NaschriftCorrie van Eijk-Osterholt

De angst van haar tweelingzus werd Corrie van Eijks levenswerk

De tweeling als twintigers, links Corrie van Eijk.

Als Corrie van Eijk ziet hoe haar tweelingzus Mies door de nonnen wordt vastgebonden aan bed en volgestopt met medicijnen, begint haar lange strijd voor een menswaardige behandeling van psychiatrische patiënten. Haar boek in 1972 slaat in als een bom. Zelf laat Corrie zich niet makkelijk helpen.

 Wie in de put zat, kon rekenen op Corrie. Een handgeschreven brief of een onvoorwaardelijk luisterend oor beurde menig familielid of vriend op. Maar ook talrijke psychiatrische patiënten zouden baat hebben bij haar vasthoudende strijd voor betere omstandigheden in instellingen. Ze gaf grif en met vrolijkheid, terwijl ze zelf geen makkelijk leven had. 

Tegenslagen krijgt Corrie al jong op haar bord. Samen met haar tweelingzus Mies is ze de jongste van vijf in een streng rooms-katholiek gezin in Schiedam. Vader heeft een machinefabriek met een kleine werf waar boten worden onderhouden. Eerder heeft het echtpaar twee jonge kinderen verloren aan de Spaanse griep, een diep verdriet dat als zwaarte in het gezin voelbaar is.

De ouders houden zich met harde hand aan de roomse regels, de twee jongens en drie meisjes doen het niet snel goed. Corrie en Mies krijgen jong pianoles en leren goed spelen, vooral Mies is begaafd. Op vakantie gaan ze niet, dat kan niet vanwege de zaak van vader. Wel heeft hij een auto waarmee het gezin soms uitstapjes maakt naar het strand in Scheveningen. 

Uiterlijk zijn ze identiek, innerlijk zijn ze tegenpolen

De eeneiige tweelingzusjes zijn uiterlijk niet van elkaar te onderscheiden. Beiden hebben daarnaast een zorgzame en lieve aard, maar innerlijk zijn ze tegenpolen. Waar Mies snel bang is, is Corrie onvervaard. En terwijl Mies de neiging heeft tot melancholie en zwaarmoedigheid, is Corrie juist opgeruimd en vrolijk. Mies is de afwachtende en Corrie neemt het initiatief. 

Die eigenschappen worden nog versterkt door de situatie thuis. Het huwelijk tussen de ouders is liefdeloos met geschreeuw en periodes van kilte. Mies kan er slecht tegen en Corrie neemt de rol van beschermer op zich. De ouders besluiten tot een scheiding, maar dat wordt verboden door de pastoor. 

Corrie (links) en Mies als kleuters.Beeld rv

De meisjes zijn zeventien als de oorlog uitbreekt. Mies wordt panisch van de overvliegende Duitse vliegtuigen en ontploffende granaten en klampt zich vast aan haar liefdevolle, maar ook streng straffende moeder. Een maand na het uitbreken van de oorlog raakt het gezin getroffen door een ander drama. Moeder, niet sterk van gestel na een zware operatie, wordt onverwacht opgenomen in het ziekenhuis. Van die nieuwe operatie komt ze slecht bij. ’s Nachts worden de gezinsleden uit bed gebeld door twee agenten die hen door het donker begeleiden naar het ziekenhuis. Moeder is overleden. 

Thuisgekomen kruipt Mies bij Corrie in bed. ‘Ik ben zo bang Puck’, fluistert ze, haar koosnaampje gebruikend. Het is een zinnetje dat Corrie nog heel vaak zal horen. Vader besluit dat Corrie de huishoudschool onderbreekt om voor het gezin te zorgen, een taak die ze zonder morren op zich neemt.

Het overlijden van hun moeder en de oorlogsperiode hebben de toch al gevoelige Mies beschadigd en ze lijdt onder een voortdurend gevoel van onveiligheid. Corrie houdt ’s nachts haar handen vast tot Mies’ hartkloppingen bedaren. 

Ze ziet dat de leefomstandigheden van haar zus erbarmelijk zijn

Het wordt niet beter en in 1947 komt Mies terecht in de rooms-katholieke psychiatrische instelling Sancta Maria in Noordwijkerhout. Voor Corrie begint een dubbelleven. Voortvarend begint ze aan haar eigen ontwikkeling die stil heeft gelegen door de zorg voor het gezin. Ze doet de opleiding tolk-vertaalster Engels en krijgt een baan op het ministerie van landbouw. 

In haar vrije uren bezoekt ze haar tweelingzus in de instelling. Ze ziet al snel dat de leefomstandigheden van haar zus erbarmelijk zijn. Van therapie is bij de nonnen geen sprake. Als Mies opstandig is, wordt ze vastgebonden op bed onder het ‘spanlaken’. Ook wordt ze voor straf geïnjecteerd met een braakmiddel of moet ze lange tijd doorbrengen in de isoleercel, een hel voor Mies die ’s nachts niet alleen durft te slapen. Ze wordt volgestopt met medicijnen waardoor ze suf raakt en veel valt. 

Corrie vraagt gesprekken aan met de nonnen en de behandelend artsen, maar wordt naar huis gestuurd met opmerkingen als ‘U weet niets van farmacie’. Maar Corrie blijft tot wanhoop van de autoriteiten aan de bel trekken. Ondanks haar machteloosheid en frustraties blijft ze beleefd en vriendelijk: alles voor haar tweelingzus die steeds verder gehospitaliseerd raakt. 

De nonnen zien buikpijn als aandachttrekkerij

Hoe kan het dat het leven mij zo goed afgaat en mijn tweelingzus steeds de boot mist?, is een vraag die Corrie zich dikwijls stelt. Ze werkt inmiddels bij het Centraal Planbureau. Wanneer ze een Engelstalig boek over economie moet vertalen en twijfelt over een woord, wordt ze verwezen naar econoom Cor van Eijk, ook werkzaam bij het planbureau. De twee worden verliefd en blijken elkaar aan te vullen. Cor discussieert graag over economische en financiële politiek, Corrie ziet ook altijd het kleine, menselijke. 

Corrie helpt Cor die invalide is en aanvankelijk met stokken loopt en later aan een rolstoel gebonden raakt, terwijl Cor haar onvoorwaardelijk steunt in haar strijd voor een beter leven voor haar zus. Kinderen komen er niet, de twee zijn al vijfendertig als ze elkaar ontmoeten en daarnaast spelen de handicap van Cor en de zorg voor Mies een rol. Wel wordt Corrie de favoriete tante van neven, nichten en kinderen van vrienden.

De zorg voor Mies blijft. Haar zus klaagt over hevige buikpijn en de nonnen zien het als aandachttrekkerij en leggen haar onder het spanlaken. Corrie schrijft naar de Inspecteur voor de Geestelijke Volksgezondheid en naar de Officier van justitie over de misstanden in Mies’ instelling, maar ook daar wordt ze van het kastje naar de muur gestuurd. Bij nader medisch onderzoek blijkt Mies’ buik vol tuberculosegezwellen te zitten. 

Uiterlijk lijken de tweelingzussen niet meer op elkaar

Begin jaren zestig wonen Cor en Corrie enkele jaren in Zwitserland, in een huisje op het platteland buiten Genève waar Cor werkt voor de Verenigde Naties. Het zullen Corrie’s gelukkigste jaren zijn, hoewel ze nooit zonder zorgen is over haar zus. Regelmatig is ze even in Nederland. Eenmaal terug is er niet veel verbeterd in de psychiatrische zorg voor haar zus, al zit Mies in een andere instelling. Uiterlijk lijken de tweelingzussen allang niet meer op elkaar, Mies is dik is geworden door het vele medicijngebruik. Op familieverjaardagen is ze zwijgzaam, soms speelt ze prachtig op de piano.

Corrie’s frustratie door haar vergeefse strijd is zo hoog dat ze besluit om haar ervaringen op schrift te zetten. In 1972 wordt haar boek uitgegeven onder de titel ‘Laten ze het maar voelen...’. Het slaat in als een bom, zeker als ook het televisieprogramma ‘Een groot uur U’ van Koos Postema er aandacht aan besteedt. 

Corrie van Eijk op 91-jarige leeftijd.Beeld rv

In het boek beschrijft ze tot in detail haar observaties in de instellingen waar Mies vanaf haar 24ste verbleef. De angst van Mies in de isoleercel, de overvolle afdelingen zonder privacy, het veel te zware medicijngebruik. Het is een noodkreet, gestaafd met brieven die ze schreef aan autoriteiten. Corrie schrijft even beeldend als ze kan vertellen. Na alle aandacht in de pers wordt ze overladen met brieven van patiënten en hun familieleden. 

Nu zorgt Corrie niet alleen voor haar zus, maar is ze beschermer geworden van alle psychiatrische patiënten die leven onder slechte omstandigheden. Ze wordt uitgenodigd haar verhaal te vertellen in de Tweede Kamer en neemt plaats in verschillende organisaties en commissies ter verbetering van het lot van psychiatrische patiënten. De tijdgeest heeft ze mee, langzaam begint het beeld van psychiatrische patiënten te veranderen van willoze wezens naar mensen met eigen wensen en behoeften. De Cliëntenbond is opgericht, de eerste vereniging met patiënten en hun familieleden.

Voor Mies komen de veranderingen te laat

Ondanks haar politieke activiteiten blijft Corrie dicht bij de basis, de cliënten zelf. Talloze weggelopen psychiatrische patiënten en hun familieleden vinden een luisterend oor in de huiskamer van Corrie en Cor. Al heeft Corrie eindelijk invloed en is ze zelfs bepalend in de emancipatiebeweging van psychiatrische patiënten, voor Mies komen de veranderingen te laat. Zij weet met sommige nieuw verworven vrijheden geen raad. Ook de moegestreden Corrie vindt de veranderingen niet altijd verbeteringen. Corrie blijft zorgen voor haar zus, tot die op haar vijfenzeventigste overlijdt.

Van een zorgeloze oude dag is geen sprake. Cor en Corrie hebben beiden ernstige gezondheidsklachten. Hun kracht om alles zelf te doen en altijd voor anderen klaar te staan wordt nu hun zwakte. Welwillende vrienden, familieleden en mensen van de thuiszorg die langskomen, krijgen de kans niet om ergens mee te helpen, wel worden ze verwend met lekkers.  

Het overlijden van Cor in 2016 is voor Corrie een klap. Het ligt in haar aard om ergens het beste van te maken, maar dat gaat niet meer vanzelf. Af en toe komt de oude Corrie boven en vertelt ze prachtig over vroeger, bijvoorbeeld over het overlijden van haar moeder en de nachtelijke tocht naar het ziekenhuis. In haar kamer staan twee portretten van Cor en Mies naast elkaar. En soms ziet Corrie ze vol liefde naar haar lachen.

Corrie van Eijk-Osterholt werd geboren op 29 april 1923 in Schiedam en overleed op 19 februari 2020.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden