Beeld Trouw

Klein Verslag Wim Boevink

De heetste dag ooit gemeten, we waren erbij. Nog wel.

Dat het een bijzondere dag gaat worden, blijkt al bij een blik uit het badkamerraam. Het is een uur of negen in de ochtend, buiten is het al 27 graden.

Een vrouw loopt door de straat, ze draagt een gewatteerde jas boven een lange zwarte broek en in iedere hand een stok. waarmee ze zich afzet. Ze lijkt de wereld te trotseren, het klimaat te ontkennen.

Deze krant opent met het nieuws dat de opwarming van de aarde ongekend is, afgezet tegen de geschiedenis van twee millennia. Het inzicht wordt toegeschreven aan een groep Zwitserse wetenschappers. Ik denk dat de vrouw in de gewatteerde jas een andere krant leest.

Als ik even later op de fiets stap, het zadel gloeiend heet al, heerst er een merkwaardige stilte in de buurt. Er is nauwelijks iemand te zien, geen auto beweegt.

De stad zet zich schrap.

Een recordhitte is voorspeld.

Ik hoop op koelte in de stadsbibliotheek, maar daar heeft de warmte al toegeslagen; een medewerkster is doende de ramen, opengezet door bezoekers weer te sluiten. Dat moet volgens het hitteprotocol hoor ik haar zeggen.

Weer naar buiten, het diepblauw van de hemel vormt een stolp. Ook in de binnenstad is het stil, de terrassen blijven leeg. Mensen bewegen in de schaduw van de gevels.

Hier en daar kiert een dikke slang uit een voordeur; erachter moet een apparaat staan te koelen.

Gloeiende kloof

Ik fiets bijna stapvoets door een winkelstraat, een gloeiende kloof. Een winkelier zit in de schaduw op de stoep voor zijn zaak, ventilatoren aan weerszijden van hem. Het is intussen 35 graden. En het wordt warmer.

In de woonwijk die ik passeer, is geen leven te bekennen. Het is vakantietijd, maar speelplaatsjes met klimrekken en wipkippen zijn verlaten. Bijna overal zijn gordijnen en lamellen gesloten. Het lijkt wel een Spaans dorp na het middaguur. Blinde gevels zijn bakplaten, achter een enkel zolderraam vonkt aluminiumfolie.

Ik zoek toevlucht in het stadspark, maar zelfs hier is de toeloop niet groot. Een bronzen Wilhelmina kookt op haar voetstuk in stola en winterjas. Onder grote, zwarte parasols van het parkrestaurant lunchen gasten met glimmende gezichten.

Het is 38 graden.

De hemel is niet langer diepblauw, maar lichtblauw, bijna grijs. Smog.

Ik keer huiswaarts. Voel even aan het asfalt en trek snel mijn hand terug. Mijn dochter vertrekt juist naar het park, een volle plantenspuit in haar rugzakje.

Smerig langgerekt vals plat

Intussen is in de Alpen de zware beklimming van de Col d’Izoard begonnen, een lange klim van de buitencategorie, beginnend met een recht en smerig langgerekt vals plat. Het is er 32 graden.

De uitzending van de Tour wordt opnieuw onderbroken voor een hitterecord in Nederland; het weerstation in Deelen meet 41,7 graden. Maar heel zeker zijn ze er niet van bij het KNMI, de meting wordt nader onderzocht.

Er is een vreemde recordjacht gaande, Eindhoven, Deelen, Gilze-Rijen, een dans op een vulkaan. De meting in Deelen is ongeldig. Gilze-Rijen wint met 40,7 graden.

We waren erbij. Nog wel. 

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden