Henk Renes.

NaschriftHenk Renes

De flamboyante onderwijzer en poppenverzamelaar Henk Renes (1941-2021) voelde zich afgewezen door de paus

Henk Renes.Beeld

Onderwijzer Henk Renes hunkerde weleens naar een alledaags bestaan. Maar zijn eigenwijze karakter en flamboyante kant zorgden er juist voor dat hij opviel. Die worsteling brak hem steeds meer op.

Een edele heer was Henk Renes, die altijd even stijlvol gekleed ging. In zijn gang hingen wel zeventig jassen, het liefst gecombineerd met een van zijn charmante hoeden. Als Henk een ruimte betrad, trok hij direct de aandacht naar zich toe. Na een grapje om het ijs te breken, zat hij al snel op de praatstoel.

Hij was een groots verhalenverteller: het liefst over de Middeleeuwen, klassieke muziek of astrologie. Zelf had hij sterrenbeeld Leeuw en ascendent Kreeft en daar leefde hij naar. Hij was trots als een Leeuw – eenzaam op zijn rots en met een stevig ego. Maar zijn innerlijk was kwetsbaar en hij trok zich vaak terug als een Kreeft.

Dankzij zijn fotografische geheugen, intellect en onverzadigbare belangstelling bezat hij een indrukwekkende hoeveelheid kennis. Wanneer je met hem in discussie raakte, ontdekte je snel genoeg zijn eigengereidheid. Henk kende geen middenweg en moest en zou gelijk krijgen. Met de woorden ‘het is gewoon zo’ eindigde hij meermaals gesprekken. Dat hij door die starre houding verschillende vriendschappen verloor, speet hem, maar hij paste zijn gedrag niet aan. Wat dat betreft ontbrak het hem aan een dosis zelfreflectie.

Buitenbeentje

In het gezin waarin hij in het Veluwse Nijkerk in 1941 werd geboren, voelde hij zich niet op zijn plek. Een buitenbeentje, een aparte vogel noemden ze hem. Hij leek wel wat op zijn vader Teus, een gelukzoeker met allerhande baantjes die graag in de belangstelling stond, maar Henk kon slecht met diens dominantie overweg. Hij had een betere band met zijn stille en goeiige moeder Geurtje, die alles wel prima vond. Hij kreeg een broertje en twee zusjes, maar Henk ging meestal zijn eigen gang.

Iedereen was altijd welkom in het arme arbeidersgezin. Het ging er vrij aan toe: samen plaatjes draaien en in het weekend dansen in de kamer. Op zolder speelden de kinderen toneel, waarvoor Henk alle kostuums maakte. Hij breide graag en voor het zeshonderdjarig bestaan van Nijkerk naaide hij voor de hele familie historische kostuums in de stijl van Jacoba van Beieren. Ze liepen parmantig mee in de optocht.

Henk Renes (l) draagt zelfgemaakte kleding voor het 600-jarig bestaan van Nijkerk. Beeld
Henk Renes (l) draagt zelfgemaakte kleding voor het 600-jarig bestaan van Nijkerk.Beeld

Henk was slim en ging naar de ulo. Dat hij daarna zijn broer en zussen almaar verbeterde, maakte hem niet sympathieker. Toen Henk na de ulo besloot naar het seminarie te gaan in Amsterdam, moest iedereen wel schakelen. Hoewel ze thuis niet dogmatisch gelovig waren, wekte zijn keuze voor het rooms-katholieke geloof vol rituelen op zijn minst verbazing.

Vrijuit liefhebben

Voor hem betekende de verhuizing naar Amsterdam een bevrijding. Hoewel hij zijn seksuele geaardheid nooit had verborgen en zijn familie er geen issue van maakte, kon hij hier vrijuit liefhebben en meer zichzelf zijn. Hij genoot van zijn ‘Shaffy’-tijd waarin alles kon en mocht – al voelde hij zich als gentleman nooit helemaal thuis in de Amsterdamse homoscene. De priesterstudie vroeg zijn volle aandacht.

Toch stopte hij er na twee jaar mee. De aanleiding was het Tweede Vaticaans Concilie van paus Johannes XXIII. Hij voelde zich door de kerkleider afgewezen in zijn essentie, het ging Henk om het principe. Hij vond dat de kerk het kind met het badwater weggooide. Daarna ging hij werken als redacteur bij uitgeverij Excerpta, waar hij zijn grote liefde Ian ontmoette, een Schot met wie hij ging samenwonen. Maar de relatie liep teneinde toen Ian in een ashram-gemeenschap wilde gaan wonen en hij er geen brood in zag zijn geliefde te volgen.

Henk Renes, hier als jongeman, was altijd aan het lezen Beeld
Henk Renes, hier als jongeman, was altijd aan het lezenBeeld

Henk verhuisde terug naar Nijkerk, waar hij zich in zijn vrije tijd aansloot bij de vereniging voor huismuziek en optrad als troubadour spelend op zijn fluit – uiteraard met passende kledij. Hij startte met de pedagogische academie in Amersfoort en ging als dertiger aan de slag als onderwijzer. Aanvankelijk stond hij voor de internationale schakelklas in Utrecht, waar hij lesgaf aan vluchtelingenkinderen. Hij leerde vlot Spaans en Portugees om hen beter te verstaan.

Een intuïtieve natuur

Daarna werd hij gegrepen door het vrije­schoolonderwijs: in het antroposofische gedachtegoed van Rudolf Steiner spraken de mystieke aspecten tot zijn verbeelding. Hij kon zich sterk verbinden met die spirituele inslag, die dicht bij zijn intuïtieve natuur lag. Voor de klas kon hij al zijn creativiteit, humor en muzikaliteit kwijt. Hij verdiepte zich met de grootste toewijding in de kinderen en maakte prachtige spreuken en schilderingen die vrijeschoolleerlingen aan het einde van het jaar van hun leerkracht ontvangen.

Altijd op zoek naar verdieping, begon hij naast zijn baan met een studie kunstgeschiedenis. Zo ontpopte hij zich voor velen als wandelende encyclopedie. Vrienden laafden zich aan zijn kennis. Daarnaast kon je hem alles vragen over zijn andere liefde: het koningshuis. Hij kende tot enkele eeuwen terug alle familielijnen en namen van de koninklijke familie. Henk was bijzonder trouw. Als er iets aan de hand was, kon je hem altijd bellen. Niet zozeer voor praktische zaken – want handig was hij geenszins – maar wel voor een opbeurend woord. Of een grap of grol; hij kon als geen ander typetjes nadoen als Margreet Dolman.

Moeite met dwarsliggers

Na enkele jaren zorgde zijn eigengereidheid ook in zijn werk voor conflicten. Niet zozeer met de leerlingen, maar wel met collega’s en de ouders. Na een periode bij de Zeister Vrije­ School vertrok hij naar de vrije school in Almere. Nauwgezet als hij was, kostte het Henk moeite om dwarsliggers in de klas in het gareel te houden. Toen hij op een dag uit onmacht met een schilderpenseel op de hand van een kind tikte, was dat voor de school de druppel en ging hij op 61-jarige leeftijd vervroegd met pensioen.

Hij verveelde zich geen moment. Hij pakte vrijwilligerswerk op bij verzorgingshuis St. Jozef en wandelde en fietste graag met bewoners. Zijn vrolijke inslag werd gewaardeerd. Hij bleef studeren: zo’n zevenduizend boeken vulden van de grond tot plafond zijn smalle pijpenlade-huis, dat hij had geërfd van een goede vriendin. Of hij speelde klassieke muziek op zijn spinet. Verder bezocht hij vaak musea en concerten of ging dagjes weg, zoals naar Prinsjesdag, om commentaar te leveren op de hoedjes en de kleding van de dames. Hij vond dat toenmalig minister Maij-Weggen van ‘oude gordijnen een jas had laten maken’.

Henk Renes ging graag als edelman gekleed. Beeld
Henk Renes ging graag als edelman gekleed.Beeld

Levensechte poppen

Zijn grootste liefhebberij was het verzamelen van porseleinen poppen. Hij reisde stad en land af om die levensechte poppen met grote ogen te vergaren: het liefst historische exemplaren, waarbij hij pas tevreden was als de pop exact de juiste kleding en pruik bezat. Het leken soms wel zijn kinderen. Hij naaide zelf de kleertjes, zodat alles tot in detail klopte. Henk was geen moderne man, hij hield van dit soort ouderwetsheid.

Die kamer vol poppen – hij had er op het laatst zo’n 250, die hem allemaal recht aankeken als hij in de kamer zat – gaf ook de leegte in zijn leven weer. Hij wilde zo graag een alledaags bestaan, maar hoe hard hij ook zijn best deed, het lukte hem niet.

Hij had verschillende geliefden gehad, maar zijn halsstarrigheid zorgde ervoor dat die relaties stukliepen. Dat hij geen kinderen had, was voor hem een diepe teleurstelling. Daarom genoot hij extra van zijn neven en nichten en zijn petekind Nathan, een zoon van vrienden, met wie hij een speciale band had.

Verschanst in zijn huis

De laatste jaren van zijn leven was hij eenzaam; hij voelde zich steeds vaker onbegrepen. Toen hij valselijk werd beschuldigd van diefstal bij het verpleeghuis waar hij als vrijwilliger werkte, was hij diep gekrenkt. Hij keerde nog meer naar binnen. En na de dood van zijn broer Teun, die hem zeer aangreep, liet hij niemand meer binnen en verschanste zich meer en meer tussen zijn verzamelingen. Iets weggooien kon hij niet.

Henk had diverse goede vrienden, maar velen kenden elkaar alleen uit verhalen. Verjaardagen vierde hij niet en hij ging meestal naar de ander toe. Zo gebeurde het dat niemand werkelijk doorhad hoe slecht het met hem ging. Zijn verstrooidheid verergerde, hij werd angstig en uiteindelijk dement. Hij verzorgde zichzelf en zijn huis steeds slechter, tot een schoonzus en zijn neef de deur openduwden en schrokken van wat ze aantroffen. Ze zetten alles op alles om Henk een waardig einde te geven en verhuisden hem naar een woonzorgcentrum. Vermagerd en verstopt in zijn eigen geest leefde hij nog enkele maanden. Zijn zoektocht naar zichzelf was ten einde.

Hendrik Renes werd geboren op 29 juli 1941 in Nijkerk en stierf aldaar op 20 januari 2021.

Trouw beschrijft wekelijks het leven van onlangs overleden gewone of bekende mensen. Hebt u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden