OpvoedvraagGamen

De opvoedvraag: Hoe ga ik om met mijn screenager?

null Beeld Fadi Nadrous
Beeld Fadi Nadrous

Vloekend zit een puber vaak urenlang te gamen. Hij is er veel tijd aan kwijt, zijn humeur is er soms slecht door en afspraken maken blijkt moeilijk. Wat moeten de ouders doen?

Gamen, gamen, gamen. Het liefst besteedt een jongen van zestien jaar al zijn tijd achter de spelcomputer. Zijn ouders zijn helemaal niet tegen het spelen van spelletjes, maar zo’n drie uur per dag achter het scherm lijkt ze wat veel van het goede, vooral omdat het humeur van de zoon er niet altijd beter op wordt: soms horen de ouders hem tijdens het gamen stevig schelden. De ouders hebben nu een maximale schermtijd van twee uur per dag met hem afgesproken. “Maar omdat we allebei voltijd werken, is er niet altijd zicht op of hij zich aan de afspraak houdt”, geven de ouders toe.

“Ik zie drie verschillende problemen. De gametijd, het vloeken en het maken van afspraken”, zegt Koen Schobbers. Hij was de eerste professionele e-sporter in Nederland en schreef samen met journaliste Deirdre Enthoven het boek ‘Mijn gamende kind’, dat onlangs uitkwam. Aan de hand van vijftig veelgestelde vragen leggen zij uit hoe ouders om moeten gaan met hun screenagers, tieners die van gamen houden.

De vijf s’en moeten in orde zijn

“Laten we bij het begin beginnen”, zegt Schobbers. “Drie uur per dag gamen is geen probleem.” Echt niet? “Niet als de de vijf s’en slaap, school, sport, sociaal leven en, uiteraard, spel met elkaar in balans zijn.”

“Misschien heeft deze jongen één uur nodig voor zijn huiswerk”, legt schrijver uit. “Dan houdt hij na schooltijd gemakkelijk drie uur over om te gamen. Maar heeft hij eigenlijk drie uur in de boeken nodig, dan gaat diezelfde speelduur waarschijnlijk ten koste van huiswerk of slaap.” Het is dus maatwerk: speeltijd is de tijd die overblijft als dit kind zijn huiswerk heeft gedaan en genoeg slaap krijgt.

Schobbers, zelf ooit gamend kind, vindt het verwijt van een te lange schermtijd vaak overigens oneerlijk. “Soms kijken ouders graag twee of drie afleveringen van hun favoriete serie op Netflix.” Dan zou gamen zelfs beter zijn: “Bij veel spellen moet je pro-actief bezig zijn: plannen, multitasken, samenwerken, noem maar op”.

‘Eerlijk is eerlijk: ik vloekte ook’

Maar wat als die spellen zorgen voor een slechtgemutste puber, zelfs tot vloeken aan toe? “Eerlijk is eerlijk, daar had ik ook last van”, geeft de oud-e-sporter toe. Hij ziet alleen niet in hoe gamen daarin verschilt van andere spellen. “Een competitief kind zal ook in een voetbalwedstrijd hartgrondig schelden als het niet meezit.” Toch kunnen de ouders volgens hem gemakkelijk afspraken over maken met hun gamende kind: zo hebben de meeste spellen zogenaamde ‘pauzemomenten’, waarop hij of zij even weg kan lopen van het scherm.

Schobbers onderscheidt twee soorten spellen: uppers en downers. De eerste categorie games zorgt voor adrenaline en emotie. Dat kan grote blijdschap zijn, maar ook hevige irritatie. Van de tweede categorie spellen wordt de speler juist rustig, die maken het hoofd leeg. Vaak, maar niet voor iedereen, zijn games die samen via internet gespeeld worden bijvoorbeeld uppers, en storytelling games die alleen gespeeld worden, downers. Als de zoon van de bezorgde ouders echt erg vaak boos wordt, is het handig te weten welke games tot welke categorie behoren.

Daarvoor moeten ouders wel interesse tonen in het gamegedrag van hun kind. “Maar opeens interesse tonen kan ook averechts werken”, denkt Schobbers. Dus ontwikkelde hij een driestappenplan, met drie soorten vragen.

“Vraag eerst: ‘Wat voor game speel je?’ Als je antwoord krijgt, wees daar blij mee en trek je weer terug. Later vraag je: ‘Hoe werkt dat dan?’ Pas als laatste vraag je waarom je kind een game speelt. Veel ouders beginnen met de laatste vraag, terwijl die het moeilijkst te beantwoorden is. Dat kan voor irritatie zorgen bij het kind.”

Als de ouders een idee hebben van welke games hun kind speelt, en of het uppers of downers zijn, kunnen zij volgens Schobbers goede afspraken maken met hun kind. “Dan kun je samen bijvoorbeeld besluiten dat drie uur gamen best kan, maar dat het de helft van de tijd een downer moet zijn.”

Veel ouders weten niet precies wat gamen eigenlijk inhoudt, denkt Schobbers. “Kijk eens een youtube-filmpje van een spel dat je kind speelt”, raadt hij aan. “Dan begrijp je misschien hoe leuk het kan zijn.”

Lastige pubers, dreinende tieners of krijsende kleuters? Elke week behandelt Trouw een opvoedvraag van lezers. Zelf een kwestie indienen? Mail naar opvoedvraag@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden