Klein VerslagWim Boevink

De jaren twintig, dat zijn jaren die verwachtingen scheppen

We leven in 2020 en hebben de tienerjaren van onze eeuw achter ons gelaten. Het aanbreken van de jaren twintig doet onderhuids iets met de mensen, het zijn jaren die verwachtingen scheppen, omdat ze terugwijzen naar die van de vorige eeuw, toen het decennium werd getooid met namen als The Roaring Twenties. Les Années Folles en Die Goldenen Zwanziger.

Een vreselijke oorlog was achter de rug, en een nieuwe tijd van opbouw en groei was begonnen, van nieuwe technologie en van een breken met oude tradities via de kunst en de literatuur.

Er is daarnaar een nostalgisch terugverlangen, schrijft de Duitse auteur Florian Illies deze week in Die Zeit, in een schitterend essay met daarin een centrale rol voor de ‘Weltstadt Berlin’.

Hoofdstad van de wereld

Berlijn was destijds werkelijk even de hoofdstad van de wereld; vier miljoen inwoners telde de stad toen, door toevoeging van allerlei omliggende gemeentes, en nergens waren meer theaters, dansgelegenheden, galeries, clubs, bioscopen en uitgeverijen verenigd.

Het wemelde van de neon-reclames, voor auto’s, voor parfums, voor sigaretten, en de bars en hotels werden bevolkt door filmsterren, kunstenaars en schrijvers. Chaplin, Nabokov, Billy Wilder, Heinrich Mann, Marlene Dietrich.

Illies wijst niet alleen op de gouden zijde van die jaren, maar ook op die van het blik en het ijzer. Op de schrijnende armoede van de massa’s in de huurkazernes in het noorden van de stad, het volk van Döblin’s Berlijn Alexanderplatz uit 1929. En naast de armoede op het politieke geweld binnen een jonge republiek zonder oriëntatie, de moorden op Walter Rathenau en Rosa Luxemburg. Op straatgevechten, op inflatie.

Verstikkend burgerdom 

Prachtig beschrijft Illies hoe een wereldoorlog werd verloren en hoe een getraumatiseerde generatie terugkeerde naar volkomen onbeschadigde Duitse steden, naar woonkamers die er in 1920 gekmakend eender uitzagen als die in 1910, met dezelfde donkere lambrisering, hetzelfde zware meubilair met gehaakte kleedjes over stoelruggen, dezelfde potplanten, hetzelfde verstikkende burgerdom met de geur van braadvlees.

Even bestond alles tegelijk en náást elkaar, oud en modern. Kunstenaars roerden zich, Dada, Bauhaus, George Grosz, Otto Dix, en dat alles, schrijft Illies, in een republiek die geen gebruiksaanwijzing kende en waarbinnen de politiek links en rechts radicaliseerde.

Grootste ongeluk ooit

Hij ziet nu een terugverlangen naar een wild en gevaarlijk leven, het fraaie woord ‘Angstlust’ valt, en dat in een tijd die niet te vergelijken valt met honderd jaar geleden. De Duitse republiek is intussen stevig in een grondwet verankerd, er is recent geen vreselijke wereldoorlog uitgevochten en de AfD van nu is niet de NSDAP van toen.

Het verlangen is misschien meer naar het goud van die jaren, naar een wereldcentrum van de kunsten, naar dat eerste grote decennium van de zich emanciperende vrouw, voor wie de vrouw aan het stuur, het zelfportret van Tamara de Lempicka in haar groene Bugatti (1929), symbool stond en dat Die Zeit bij het essay van Illies plaatste.

Ja je kunt het goud van die jaren zien schitteren in het Berlijn van toen, maar onvergeten blijft dat men er destijds aanstuurde op het grootste ongeluk ooit.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden