Beeld Trouw

SchrijverscolumnFranca Treur

De baby is de columns en momlit ontstegen en nu echt de literatuur binnengedrongen

Op de kerstborrel van een weekblad keek iedereen naar mijn buik, maar ik was mijn gewone zelf weer. Ik nam geen extra ruimte meer in. Ik trof er een schrijfster die ook een jong kind heeft, en we kregen een gesprek over artikelen en boeken over het onderwerp. Het was me opgevallen dat de baby als thema de columns en de momlit is ontstegen en nu echt de literatuur is binnengedrongen. Tot voor kort schreef men wel over zoons en dochters, maar dan waren het minstens pubers. De ervaring van het baren en de eerste jaren daarna werden als te algemeen en te vrouwelijk beschouwd om er echte literatuur van te maken. Voor kinderen zorgen had weinig status, over kinderen schrijven nog veel minder.

Dat is nu anders, mogelijk dankzij het nieuwe feminisme. De baby mag, getuige recente boeken van Maggie Nelson, Valeria Luiselli, Jenny Offil, Marie Darrieussecq, Anne Enright, Samanta Schweblin, Marjolijn van Heemstra en Saskia De Coster. Al zijn er nog weinig mannen die baby’s in hun boeken stoppen, dus je kunt nog niet helemaal spreken van een universeel literair thema. 

Een van de wegbereiders was Rachel Cusk, die in 2001 een heel boek wijdde aan het jaar waarin zij moeder werd. Zij moest er toen nog zwaar voor boeten. De kritiek die ze kreeg was keihard (men vond het onderwerp banaal en Cusk zelf een slechte moeder) waardoor het des te opmerkelijker is dat ze zoveel navolging kreeg.'

‘Echt als een vent’, zegt mijn vriend

Cusk wordt veel geciteerd door andere schrijfsters die op het moederschap reflecteren. Vooral haar ideeën over vervreemding en zelfverlies worden grif overgenomen. Ze heeft het over de vreemde werkelijkheid van het moederschap en een onverzadigbaar verlangen naar haar pre-moederlijke ik. Ze thematiseert hoe je met je kinderen niet jezelf bent, en zonder hen evenmin. Daar hadden we het over op de kerstborrel. Want dat herkenden wij toch niet. Je kan best moeder zijn op het moment dat je met je kind bent, en je moederlijke zelf loslaten als je aan het werk bent. Nu is het voor mij misschien nog een beetje vroeg om daar al uitspraken over te doen, maar het hele idee dat je één zelf hebt, is al kwestieus. Je bent niet steeds hetzelfde, bij iedereen. Je hebt altijd verschillende rollen.

Neem nou dat innemen van ruimte. Op zo’n borrel spreek je mensen die je maar één vraag hoeft te stellen, en ze zijn meteen tien minuten aan het woord. Het kan zomaar zijn dat zij in het gezin waar ze geboren zijn, helemaal niet floreerden, en pas later en elders tot leven kwamen. 

Er liepen daar voornamelijk schrijvers rond. Veel schrijvers, vooral fictieschrijvers, zijn niet goed in staat om ruimte in te nemen, maar doen dat alsnog via degenen die ze opvoeren in hun boeken. In het echte leven geven ze verlegen antwoorden, reageren belangstellend als je zelf iets vertelt, en halen drank voor je, ook al ben je inmiddels alweer met iemand anders in gesprek. Maar dan nog kan het zijn dat hij of zij thuis degene is om wie alles draait.

Bij mij thuis draait alles even om de baby. De vanzelfsprekende manier waarop hij zich uitgebreid uitrekt (‘echt als een vent’, zegt mijn vriend), letterlijk ruimte inneemt, is fantastisch om te zien. De manier waarop hij soms de lucht vult met geblèr, minder. Dat proberen we dan ook al sussend een beetje in te perken. Zo moet hij een persoontje worden dat zich loom blijft uitstrekken als hij daar zin in heeft, maar dat ook naar anderen luistert. 

Gerbrand Bakker schrijft met Franca Treur om beurten een column over lezen, schrijven en het literaire leven. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden