ColumnRenske Jonkman

De enige biologische boer in de omgeving zal vast minder oogsten, maar het ziet er een stuk gezelliger uit

Na de oogst van de spitskolen – door een veertigkoppig leger seizoenarbeiders –  liggen de akkers achter ons huis er troosteloos bij. Het heeft wel iets weg van een festivalterrein dat na ­dagenlang feesten is verlaten: vertrapt en ­modderig en met diepe bandensporen. ­Hoewel, een paar spitskolen groeien gewoon dóór, met fris groen blad, als dronken feestgangers die maar gewoon blijven dansen, tot ver in het ochtendgloren, als de rest ­allang is vertrokken. Eén haas schiet haastig weg tussen de wegrottende rompen.

Nee, dan de boer aan de overkant. Die heeft na de tarweoogst al zijn akkers ingezaaid met een groenbemester, zodat daar in de vroege herfst een feestelijk tapijt van gele bloemen lag. Gele mosterd, als ik mij niet vergis. Hij is de enige biologische boer hier in de omgeving en hij zal vast wat minder oogsten, minder efficiënt werken, maar het ziet er toch een stuk gezelliger uit.

Die grond, daar is nogal wat om te doen. Het is min of meer de schuld van de Duitser Justus von Liebig. Al twee eeuwen terug zorgde de chemicus met zijn uitvinding van kunstmest voor twee kampen. Aan de ene kant heb je de Von Liebigs, die menen dat je de almaar uitdijende wereldbevolking alleen kunt voeden door de bodem kunstmatig te verrijken. Aan de andere kant is daar de Ierse wetenschapper Robert McCarrison, die meent dat alles begint met de grond. De grond! Volgens de McCarrisons moet je de grond juist voeden met plantenresten en dierlijke uitwerpselen voor een goed ­bodemecosysteem. Maar dat is weer een stuk arbeidsintensiever.

Overigens was die Von Liebig later in zijn leven de bestrijder van zijn eigen ­ontdekking, zoals Albert Einstein ook ­kritiek had op zijn eigen vernietigings­wapens. Het overmatig strooien met kunstmest zag hij als een gevaar voor een gezond bodemleven en ‘een verantwoord agrarisch product’.

‘Strontboer!’ noemt mijn schoonvader me in de moestuin

Héél vroeger joegen ze overigens gewoon hele stukken bos in brand voor wat vruchtbare grond. Of ze vermengden ­schapestront met heideplaggen, die op de ­akkers werden gegooid.

Voor de moestuin heb ik me op die ­achterlijke, middeleeuwse praktijken gestort. Kruiwagens vol paardemest stort ik op de braakliggende grond, nu de oogst van pompoen, courgettes, bieten en sla definitief voorbij is.

‘Strontboer!’, zegt mijn schoonvader als hij me in de weer ziet met de kruiwagens. Is wel zo. Toch heeft wel wat, zo’n behaaglijke winterjas van mest en stro op al die akelige, kale moestuinbedden. Maar de akkers vol afgestorven spitskolen moeten zichzelf maar zien te redden.

Renske Jonkman schrijft over haar leven op het platteland, tussen boeren en natuurbeschermers. Lees haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden