De kraaiMickelle Haest

De muziek begint, trommels klinken, rillingen lopen over mijn rug

Beeld Sjoerd van Leeuwen

Hij kwakkelde al een tijdje met zijn gezondheid”, zegt de zoon. We zitten met zijn zus, beiden zestigers, in het seniorenappartement van hun ouders. Moeder zit tussen hen in op een krappe bank. Naast mijn stoel staan twee afgedragen sloffen – keurig naast elkaar. “Hij was bijna negentig.” Boven de deur naar de centrale gang waaraan de kamers van de medebewoners grenzen, hangt Jezus aan een houten kruis. “We twijfelen tussen een crematie en een begrafenis”, zegt de dochter. “Beter cremeren”, zegt moeder. “Ik wil jullie niet verplichten om het graf bij te houden.” Ze barst in huilen uit. De zoon pakt haar linkerhand vast, de dochter haar rechterhand. “Wat is er mama?” vraagt de dochter. “Ik wil straks als de Heer mij haalt het liefst bij je vader liggen.” “Mam, we gaan hem begraven”, besluit de zoon direct. “Het komt goed”, zegt de dochter bemoedigend. “Je komt bij papa.”

“We willen een mis in de kerk, dat is belangrijk voor mijn ouders”, gaat de zoon verder. Ik knik en zeg ook: “Het komt goed.” Moeder kijkt mij dankbaar aan. Halverwege de week ga ik bij haar langs. Moeder zit aan de eikenhouten keukentafel. Haar koffie staat onaangeroerd naast een stapeltje rouwkaarten en een lijst met afgevinkte adressen. “De kinderen zijn er niet”, zegt ze een beetje verschrikt. Ze huilt. “Geen probleem. Ik kom alleen eens horen hoe het met u is en of alles voor de uitvaart in orde is.”

“Mijn dochter heeft nog muziek uitgekozen voor als mijn man in de kerk naar voren wordt gedragen.” “Weet u om welke muziek het gaat?” “Nee, maar ze zegt dat het heel mooi is.” “Oké, dan komt het goed.”

“Ja, het komt goed”, zegt ze – meer tegen zichzelf dan tegen mij.

De muziek begint, trommels klinken

Op de dag van de uitvaart sta ik klaar in de kerk met de dragers. Moeder zit met kinderen en kleinkinderen op de eerste rij. De kerk is mager gevuld. Veel vrienden en kennissen zijn overleden. Om elf uur zetten we de kist bij het middenpad en komen de pastoor en twee misdienaars binnen. “Welkom in het huis van de Heer”, zegt de pastoor. Hij sprenkelt wijwater over de kist. Daarna draait hij zich om en loopt met de misdienaars traag de kerk in. Statig volgen de dragers met de kist. Met een rechte rug, stemmig gezicht en in donker mantelpak loop ik erachteraan.

De muziek begint, trommels klinken. Rillingen lopen over mijn rug, mijn keel is dichtgeknepen. José Carreras’ stem klinkt. Misa Criolla galmt door de kerk. Mijn benen lijken mij niet meer te kunnen dragen. Toen mijn man stierf, koos ik voor zijn uitvaart heel bewust de muziek. Voor ons geen nummer uit de uitvaartmuziek top 10; ik wil niet telkens uit mijn doen raken. Het middenpad is lang, alle ogen zijn op de stoet gericht. Ik moet overeind blijven, the show must go on. Ik probeer mezelf af te sluiten; niet te luisteren. Ik wil harder lopen, maar dat gaat niet. Als ik eindelijk vooraan het pad ben, knik ik naar de kist en geef ik het teken dat iedereen kan gaan zitten. Zo snel als fatsoenlijk is, loop ik via de zijkant van de kerk naar achteren. Ik duw de deur open, dan de haldeur, weer een deur en voel de koude lucht mijn longen in stromen. De tranen lopen over mijn wangen. Ik huil met diepe halen. Een van de dragers komt naar buiten. “Wat is er aan de hand?” “Het heeft me zo overvallen”, snik ik. “Ik wist het niet. Dat was ons nummer.”

Mickelle Haest tekent elke week de ervaringen op van een uitvaartverzorger of van een verloskundige.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden