De Markt in Wageningen.

WandelenWageningen

De ingetogen schoonheid van de Delftse School in Wageningen

De Markt in Wageningen.Beeld Bram Petraeus

Ga wandelen door het centrum van ­Wageningen en ontdek de Delftse School, een stijl die draait om gezond en ­aangenaam wonen.

Zomaar een rijtje arbeiderswoningen: bakstenen muren met houten deuren, ramen die in vieren zijn gedeeld door twee roedes en een schoorsteen op de nok van een zadeldak. Niks bijzonders, zou je denken. Delftse Schoolarchitectuur schreeuwt de schoonheid dan ook niet van de daken. Eerder zijn de woningen ingetogen en onopvallend. Precies zoals de grondlegger van deze stroming, Granpré Molière, met zijn architectuur voor ogen had.

Het ging niet om uiterlijke verfraaiingen, vond hij, maar om gezond en aangenaam wonen. En daarvoor greep hij terug op de traditionalistische baksteenbouw zonder franjes. Geen beton maar baksteen, geen glas-in-lood maar eenvoudige ruiten, topgevels en hellende daken. Vanwege hun functie waren publieke ruimtes als musea, kerken en stadhuizen groots in vorm, maar arbeiderswoningen dienden nederig te zijn.

De Hoogstraat. Beeld Bram Petraeus
De Hoogstraat.Beeld Bram Petraeus

Toch neemt juist deze sobere architectuur een bijzondere plaats in tijdens de Nederlandse wederopbouwperiode. “En Wageningen is daarbij uniek”, vertelt Maarten van den Wijngaart, architectuurhistoricus en beleidsadviseur cultuurhistorie van de gemeente. Bij de inval van de Duitsers in mei 1940 werd bij de Slag om de Grebbeberg het centrum van het nabijgelegen Wageningen zwaar beschadigd. “Het is een van de weinige plaatsen in Nederland waar meteen aan het begin van de Tweede Wereldoorlog met de herbouw werd begonnen.”

Middeleeuwse plattegrond als uitgangspunt

Onder toeziend oog van de Duitse bezetter, die niets moest hebben van modernistische uitspattingen, kregen aanhangers van de Delftse School, met haar in het verleden verankerde architectuur, vrijwel alle opdrachten. Stedenbouwkundige ir. A. Kraayenhagen, in de leer geweest bij Granpré Molière, ontwierp het bouwplan voor Wageningen en nam daarbij de middeleeuwse plattegrond van de stad als uitgangspunt.

De bouwdrift duurde twee jaar, tot de bezetter in juli 1942 een bouwstop afkondigde; die had het materiaal voor de eigen industrie nodig. Toen na de Tweede Wereldoorlog de wederopbouw op grote schaal vorm kreeg was er vooral behoefte aan een ‘snelle stijl’ met prefabhuizen en beton, en verloor de Delftse School terrein.

De Markt. Beeld Bram Petraeus
De Markt.Beeld Bram Petraeus

Voor de Delftse School hoef je in Wageningen niet vele kilometers af te leggen, een blokje om – en het rekken en strekken van de nek – volstaat: de belangrijkste gebouwen bevinden zich in het centrum. Begin bijvoorbeeld aan het einde van de Hoogstraat. Boven de kaasboer oogt de gevel sober, zowel in materiaalgebruik – houten klossen onder de goot, de topgevel van baksteen, natuursteen op de schouders – als in kleur: de Delftse School had een voorkeur voor witgeschilderde kozijnen. “Rode daken zie je in Wageningen niet”, zegt Van den Wijngaart. “Ze gebruikten gesmoorde blauwe pannen.”

Soms gingen de architecten voor inspiratie nog iets verder terug in de tijd: een winkelpui aan de overkant, met pilasters en een architraaf, doet denken aan gebouwen uit de klassieke oudheid.

Tussen de tuitgevels staat een trapgevel

De Hoogstraat is slechts een voorproefje, want even verderop ligt de Markt, het toonbeeld van samenspel van Delftse Schoolarchitectuur. De huidige leegte benadrukt de ei-vorm van de gevelwand aan het plein, ook naar middeleeuws plattegrond, en de eenvoud van de Delftse School. Eenvoudig, maar niet eentonig; tussen de tuitgevels staat een trapgevel, de woning boven een poort is breder, er zijn vierkante vensters en ronde bogen. Maar door de juiste verhoudingen vormen de afzonderlijke huizen samen een eenheid, precies zoals de Delftse School voor ogen had: het geheel is meer dan de som der delen.

Marinus Jan Granpré Molière

De Delftse School dankt haar naam aan architect Marinus Jan Granpré Molière (1883-1972), die als hoogleraar was verbonden aan de Technische Hogeschool in Delft. De traditionalistische stroming (ca. 1925-1955) ontstond als reactie op de Amsterdamse School en het Nieuwe Bouwen. Enkele bekende voorbeelden zijn de Rotterdamse buurt Tuindorp Vreewijk (1916-1919), waarvoor het architectenbureau van Granpré Molière een groot deel van het stratenplan ontwierp, en het Museum Boijmans van Beuningen (1935) van Adriaan van der Steur. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog werden onder andere ook het centrum van Rhenen en Middelburg wederopgebouwd in Delftse Schoolstijl.

Die eenheid wilde door verbouwingen overigens nog weleens in het gedrang komen. Witte kozijnen werden rood of groen geschilderd, houten roedes vervangen door kunststof. Oorspronkelijke borstweringen met aan weerszijden twee deuren maakten plaats voor openslaande deuren in het midden. Het is Van den Wijngaart een doorn in het oog. “Winkeliers willen vaak iets anders dan het pand geeft”, verzucht hij. Het is de bedoeling dat door de huidige, strengere regelgeving de Delftse Schoolstijl behouden blijft.

Bij de Hoogstraat. Beeld Bram Petraeus
Bij de Hoogstraat.Beeld Bram Petraeus

Geheel volgens de ‘hiërarchische’ opvatting van de Delftse School staat de Grote Kerk als overheersend element in het midden van het plein. Samenhang is zelfs terug te vinden op het dak: sinds de herbouw liggen net als bij de omringende panden dakpannen op het kerkgebouw, in plaats van de gebruikelijke leien.

De toren werd tijdens de oorlog tweemaal verwoest, en tweemaal onder leiding van architect Van der Steur wederopgebouwd. Vanwege de coronamaatregelen is de robuuste en imposante toren alleen van buiten te bewonderen. Hij bestaat uit een betonnen skelet waaromheen muren van baksteen werden opgetrokken. Pardon, beton? “Noem het pragmatisch”, zegt Van den Wijngaart. “Delftse Schoolarchitecten gebruikten beton als het hen uitkwam wel als draagconstructie.”

Oud-Hollands schilderij

Na een uurtje turen en gluren krijg je oog voor deze School. Ronde wc-raampjes, een balkon met een gietijzeren balustrade, een café waar een brede trap met robuuste leuning naar de eerste verdieping draait; bij deze stijl schuilt schoonheid in sobere details.

Aan het eind van de middag is de Markt uitgestorven. De klok slaat vijf. Achter de ramen van de woningen worden lampen aangestoken en gordijnen dichtgetrokken. Een stelletje steekt gearmd en voorovergebogen tegen de wind in het plein over. Wapperende haren, ademwolkjes in de knisperend koude lucht. Een oud-Hollands schilderij lijkt het, eentje met zicht op de Delftse School.

Wandelroute

Wanneer de coronamaatregelen het weer toelaten, organiseert het Gilde Wageningen wandelingen in en rondom de stad. Kijk op rondleidingenwageningen.nl voor meer informatie. Zonder gids op pad? De plaatselijke VVV verkoopt de folder De Weg naar de Wederopbouw, met een routebeschrijving van wederopbouwwandelingen door de regio van Arnhem tot Rhenen.

Lees ook:

Duinen die mogen stuiven en rollen

Zeg niet dat elk duingebied hetzelfde is. Nationaal Park Zuid-Kennemerland blinkt uit in vele duintoppen, hoog en laag, en weidse uitzichten. Dan moet de meidoorn nog gaan bloeien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden