Klein Verslag Wim Boevink

De New Yorkse diner is een buurthuis

Ach, dat New York van de roem, vergankelijkheid en geschiedenis. De eerste avond aten we, mijn zoon Jim, dochter Jane en ik, in de Empire Diner op Tenth avenue in Chelsea.

Voor ik op reis ging had ik bij een ­account dat ik volg op Instagram en dat ‘dinersofny’ heet navraag gedaan naar een goede diner in de buurt van mijn hotel en de Amerikaanse fotograaf had onmiddellijk het Empire Diner ­genoemd. Die fotograaf had zich ten doel ­gesteld alle diners in New York te fotograferen – een mooie opgave vond ik en ik had hem erom geprezen.

De Amerikaanse diner: het eerste fastfoodrestaurant, met eenvoudige ­gerechten, aanvankelijk in spoorwegwagons en trailers neergezet langs de wegen. Jim scheen zich over mijn belangstelling voor de diner te verbazen, er wordt in bepaalde kringen culinair op neergekeken, maar ze leken me voor een buurt van een grote verbindende kracht, helemaal in een stad als New York, met zijn eenzaamheid en zijn anonimiteit.

We bereikten de Empire Diner in de stromende regen, ik moest de kelner om een paar extra servetten vragen om mijn hoofd te drogen. Verteld was me dat deze diner na een moeilijke periode een nieuwe eigenaar had gekregen en die had de zaken anders aangepakt en van de diner een behoorlijk restaurant gemaakt, dat wil zeggen met een verfijnde kleine kaart, in plaats van de grote boek- en plaatwerken die elders uitliggen met verkleurde foto’s van eieren, burgers en wafels.

We aten dus bijna Fransige gerechten met zalm en kip, heel smakelijk, voor een redelijke prijs. Pas later las ik meer over de geschiedenis van deze uit 1946 stammende diner; hij figureerde in de proloog van Woody Allen’s ‘Manhattan’, was de cover van een album van Tom Waits en werd in de jaren negentig door talloze sterren gefrequenteerd: Meryl Streep, Ethan Hawke, Steven Spielberg, Madonna, Julia Roberts, Kate Winslet – daar waren die roem en vergankelijkheid weer.

Een hotspot destijds, zoals The ­Cedar Tavern dat was in de jaren vijftig, Max’ Kansas City bij Union Square in de jaren zestig (met een achterzaaltje voor Andy Warhol en zijn entourage) en de Odeon in Tribeca in de jaren zeventig. Maar echt verbindend en veel minder beroemd was de Malibu Diner op 163 West 23rd Street, vlak bij mijn hotel in Chelsea. Een diner, met grote menukaart, formica en nissen. Roem was er, in de vorm van een ingelijst stuk uit de Times bij de voordeur. De Malibu was een tweede huis voor blinden.

Iets verderop was een huis met ­appartementen voor blinden en slechtzienden, gevestigd in de jaren zeventig, net als de Malibu. Vanaf de beginjaren kwamen de ­bewoners in de Malibu ontbijten, met hun honden en al. Als de bediening ‘not seeing’ of ‘no mirando’ riep dan wist het Spaanstalige keukenpersoneel dat ze de schotels met eiergerechten in kleine porties moesten snijden en met zout en peper bestrooien.

We ontbeten er, toast met eieren en bacon, toast met eieren en kaas, toast met eieren en avocado, navulbare koffie, vers sap, het was er allerhartelijkst en we voelden ons volmaakt gelukkig en opgenomen. De diner was een buurthuis geworden.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden