De tuin vanJeroen Van Bergeijk

De favoriete plant van mijn moeder, denk ik

Hoe heet dat plantje toch waarop ik zo gesteld ben? Gelukkig is er PlantNet

Mijn moeder kon dagelijks uren in de tuin doorbrengen. Ze zat op een tuinclub. In de vakanties maakte ze met mijn vader tuinreizen door Engeland en Frankrijk. Als we vroeger samen wandelden, wees ze overal bloemetjes aan en zei: ‘Kijk, die staat ook in onze tuin’. Ze wist van elk plantje de naam.

Ik begreep niets van haar fascinatie. Alles wat ze vertelde ging het ene oor in, het andere uit. Ik zou niet kunnen zeggen wat haar favoriete bloemen waren. We hadden thuis een prachtige tuin waar mijn moeder veel lof mee oogstte, maar niet van mij. Ik was er nooit te vinden. Ik zat liever op mijn zolderkamer te lezen, of naar muziek te luisteren. De tuin was voor mij niet meer dan een decor, een groene massa met hier en daar een vrolijk kleurtje. Zij droomde van de natuur, ik van de stad. Zij kwam in de tuin tot rust, ik wilde niets liever dan aan die rust ontsnappen. Ik kon geen vergeet-me-nietje onderscheiden van een vlijtig liesje, en andersom wist zij niet wie The Talking Heads, Frank Zappa of The Cure waren.

Wat mij betreft verwoordde J.C. Bloem het in De Dapperstraat het perfect:

‘Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,

De in kaden vastgeklonken waterkant,

De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand

Door zolderramen, langs de lucht

bewegen.’

Nu heb ik net als zij een tuin waar ik vele uren in spendeer. Vaak betreur ik dat ik vroeger niet wat beter heb opgelet. Heel veel verder dan het identificeren van hortensia’s en narcissen kom ik nog altijd niet. Aan de andere kant: ik ga wel steeds meer op haar lijken want ook al weet ik hun naam niet, ik begin nu wel overal planten te onderscheiden. Zo liep ik afgelopen vrijdag over de Cartierheide in de Kempen en herkende daar zowaar de bloeiende heideplantjes als dezelfde als die ik vorig jaar in het tuincentrum had gekocht. Een dag later bezocht ik mijn vader in zijn verzorgingshuis in Zeeland en zag daar in een border een plantje uit mijn volkstuin terug waar ik bijzonder op ben gesteld.

Het is een plant met langwerpige, rozerode aren waar de bijen dol op zijn. Het ding is ooit zomaar in mijn tuin komen aanwaaien en nu keert hij jaarlijks terug – groter en talrijker. Maar ja, ik mag ik hem dan wel herkennen, geen idee hoe hij heet. Mijn moeder kan ik het niet meer vragen. Gelukkig is er PlantNet, een app waarmee je haast elk denkbaar gewas kunt determineren. Het bleek persicaria orientalis, in het Engels bekend onder de veel leukere naam: Kiss-me-over-the-garden-gate. En inderdaad, het lijkt wel of de manshoge, hangende bloemetjes zich over een tuinhekje naar je toebuigen om je een kus te geven.

Ik stel me voor dat het een van de favorieten van mijn moeder is geweest.

Jeroen van Bergeijk is journalist en heeft een volkstuin.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden