ColumnBert Keizer

De overdosis die ik haar gaf, hield collega J. nog jaren op de been

Over de dood gesproken, Reinbert de Leeuw overleed op 14 februari. De volgende dag al verschenen er in Trouw, Het Parool en de NRC uitgebreide beschouwingen over zijn unieke werkzaamheid in het muziekleven. Ik vrees dat deze teksten niet geschreven werden tijdens de paar uur tussen zijn verscheiden en het ter perse gaan van de krant, maar dat men zijn oversteek naar ginds via dorpsroddel reeds enkele weken voorzag.

Ja, Amsterdam bestaat uit een aantal dorpjes. Wat valt hier te vrezen? Nou, niks natuurlijk, maar iets in mij vindt dit ongepast. Het is alsof je het steggelen over wie haar gouden ketting krijgt al inzet, terwijl moeder nog ligt te reutelen.

Spike Milligan, de Engelse komiek, nam dit heft zelf in handen toen hij in 1990 naar The Times schreef met de vraag of zijn necrologie al klaar was: “Want ik voel me niet zo lekker de laatste tijd”.

En nu we het toch over de dood hebben, van meerdere kanten werd mij gevraagd: wat vind jij nou van dat voltooid-levengedoe? Ik heb hier al eens geschreven dat ik nog nooit een realiseerbaar plan heb gehoord, waarin de overdosis op tijd belandt bij die mensen die er op goede grond om vragen. In deze zin worden alle problemen meteen opgesomd. Welke mensen? Wat zijn goede gronden? Wanneer is ‘op tijd’?

Ik overweeg om het hier inderdaad maar bij te laten

Een voorbeeld uit de praktijk. In 1990 ging collega J. met pensioen, ze was toen 65. Ze vroeg mij nogal eens schertsenderwijs wat een goede leeftijd was om te sterven. Ik zei altijd op zeer besliste toon: “Tachtig!” Ik was toen zelf 49 en ik dacht: wie is er zo gek dat hij nog verder wil als hij tachtig is? Ik ben nu 72 en blik met grote ergernis terug op mijn geklets van toen. J. vatte het grappig op en zei: “Oké, daar hou ik je aan”. In de daaropvolgende jaren kwamen we elkaar nog weleens tegen, maar we hadden het niet meer over de leeftijdsgrens die ik had voorgesteld. Totdat ze tachtig werd en mij weer eens opzocht in het verpleeghuis.

“Nou”, zei ze, “hier ben ik, tachtig jaar oud. En ik overweeg om het hier inderdaad maar bij te laten.” Ik schrok me dood, maar het was wel precies wat ik geroepen had. Ze zag me terugkrabbelen en moest daar om lachen. “Hé, het gaat niet om jouw dood, maar om de mijne.” Ja maar toch.

Ze kwam mij niet alleen maar herinneren aan de indertijd zo gretig benoemde limiet. Nee, ze wilde ook dat ik met een dodelijk medicijn over de brug kwam. Nou weet ik niet meer of ik daar nou erg lang over heb lopen tobben, maar ik heb het haar gegeven.

Dit was dan de leuke versie van de pil van Drion

J. ging naar huis met een solide overdosis waardoor ze op waardige wijze enz. Ik was huiverig over hoe het verder zou gaan, maar werd gerustgesteld toen ik bij de jaarwisseling van haar een prachtige kaart kreeg met de tekst: “Ik ben er nog hoor, het gaat redelijk, ook wel goed soms”. Ik ontving nog twee keer in december zo’n opbeurend bericht. In het derde jaar na haar tachtigste kreeg ik een rouwkaart. Zou ze het dan toch gedaan hebben? Het was zomer, ik stond op het punt met vrouw en kinderen naar het zuiden te rijden en ik kon de begrafenis niet afwachten. Met loden schoenen ging ik naar het avondbezoek in de Nieuwe Ooster, waar ze lag opgebaard. Nu zou ik haar twee zoons onder ogen moeten komen. Die verwelkomden mij echter met een glimlach en legden uit dat mijn overdosis haar bijna drie jaar lang op de been had gehouden. Ze was ‘gewoon’ doodgegaan aan een longontsteking.

Dit is dan de leuke versie van de pil van Drion. Waarbij vragen als hoe kom je eraan, wie komt in aanmerking, wanneer krijg je hem, allemaal worden ontweken. En wat zou ik gevoeld hebben bij de on-leuke versie? Als ze de medicatie na overhandiging onmiddellijk bij thuiskomst had ingenomen?

Ik blijf met het gevoel zitten dat we dit protocollair nooit rond krijgen. Ik heb geen spijt over hoe dat ging bij collega J., maar valt er een wet voor op te tuigen?

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum EuthanasieVoor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden