Beeld Trouw

Klein Verslag Wim Boevink

De mystieke, schone kunst van het zaaien

Amper een week geleden is het gras ingezaaid, maar geen dag gaat voorbij of ik tuur de tuin in om te zien of er al iets omhoog komt.

Het zaad kwam van een tuincentrum, waar Gerard ons vriendelijk te woord stond en adviseerde. Zijn naam stond op zijn bedrijfskleding gespeld. We kochten een doos graszaad voor een schaduwgazon. Volgens de beschrijving (in drie talen) bevat het een mengsel dat is samengesteld uit ‘verschillende grassoorten die tegen een stootje kunnen’ en is het ‘een optimale mix van mooie en sterke grasrassen voor een sterk en diepgroen schaduwgazon.’

Ik moest even zoeken naar de precieze samenstelling van dat mengsel en vond het klein afgedrukt aan de onderkant van de doos en omdat u ongetwijfeld even nieuwsgierig bent als ik geef ik hier die optimale mix even door:

60 procent roodzwenkgras,
15 procent Engels raaigras,
5 procent veldbeemdgras,
20 procent hardzwenkgras.

Er kan niks meer misgaan, zou je denken. Een beetje graservaring heb ik wel, maar niet met zaad. In een vorige tuin voerden we het gras in zoden aan, we hadden onze middenklasse gezinsauto er zo mee vol geladen, dat hij door zijn assen dreigde te zakken.

De wereldvrede komt een stuk dichterbij als iedereen gras zou maaien

De zoden kwamen van een prachtig grasbedrijf dat ook zoden leverde aan voetbalstadions, tot over onze grenzen; ik meen dat het wereldkampioenschap voetbal in Duitsland deels op zijn gras is gespeeld.

Beroemd gras dus en ik heb het ­jarenlang gemaaid naar de methode van weer een andere grasspecialist, namelijk mijn schoonvader die me adviseerde altijd twee keer te maaien (met één keer harken tussendoor) en daarna de grasmaaier goed schoon te maken.

Grasmaaien is werkelijk een zeer rustgevende en bevredigende bezigheid, letterlijk; ik denk dat de wereldvrede een stuk dichterbij komt als iedereen gras zou maaien.

Tegenover maaien staat zaaien, of liever, het gaat er natuurlijk aan vooraf. En dat zaaien is een kunst. Ik begrijp goed waarom Van Gogh zijn zaaier graag schilderde; er gaat een bijna mystieke schoonheid van uit. In ons geval lieten we dat zaaien over aan Kaziek, een van de Poolse mannen die onze tuin hadden leeggemaakt en die verse nieuwe aarde hadden opgebracht (die een beetje naar putlucht rook).

Kazieks vader bezat in het post-communistische Polen een boerderij met een paar hectare grond, hij wist wat zaaien was. De aarde was gewalst en toen een beetje losgeharkt en gemengd met magnesiumhoudende kalk. Kaziek vulde een hand met zaad; zijn vingers vormden een tuit en hij stapte de tuin in onder korte, felle zwaaien van zijn arm. Ik keek ernaar vanuit het raam van mijn werkkamer. Die rustige tred, dat oeroude zwaaigebaar, diep uit de ­geschiedenis van de mensheid, die zwarte ontvangende aarde; hier ­geschiedde bijna iets sacraals.

En dan ook nog die optimale mix.

Ik tuur dus sindsdien naar die aarde, er is wat regen op gevallen en wat zonlicht en gisteren zag ik heel voorzichtig iets groens uit het zwart opsteken.

Geen gras.

Klaver.

Ik tikte ‘klaver’ in op Google en kreeg Jesse. En pas daarna de plant. De Wikipedia-beschrijving is wonderschoon. De grassen wachten nog met hun glorieus ontkiemen.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden