vlees Beeld colourbox
vleesBeeld colourbox

EssayKarin Luiten

De hamvraag: waarom komen we maar niet van dat vlees af?

Karin Luiten

In 2020 zijn we per persoon bijna 2 kilo minder vlees gaan eten. Reden om de vlag uit te hangen? Nou nee, want we eten nog altijd veel vlees. Hoe kan dat nou, iedereen is intussen toch flexitariër?

1. De cijfers vallen tegen

Je zou denken dat een dagje zonder vlees steeds meer gemeengoed wordt. En dat ook een heel leven zonder vlees flink in opkomst is, gezien de aandacht ervoor, ook in deze krant. Maar in de praktijk blijkt dat lang niet te gelden voor iedereen. Als je mensen concreet vraagt wie zich flexitariër noemt, zoals in het jaarlijkse onderzoek Agrifoodmonitor van de Wageningen Universiteit, dan blijkt dat slechts 7,3 procent te zijn. Al was dat vijf jaar geleden trouwens nog 3,5 procent. 4,9 procent noemt zich vegetariër (was 3,5 procent) en slechts 2 procent veganist (was 0,6 procent). Maar als je het omdraait, en dat wordt ook gestaafd door onderzoek in opdracht van Albert Heijn en Unilever, eet dus 93 procent van de Nederlanders nog steeds (wel eens) vlees.

2. Thuis minder? Dan meer vlees in het restaurant

Actiegroep Wakker Dier laat Wageningen jaarlijks onderzoek doen naar de vleesconsumptie in Nederland. Die steeg gestaag tot 2010 om de jaren daarna licht te dalen – en in 2018 en 2019 toch weer wat te stijgen. De flexitariër doet weliswaar thuis zijn best, maar lijkt dat buitenshuis vaak te vergeten, zou je kunnen concluderen, want in coronajaar was alles anders. We kochten iets meer bij de slager, maar vanwege de langdurige horecasluiting aten we beduidend minder vlees buiten de deur. Het resultaat: per persoon consumeerden we vorig jaar 75,9 kilo vlees tegen­­ 77,8 kilo in 2019. 1,9 kilo minder dus. Als we botten en vet niet meetellen, komt dat neer op 730 gram vlees en vleeswaren per persoon per week. Dat is nog altijd bijna de helft meer dan de 500 gram die het Voedingscentrum aanbeveelt als maximum. Ook zitten we ruim boven het wereldwijde jaargemiddelde van 43 kilo per persoon, maar wel weer een stuk onder de Amerikanen met hun 124 kilo. Ter illustratie: in 1950 at de gemiddelde Nederlander per jaar nog 35,4 kilo vlees, terwijl in vega­­-minded India het cijfer al decennialang stabiel ligt op zo’n 4 kilo.

Bent u minder vlees gaan eten? Reacties (max. 150 woorden) zijn welkom via tijdgeestreacties@trouw.nl. Graag naam en woonplaats vermelden.

3. Opkomst van de BBQ

Dat we thuis minder vlees eten, maar buitenshuis juist wél, is ook een tendens die Gertjan Kiers kan beamen, docent en hoofdslager bij een horecagroothandel. “Maar dan gaan mensen wel graag naar een echte specialist. Zie ook de opkomst van allerlei­­ grote vleesrestaurants en dan met name de barbecuezaken. Het barbecueën heeft een gigantische vlucht genomen, en dan gaat het niet meer om een sateetje, maar juist om grote stukken, zoals een côte de boeuf of een tomahawk van 1 kilo­­.” Thuis is de consument eveneens aan het roosteren geslagen, de eivormige kamado’s waren de afgelopen anderhalf jaar niet aan te slepen. Of kijk naar Jord Althuizen (‘pyro-culinair avonturier’) die met zijn Smokey Goodness-serie wereldwijd al 300.000 barbecueboeken verkocht. En ook al gaat er heus wel eens een courgette op het vuur, het blijft toch vooral iets voor vlees. “Ik ga natuurlijk niet zeggen dat vrouwen niet kunnen barbecueën”, lacht Kiers, “maar groot en stoer, met veel vlees, dat blijft toch traditioneel het imago van de man.”

null Beeld colourbox
Beeld colourbox

4. Meer vleesvervangers is niet minder vlees

Gehakt, spekjes, bitterballen, burgers en worstjes: je kunt het zo gek niet verzinnen of er is een plantaardige variant van. De markt groeit enorm en Nederland loopt zowaar voorop in Europa. Maar het blijven wel heel kleine aantallen. Het marktaandeel vleesvervangers is bij ons 4 procent, tegen hooguit een half tot 1 procent in de rest van Europa. Wat bovendien opvalt: dat we vorig jaar minder vlees zijn gaan eten komt volgens Wakker Dier niet omdat we meer vegaburgers zijn gaan eten, maar puur door de horecasluiting. Oftewel: de vleesvervanger doet zijn naam feitelijk geen eer aan. Hij vervangt namelijk niet het eten van vlees.

5. Echt vervangen is ook moeilijk

Volgens Martijn Schwillens, hoofdredacteur van vakblad Meat & Co is het simpel: vlees laat zich nog niet goed vervangen. “De industrie gaat hard, elke­­­ vleesfabrikant ontwikkelt nu plantaardige eiwitten in de vorm van vegetarische worst, paté­­ en filet americain. Vega gehakt gaat prima door de pasta, en ook op het gebied van snacks is er al veel hybride of volledig vega, maar een goed stuk rundvlees of kip, dat valt nog niet na te maken. Een vleesalternatief dat net zo lekker is als echt vlees, zo ver zijn we nog lang niet.” En ook kweekvlees zien we voorlopig alleen nog in een laboratorium, niet op ons bord.

6. Vlees uit verzet

Joke Boon, van de dinsdagse Trouw-kookrubriek, kreeg meteen commentaar toen ze alvast begon met haar veganistische kerstrecepten. “Nou, ik eet lekker haas en eend!”, schreef een lezer boos. Dat doet denken aan de kerstrel van Allerhande. Het supermarktblad heeft al decennialang steevast een kerstrollade én altijd een vegetarisch kerstmenu, geen haan die er naar kraait. Tot in het kerstnummer van 2018 de vegetarische en veganistische gerechten extra prominent werden gepresenteerd, toen was het land te klein. Alle media sprongen erop en repten verlekkerd van woedende lezers met reacties à la: “Als je geen vegetariër of veganist bent, ben je duidelijk geen doelgroep meer”. Er vielen lelijke woorden als ‘quinoa-kauwende deugtrutten’ en het luidkeels bejubelen van vlees werd ineens een soort dappere verzetsdaad. Intussen is duidelijk: de vegetarische kerstmenu’s gaan nooit meer weg. Al blijft Allerhande ook gewoon nog altijd het gourmetten promoten. En die rollade blijft ook.

null Beeld colourbox
Beeld colourbox

7. Dierenwelzijn als excuus

Zowel de consument als de chefkok wil vlees van dichterbij huis, aldus Gertjan Kiers. Die trend wordt bevestigd door de recente bekendmaking van Albert Heijn dat ze alleen nog rundvlees uit Nederland willen gaan verkopen, van ex-melkkoeien. Ook Martijn Schwillens ziet dat de omzetten blijven stijgen van slagers met eerlijk vlees van dichtbij. Steeds meer mensen zeggen: áls ik vlees eet, dan wel graag van dieren die goed hebben geleefd­­. Dat leidt volgens Schwillens zelfs tot een paradox: “Als dierenwelzijn goed geregeld is, dan is er ook minder reden om afscheid te nemen van vlees.” Onderzoeker Marleen Onwezen van de Agrifoodmonitor bevestigt dat het consumentenpatroon echt verandert. Mensen vinden duurzaamheid en dierenwelzijn steeds belangrijker, alleen­­ zien we dat nog niet altijd terug in gedrag.

Waarom is het zo moeilijk om écht te stoppen met vlees eten? Jamal Ouariachi zwabberde heel wat af, maar pas met een baby in zijn armen kreeg hij het idee niet meer uit zijn kop dat kalfsvlees geen lekker hapje is, maar het vlees van een kinderkoe. Lees zijn verhaal hier.

8. Puur plantaardig is ook niet alles

“Plantaardigheid op zich is geen gezondheidscriterium”, zei hoogleraar voeding en gezondheid Jaap Seidell van de Vrije Universiteit Amsterdam al eens. “Bier, cola en witbrood met jam zijn ook plantenvoedsel.” Vlees bevat waardevolle stoffen als eiwitten­­, vet, vitamines en mineralen­­. Strikte vleesmijders kunnen serieuze gebreksziekten oplopen door een tekort aan vitamine­­ B12 of ijzer.

Ook wat de planeet betreft blijkt een beetje vlees gek genoeg beter voor het milieu dan helemaal geen vlees. Alle landbouwgrond voortaan alleen nog maar bestemmen voor groenten en granen zou namelijk veel te veel ruimte vergen. Bovendien komen grazende koeien juist goed van pas op grond waar verder niks te verbouwen valt en spelen ze samen met varkens een nuttige rol in de landbouwkringloop. Iedereen veganist hoeft dus helemaal niet. Een beetje vlees blijkt het gunstigst voor de planeet. Met de nadruk op ‘een beetje’.

9. Tja. Het is gewoon lekker

In de documentaire Vleesverlangen (2015) onderzoekt journalist Marijn Frank waarom ze zo gek is op vlees. Terwijl ze toch is opgegroeid in een macrobiotisch-vegetarisch gezin. “Vlees eten is voor mensen die niet nadenken”, zei haar moeder altijd. Bovendien­­ is ze door haar werk voor het tv-programma Keuringsdienst van Waarde zoveel misstanden in de vleessector tegengekomen, dat het een wonder is dat ze überhaupt nog een hap door haar keel krijgt. Maar zelfs na een stage in een slachterij vindt ze vlees nog altijd verschrikkelijk lekker. Nu, zes jaar later, vertelt ze desgevraagd dat ze na de film inderdaad een tijdje wat minder vlees at, maar dat de vleeslust nog onverminderd sterk aanwezig is. “Als je een maaltijd hebt met spekjes, haalt dat alles op. Ik vind het zelf ook een slecht excuus en je moet je als mens toch een beetje kunnen bedwingen, maar ja.” Haar oplossing: altijd kiezen voor goed vlees, en niet te vaak. En dan met zo min mogelijk vlees, zoals een handje spekjes in een bolognesesaus, toch zoveel mogelijk vleessmaak proberen te creëren. “We moeten ons blijven realiseren dat vlees iets bijzonders is en dat we het moeten waarderen. Het groeit niet aan een boom.”

Lees ook:

Het vak van slager iets van vroeger? Volgens deze jongeren niet

Met alle aandacht voor vegetarisch eten zou soms zomaar de indruk kunnen ontstaan dat de ambachtelijke slager een uitstervend beroep heeft. Martijn Gijsbertsen fotografeerde drie jongeren die voor dit vak kozen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden