintig kamers dicht tegen elkaar aan in een smal tweepersoonsbed. De niet mis te verstane boodschap: hier heerst een goede verstandhouding.

Beter slapen, maar hoe?

Wat te doen als je een slechte slaper bent? Reinier de Groot is longarts­-somnoloog en medisch directeur van het Nederlands Slaap Instituut. “Er zijn veel slaapproblemen. Als je op straat vraagt hoe ­tevreden mensen zijn met hun slaap, zegt ­ongeveer de helft onvoldoende te slapen. Echte slaapstoornissen zijn er veel minder: slechts zo’n 10 procent van de bevolking heeft een slaapstoornis.”

De Groot stelt zijn patiënten vaak de vraag of ze kunnen achterhalen wat ze nodig hebben om goed te slapen. Als het lukt om de stoorzenders te ­elimineren, lossen de problemen vaak vanzelf op. “Wanneer een partner ook een van die stoorzenders is, zoeken we naar oplossingen. Zo worden er speciale bitjes voor in de mond ­gemaakt om snurken te voorkomen. Ook een paar op maat gemaakte oordoppen kunnen wonderen doen. “Als dat niet helpt, zou ik als arts zeker aan­raden om apart te slapen, al is het maar een paar nachten per week.”

Veel mensen beseffen volgens De Groot niet dat een goede nachtrust voorbereiding vergt.

Zijn tips:

• De kamer moet donker en rustig zijn, zonder te veel prikkels. Het bed moet comfortabel zijn, evenals de temperatuur – rond de 15 graden is ­optimaal.

• Wees ontspannen en neem de tijd om de dag af te bouwen. Ga niet laat sporten. Neem geen alcohol of koffie of een zware maaltijd.

• Leg de smart­phone of laptop weg. Door het blauwe licht maakt je ­lichaam minder ­melatonine aan, een hormoon dat ­invloed heeft op je slaap-waakritme, waardoor het langer duurt voordat je in slaap komt. Licht ontregelt de slaapklok.

“Apart slapen wordt gezien als teken van een liefdeloze, passieloze verbintenis”, bevestigt Annelies Smolders. “Ik maak regelmatig mee dat ik mensen met slaapproblemen adviseer om tijdelijk naar de logeerkamer te verhuizen, weg van hun partner. Vaak stuit ik op veel weerstand. Dan probeer ik uit te leggen dat een goede relatie en een gezonde nachtrust twee verschillende dingen zijn.”

Verschillende dingen, die wel degelijk met elkaar te maken hebben. Een team wetenschappers van de universiteit van Leeds in Groot-Brittannië deed onderzoek naar wat mensen ’s nachts wakker houdt. Ruim een derde van de bevraagden werd wakker gehouden door hun partner, wat kan ontaarden in discussies of ruzies over gesnurk en gewoel. Volgens de hoofdonderzoeker, slaapexpert Nerina Ramlakhan, kan een slechte nachtrust zorgen dat je prikkelbaar wordt en dat heeft natuurlijk een negatieve invloed op je relatie.

Smolders: “Vaak wordt gedacht dat geliefden gaan ‘synchroonslapen’, dat ze ongeveer hetzelfde ritme krijgen. Maar dat blijkt helemaal niet te bestaan.”

Samen slapen kost drie uur nachtrust per week

We hebben volgens Smolders allemaal ons eigen bioritme en het is onmogelijk om dat aan te passen. “Bovendien blijkt uit onderzoek dat hetzelfde bed delen je gemiddeld zo’n drie uur nachtrust per week kost.” Als dat resulteert in een chronisch slaaptekort kan dat gevolgen hebben voor je gezondheid.

Een slaaptekort is ook niet goed voor je afweer. Zo volgden onderzoekers van de Washington School of ­Medicine elf eeneiige tweelingen, van wie er een zes uur per nacht sliep en de ander zeven. Al na twee weken was er een verschil te zien in hun bloedwaarden. Het immuunsysteem van degene die zes uur sliep was minder actief dan dat van de ander. Op korte termijn heeft dat invloed op je weerstand en op de langere termijn kan slaaptekort een verandering van het serotoninesysteem in je ­her­senen veroorzaken. Mogelijke gevolgen zijn: angsten, depressies, concentratiestoornissen en stressklachten.

Allemaal argumenten die mijn keuze voor apart slapen bevestigen. Samen slapen doen wij bij hoge uitzondering, maar dan zorg ik wel dat ik de volgende dag kan uitrusten. Ik heb zelfs speciaal voor mijn vriend een tweede slaap­kamer in mijn huis laten bouwen. Apart slapen is dus ­geïntegreerd in ons dagelijks leven en toch is het moment van afscheidnemen vervelend. Als je in elkaars armen ligt, is het ontzettend moeilijk om je los te maken.

En dan is er nog dat knagende gevoel van falen als vriendin, dat ik mijn partner tekortdoe, wat me soms wakker houdt. Alleen slapen is dus ook niet zaligmakend.

Een kwestie van oefenen

Relatietherapeut Ferry Perret Gentil snapt het dilemma. “Mensen associëren apart slapen met ruzie, afwijzing en afzondering. Dat staat haaks op de elementen die nodig zijn voor een gezonde relatie: veiligheid, variatie, belangrijkheid en verbinding”, zegt hij. “Het grootste probleem is dat mensen bang zijn dat ze iets verliezen. Ten eerste wordt een algemeen beeld aangetast dat je samen hoort te slapen. Ten tweede zijn mensen bang om momenten van intimiteit kwijt te raken. Zoals knuffelen, de dag evalueren, seks; verbinding maken.”

Want ja, hoe zit het met die seks? Hoewel seksuoloog Eveline Stallaart voorstander is van samen slapen onder normale omstandigheden, benadrukt ze dat apart slapen niet gelijkstaat aan een slecht seksleven. “Het is belangrijk om de gelegenheid te creëren. Als je samen slaapt, gaat dat vanzelf – van kroelen in bed komt meer. Als je apart slaapt, moet je meer moeite doen. Ik raad aan om even bij elkaar in bed te kruipen ’s avonds, voor je naar je eigen bed gaat. Dan heb je dat moment van intimiteit.” En seks, zegt ze, hoeft zich niet te beperken tot de slaap­kamer. Wanneer die gezamenlijke standaardplek wegvalt, nodigt dat uit tot creativiteit. “En van seks komt seks; als je langere tijd minder vrijt, ben je er ook minder ontvankelijk voor. Blijf dus zeker investeren.”

Toch is samen slapen soms een kwestie van oefenen, zegt ze. “Mensen hebben zo’n drie maanden nodig om ergens aan te wennen. Dat is het proberen waard. Het geeft toch een verbinding die ik stellen gun.”

Het bed wordt groter en beter

Het lijkt alsof we ­tegenwoordig meer ruimte nodig hebben in bed. Tot in de loop van de vorige eeuw waren mensen gewend in een ­bescheiden twijfelaartje te liggen, van 1,30 of 1,40 ­meter breed. David Minco, eigenaar van beddenzaak Morpheus (de derde generatie die de winkel runt): “Inmiddels is een bed van 2 meter breed geen uitzondering. We willen duidelijk groter slapen, al is het sterk afhankelijk van de regio. Onze winkel in Hilversum, ­nabij het Gooi, verkoopt vaker grote bedden dan onze vestiging in de stad Utrecht, waar meer mensen dichter op elkaar wonen.’’

Wat Minco ook opvalt, is dat we de laatste jaren meer bezig zijn met onze slaapkwaliteit. “Je hebt bedden om in te slapen, en bedden om uitgerust in wakker te worden. Je merkt dat mensen hun nachtrust steeds serieuzer nemen en dat ze daarom meer willen investeren en besteden.”

Het komt volgens hem regelmatig voor dat een echtpaar om die ­reden apart slaapt, al blijft er volgens Minco wel een ­taboe op rusten. “Meestal merk je dat indirect. Bijvoorbeeld doordat een van de twee alle beslissingen neemt en de ander zich totaal afzijdig houdt. Dan is het duidelijk dat het bed niet voor diegene is bedoeld. Maar het komt ook weleens voor dat mensen het gewoon zeggen. Dat ze twee keer hetzelfde bed bestellen voor twee verschillende kamers, of een eenpersoonsbed erbij nemen voor de ­logeerkamer. Ik denk dat veel meer mensen apart ­slapen dan we ­beseffen.”

Behoefte aan huid-op-huidcontact

De emotionele lading van samen slapen is groot, zegt schrijver en futuristisch antropoloog Roanne van Voorst. Ze schreef Met z’n zessen in bed, waarin ze de toekomst van de liefde onderzoekt. “Ons hele systeem kalmeert als er een geliefde in de buurt is”, zegt ze. Dat zie je al bij baby’s, die huid-op-huidcontact nodig hebben.

“Het is belangrijk voor een mens om aangeraakt te worden. Door samen te slapen maak je oxytocine aan, het knuffelhormoon dat zorgt voor een gevoel van geluk, veiligheid en verbondenheid. Uit allerlei onderzoeken blijkt dat we daar goed bij gedijen en dat het slaapbevorderend is.” Maar het gaat niet altijd goed, merkt ze ook zelf. “In principe slapen mijn man en ik samen, maar sinds we een kind hebben, slapen we soms apart. Het voelt heel liefdevol dat hij mij een goede nachtrust gunt door mij alleen te laten liggen en voor onze dochter te zorgen.”

’s Avonds in bed, na dit gesprek, betrap ik me erop hoe fijn het voelt, zo’n groot bed voor jezelf. De rust, de stilte. Het donker. Lang heb ik gedacht dat ik me niet volledig kan overleveren aan mijn vriend. Dat ik te graag controle wil houden, me niet van mijn meest kwetsbare kant wil laten zien en daarom niet samen kan slapen. Nu besef ik dat het daar niks mee te maken heeft. Dat ik wel degelijk vol toewijding in deze relatie zit en apart slapen daar geen afbreuk aan doet. Dat ik vooral last heb van de sociale druk. Iets waar ik niet meer wakker van wil liggen.

Sofie Rozendaal (1987) is journalist en schrijfster. In ­januari verscheen haar boek De ideale vrouw die ik nooit was (Volt-Singel Uitgeverijen).

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden