Gerrit Pit vertelde vaak over de oorlog.

Naschrift Gerrit Pit (1921-2019)

De oorlog hield Gerrit Pit tot aan zijn dood bezig

Gerrit Pit vertelde vaak over de oorlog.

Steenwijker Gerrit Pit werd in de oorlog verraden door zijn eigen broer, die lid was van de NSB. Daarna zat hij drie jaar gevangen in kamp Sachsenhausen. Tot het einde van zijn leven was hij bezig met deze traumatische ervaringen uit de Tweede Wereldoorlog.

Wat wilde Gerrit Pit graag op Bevrijdingsdag trouwen, maar juist dat jaar was 5 mei voor het eerst een nationale feestdag. Dus trouwde hij in 1948 met zijn geliefde Jo Koerselman op 4 mei. Ach, met Dodenherdenking had hij net zoveel verwantschap.

In het 71 jaar durende huwelijk ging geen dag voorbij of Gerrit was met de oorlog bezig. In gesprekken of tijdens de momenten dat hij in zijn werkkamer zat te schrijven en te lezen over die tijd. Op zijn rouwkaart stond: ‘Tot het laatst was hij bezig met het verwerken van zijn oorlogsherinneringen’. Gerrit Pit kon heus genieten van zijn gezin met vier dochters en een zoon, allen gelukkig getrouwd, en van zijn tientallen klein- en achterkleinkinderen. Tussen de fijne, warme momenten in zijn leven, sijpelden altijd weer zijn oorlogs­ervaringen.

Gerrits leven kende een verdrietige start. Als nakomeling in het tweede huwelijk van zijn vader werd hij vlak voor Kerst in 1921 in Enschede geboren. Hij was net een jaar toen zijn moeder stierf aan tuberculose. Het gezin keerde terug naar Steenwijk, waar zijn vader vandaan kwam. Boven hem zaten nog twee broers en een zus. Zijn veel oudere broer bleef in Enschede achter en nam het constructie­bedrijf van zijn vader over.

Bijzonder genoeg nam zijn 51-jarige vader zo goed en zo kwaad als dat ging de zorg van de kinderen op zich. Ze betrokken een huis tegenover het kerkhof, daar waar niemand wilde wonen. Vader legde een bijzondere tuin aan vol kleurrijke bloemen en veel stenen en fossielen, waardoor er geregeld toeristenbussen langskwamen om hun tuin te bewonderen.

Gerrit en zijn vrouw Jo Pit.

In huis was de sfeer zwaar en daarom speelde hij liever buiten, veelal op het kerkhof 

Als kleuter kreeg Gerrit pleuritis, wat vader extra bezorgd maakte. Gelukkig was er ­inmiddels een lieve stiefmoeder in hun gezin, maar helaas stierf ook zij enkele jaren later. Het maakte de sfeer in huis nog zwaarder, waardoor hij liever buiten speelde, veelal op het kerkhof – voor hem een vreedzame plek. Toch genoot hij wel van zijn jeugd: vooral met vrienden lekker kattekwaad uithalen. Fruit jatten bij de buurman of stiekem met de telefoon van het zwembad naar zijn oudste broer in Enschede bellen. Toen die opnam, wist ­Gerrit niets te zeggen. Hij had nooit eerder ­getelefoneerd.

Gerrit doorliep de ulo, maar een studiebol was hij niet. Schrijven kon hij wel, geregeld werden zijn opstellen voorgelezen in de klas. Helaas mocht hij geen lid worden van verenigingen: dat vond zijn vader, die behoorlijk zwart-wit was, maar onzin. Vlak voor de oorlog hertrouwde die opnieuw, nu met een vrouw die het wat achter de ellebogen had, vond Gerrit. Hij ging steeds vaker met vrienden de hort op.

Na de ulo kon hij aan de slag als typograaf en zodra de Duitsers Nederland binnenvielen, was het voor Gerrit duidelijk: hij koos voor Oranje. Hij hielp mee met het maken van een advertentieblad vol pinnige anti-Duitse artikelen en schreef stiekem kritische gedichten over NSB’ers. Hij had in de bibliotheek een boek geleend over Hitler en begreep niet dat mensen hun ogen sloten voor al het onheil. Nog moeilijker vond hij het dat nota bene zijn bloedeigen broer Piet, die op het sterfbed van hun moeder had beloofd voor hem te zorgen, voor de NSB koos.

Tussen de Oranjegezinde groep waartoe Gerrit zich rekende en de maten van zijn broer ontstond steeds vaker strijd. Op 31 augustus 1942, de verjaardag van de toenmalige koningin Wilhelmina werden bij zijn broer, inmiddels opgeklommen tot NSB-kringleider, stenen door de ruit gegooid. Gerrit was er niet bij betrokken, maar kon het niet laten de volgende dag de ravage te bekijken. Kort daarop stond de politie bij Gerrit op de stoep; zijn broer bleek zijn naam te hebben genoemd als een van de daders. Hij kon er niet over uit en ging verhaal halen bij Piet, maar er viel weinig te zeggen.

Gerrit Pit in de NTR documentaire ‘Na de Bevrijding’. Beeld NTR

Hij werd toch gearresteerd, vanwege het bezit van exemplaren van ‘De wervelwind’

Vanaf dat moment werd Gerrit strak in de ­gaten gehouden en maanden later werd hij alsnog gearresteerd, nu vanwege het bezit van exemplaren van De wervelwind, een blaadje dat Engelse vliegeniers verspreidden. Na zijn veroordeling tot zeven jaar gevangenschap werd hij via Kamp Amersfoort op transport gezet naar concentratiekamp Sachsenhausen bij Berlijn.

Over die drie jaren schreef hij later een vuistdik boek voor familie en bekenden – met alle gruwelijke details. “Je leerde daar kijken zonder zien”, zei hij daarover. Gerrit wist dat hij op zekere momenten simpelweg geluk had gehad. Dankzij het spreken van een woordje Duits kwam hij bijvoorbeeld op de afdeling ‘Telefunken’ terecht. En later kreeg hij een experimenteel medicijn voor zijn dysenterie, dat hem erbovenop hielp. Dat kwam door zijn beschermengel, vermoedde hij.

Na de oorlog keerde hij in 1945 terug in Steenwijk, hij was toen 22. Broer Piet zat ­inmiddels gevangen in bewaringskamp De ­Eese, waar Gerrit als leidinggevende kwam te werken. Nu waren de rollen omgekeerd; een bizarre situatie. Zo kwam het dat zijn broer een gesprek met hem aanvroeg, waarin hij om brood vroeg. Ze hadden zo’n honger. Gerrit zei hem dat hij dat onmogelijk kon regelen, wat dacht hij wel niet!

Het kwam nooit meer goed tussen de broers, ondanks latere verzoeningspogingen van beiden. “Hij vond dat we quitte stonden, want we hadden allebei gezeten. Daar was ik het niet mee eens. Als we de cijfers vergelijken van de mensen die we per dag hebben zien sterven, geloof ik niet dat we quitte staan”, zei Gerrit in 2016 in de NTR-documentaire ‘Na de Bevrijding’.

Na de oorlog pakte Gerrit zijn leven weer op, hij stichtte zijn gezin, ging als journalist werken bij de Emmer Courant en ging in Emmen wonen. Eigenzinnig als hij was, ging hij altijd zijn eigen gang. Niemand hoefde hem te vertellen wat te doen. Op het werk leidde dat weleens tot conflicten. Na enkele jaren vertrok hij bij de krant en zette een stencilbedrijf op. Krantjes van verenigingen en kerken verzorgde hij en wanneer er te weinig kopij was, schreef Gerrit ze zelf wel vol. Hij had een uitstekend gevoel voor taal en hield van taal­grapjes.

 Gerrit raakte in zijn hele leven geen afwaskwast aan

Thuis regelde Jo alles. Zij was het die de ­kinderen opvoedde en het huishouden regelde; Gerrit raakte in zijn hele leven geen afwaskwast aan. Al was hij geen knuffelvader, hij was zeker betrokken. Op belangrijke momenten was hij er. De kinderen aanvaarden al jong dat hun vader veelal in zijn eigen wereld verbleef. Zijn oorlogsverleden maakte deel uit van hun dagelijks leven, soms zichtbaar, vaker onderhuids.

Gerrit Pit direct na de oorlog, 22 jaar, met een gekregen bloes en blazer aan.

Gerrit was actief in diverse naoorlogse or­ganisaties. Hij recenseerde oorlogsboeken en schreef voor het blad van Expogé, de Nederlandse Vereniging van Ex-Politieke Gevangenen. In die hoedanigheid mocht hij eens op de thee bij de toenmalige koningin Beatrix en prins Claus. Plezierig, al poetste hij zich er niet speciaal voor op. Hij ging erheen zoals hij was. Dat moest genoeg zijn, vond hij.

Zijn bedrijf Studio Pit, inmiddels gespecia­liseerd in kopieer- en offsetdrukwerk, liep uitstekend, maar hij kon het zelf amper aan. Steeds vaker kreeg hij nachtmerries en her­belevingen, en hij zat altijd in de stoel van waaruit hij de deur kon zien. Gerrit verwoordde zijn emoties in gedichten, die hij deels in het kamp schreef, en later in de bundel ‘In nood geboren’ onder pseudoniem Jo P. Ruiting werden gepubliceerd.

‘Zo werd ons vonnis toch een levenslang
Al trachten wij nog zo onszelf te dwingen
Die beelden naar de achtergrond te dwingen
De wonden blijven open... lang... zolang!’

In 1971, hij was net vijftig, deed hij het bedrijf over aan zijn zoon en ging met buitengewoon pensioen. Met Jo verhuisde hij naar Deventer, waar haar familie woonde. Zonder de dagelijkse werkstress ging het beter. Hij kon meer genieten van dagelijkse dingen, reisjes, vele huwelijksfeesten, de geboortes van klein- en ­achterkleinkinderen en van zijn schrijfsels.

Ook al had hij altijd geroepen nooit terug te gaan naar Sachsenhausen, bezocht hij toch met Jo het kamp, waar ze stomtoevallig een tv-ploeg van de NOS tegen het lijf liepen. Hij vertelde zijn verhaal, zoals hij wel vaker meewerkte aan interviews en documentaires. Kortgeleden – zijn vitaliteit was al ver teruggelopen – ontving hij nog een historicus. Zo probeerde Gerrit, al lezend, schrijvend en vertellend, zich te bevrijden van zijn herinneringen.

Gerrit Pit werd geboren op 23 december 1921 in Enschede en overleed op 27 september 2019 in Deventer. 

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden