null Beeld
Beeld

ColumnRosita Steenbeek

Dansende duivels en spartelende ketters: van Dantes hel slaat de fantasie op hol

Rosita Steenbeek

Lucifer loert met witte irissen en borende blik vanuit elke hoek van Rome. Het is onontkoombaar, ik moet naar Inferno, de tentoonstelling in de voormalige paardenstallen van de paus, uitsmijter van dit Dantejaar.

De vlag op het Palazzo del Quirinale wappert tegen een blauwe lucht. Aan de overkant ­betreed ik via de brede wenteltrap een schemerwereld waar muurvullende filmbeelden uit 1911 Vergilius tonen die Dante begeleidt langs spartelende ketters in brandende graven. Ik loop verder, langs buitelende lijven, op het afgietsel van de zeven meter hoge hellepoort van Auguste Rodin, naast de uit één blok marmer gehakte schare vallende engelen. Het Laatste Oordeel van Fra Angelico toont angstige verdoemden.

Gekookt in de pan

Veel religies kennen een dodenrijk, maar het christendom maakt onderscheid tussen ­hemel en hel. De schildering van dat gruweloord zou mensen aansporen voor het goede te kiezen, was Dantes overtuiging.

Ik zet mijn tocht voort, passeer een vervaarlijke hellemond, schepping van landgenoot Jacob van Swanenburg. Een volgende hellemond gaapt in de zestiende-eeuwse tovertuinen van Bomarzo, en nog een, de toegang tot Cabaret de l’Enfer in Parijs, waar de surrealisten graag binnenwipten. Overal worden mensen gekookt in pannen of achternagezeten door duivels met drietanden, om­geven door de meest bizarre architectuur.

Daar is Lucifer, van het affiche, geschilderd door Franz von Stuck. Nogmaals duikt hij op, in andere gedaante, zaalhoog, naakt, dreigend, de armen geheven. Satan roept zijn ­legioenen bijeen door Sir Thomas ­Lawrence.

Een inferno dat echt bestaat

Er is vaker afgedaald in het dodenrijk. Ovidius beschrijft hoe Orpheus op zoek gaat naar Eurydice, Jan Brueghel de Oude laat zien hoe de Sibylle van Cumae Aeneas bij de hand neemt, maar de meest plastische en gedetailleerde helletocht is die van Dante. Niets heeft de verbeelding van kunstenaars meer op hol doen slaan dan Dantes Hel. Vooral ­Nederlanders en Vlamingen wisten er raad mee, Pieter Huys, Jeroen Bosch, maar ook Gustave Doré, Goya, Delacroix. Sandro ­Botticelli schilderde er een nauwkeurige ­topografie van.

Terwijl Dante steeds dieper afdaalt naar de bodem van het inferno waar Lucifer vastzit in het ijs, klim ik de trap op naar de hel op aarde, de hel van vandaag. Tijdens de vorige en de huidige eeuw wordt het kwaad dat bij Dante op conto komt van het individu, ­geïndustrialiseerd. We zien fabrieken waar ­gewerkt wordt in helse ritmes, onderaardse ­labyrinten vol arbeiders als verdoemden, ­lugubere gestichten en gevangenissen.

In de volgende zaal is het druk maar stil. We staan voor het grote doek Kamp Buchenwald van Boris Taslitzky. Een vitrine toont het ­typoscript van Primo Levi’s Is dit een mens over zijn kampervaringen in Auschwitz.

Zojuist waren we nog geboeid, vermaakt door de griezelbeelden op de schilderijen, maar nu ervaren we dat die hel werkelijk ­bestaat.

Ten slotte kijken we in de laatste ruimte net als Dante naar de sterren, bewegende beelden van de Nasa, groots en schitterend.

Rosita Steenbeek is schrijfster en woont deels in Rome. Meer van haar columns leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden