null

InterviewNaomie Pieter

Dansend beweegt Naomie Pieter door het racismedebat. ‘Praten, praten, blijven praten’

Beeld Jörgen Caris

Naomie Pieter (30) is aanjager van de antiracismebeweging in Nederland. Het startschot: een knieblessure die haar grote passie om zeep hielp.

Het is even schrikken als je de flat van Naomie Pieter binnenkomt. In de hal, tussen de jassen en de schoenen, staan vier doodskisten opgesteld. Geen echte weliswaar, maar wel bijna levensgroot. Erop staan namen van zwarte mensen die door politiegeweld om het leven zijn gekomen. Sommige van die namen zijn bekend: die van de Amerikaanse George Floyd en Michael Brown, maar ook de Nederlandse Mitch Henriquez bijvoorbeeld. Andere, zoals de zwarte transvrouw Riah Milton, zal niet iedereen kennen.

De kisten zijn een monument én een activistisch middel: tijdens antiracismedemonstraties dragen Pieter en andere demonstranten ze met zich mee. Elke aanwezige mag een naam toevoegen. Een van de kisten gaat binnenkort naar een permanente rustplaats: die wordt opgenomen in de collectie van het Amsterdam Museum.

Pieter – lang zwart haar in dreads, zilveren neuspiercing – slaat bijna geen acht meer op de ietwat lugubere protestobjecten. Welke schoenmaat heeft het bezoek, vraagt ze, terwijl ze in een aangrenzende kamer naar een paar slippers voor in huis zoekt. Hooguit krijgen de kisten in het voorbijgaan een aai over hun bordkartonnen zijpanelen.

Op het podium

Het afgelopen jaar is druk geweest voor haar. Na de dood van George Floyd in mei barsten overal, ook in Nederland, grote protesten los. Als oprichter van de groep Black Queer and Trans Resistance organiseert ze demonstraties en staat ze vaak op het podium om menigten toe te spreken; haar instagrampagina is inmiddels een collage van protestborden, mensenmassa’s en foto’s van Pieter met een grote megafoon. Op 1 juni staan er ondanks de lockdownmaatregelen duizenden mensen voor haar neus op de Dam. Daar komt kritiek op: we moeten grote groepen toch juist mijden? Pieter is er stellig over. Demonstreren is een grondrecht, racisme moet worden uitgebannen.

Pieter verweeft nadrukkelijk haar queer-activisme met antiracisme. De zwarte lhbti-gemeenschap heeft het zwaarder te verduren dan hun witte tegenhangers, zegt ze, omdat zij naast discriminatie op grond van hun geaardheid ook met racisme te maken hebben. Tegelijkertijd is er in de homogemeenschap volgens haar nog te weinig ruimte voor een debat over discriminatie op basis van huidskleur. Ook is het in sommige zwarte gemeenschappen soms nog moeilijk om uit de kast te komen.

In korte tijd is Pieters Black Queer and Trans Resistance uitgegroeid tot een van de belangrijkste partijen binnen de antiracismebeweging. Hoe is dat zo gekomen? Er was geen dramatisch kantelpunt of aha-erlebnis, zegt ze. En ook haar jeugd heeft er niet zo veel mee te maken, al heeft ze een ‘bewogen’ kindertijd gehad, waar ze niet te veel over los wil laten. Ja, er was huiselijk geweld, en criminaliteit. Ze haalt er haar schouders over op.

In werkelijkheid begon haar activistische carrière met een knieblessure. Die maakt in één klap een einde aan haar andere grote passie: dansen. Dat doet ze al sinds de middelbare school. Dansen is voor haar een manier van zelfexpressie die haar identiteit in hoge mate vormt: wat voor kleren ze draagt, met wie ze omgaat, de schoenen waar ze op loopt, alles is dans. Nog steeds zie je haar achtergrond als danser terug in de manier waarop ze praat: terwijl bij sommige mensen alleen het gezicht of de handen verraden hoe ze zich voelen, beweegt bij Pieter haar hele bovenlichaam mee. Dat krimpt in elkaar als er verdriet moet worden uitgedrukt, of beeldt in een beweeglijke kronkel plezier of geamuseerdheid uit.

Naomie Pieter groeide uit tot lhbti-boegbeeld. Beeld Jörgen Caris
Naomie Pieter groeide uit tot lhbti-boegbeeld.Beeld Jörgen Caris

De knieblessure die ze oploopt als ze negentien is, is echter zo ernstig dat ze moet stoppen met de dansopleiding. Ze komt terecht in het Medisch Centrum voor Dansers en Musici in Den Haag. Het is een gerenommeerde plek: iedere danser kent dokter Rietveld, die in het centrum werkt. Hij vertelt dat niet haar knieën, maar haar voeten het probleem zijn. Als hij die opereert, zullen haar knieën zichzelf corrigeren, verzekert hij haar.

Maar ondanks de ingreep van de dokter gaat de pijn niet weg. Dat heeft niet alleen gevolgen voor haar lichaam, maar ook voor haar geest. Ze omschrijft wat er gebeurde als een identiteitscrisis. Wie is ze als ze niet meer kan dansen? De oude Naomie moet plaatsmaken voor een nieuwe Naomie.

Op het moment dat dokter Rietveld zijn oordeel uitspreekt over Pieters knieën, weet ze al jaren dat ze anders is, en vooral: anders wil zijn. Ze houdt van rebelleren tegen conventies, dat definieert haar karakter en zit er al vroeg in. In de Haagse Spoorwijk zijn bijvoorbeeld sommige spelletjes voor meisjes en andere voor jongens. Als je een jongen bent, doe je stoere, stoute dingen. Appels pikken uit de kassen van de naburige tuinders, bijvoorbeeld, of lood van de daken stelen om dat voor een paar euro te verkopen aan een handelaar. Pieter en haar vriendinnen willen bewijzen dat ze niet voor de grote jongens onderdoen. Zo’n gepikte appel is een prijs voor diegene die de genderregels aan haar laars durft te lappen.

Als ze uit de kast komt als lesbienne, is er ook binnen de gayscene niet gelijk een plek waar ze zich thuisvoelt. Om uit te gaan op leuke plekken die ook nog eens queer-vriendelijk zijn, moet ze naar Amsterdam. In Den Haag is er niets te doen voor jonge lesbische vrouwen, vindt ze.

Wanneer de knieblessure haar danscarrière een halt toeroept, besluit ze om zélf maar de plek te maken waar ze altijd naar verlangd heeft. Ze stort zich op het organiseren van feesten in Den Haag voor een ander soort lesbische, vrouwelijke vrouw. Mannen zijn ook welkom, maar alleen op hoge hakken.

De feesten zijn een groot succes. Ze maken Pieter tot een soort icoon binnen de lokale lhbti-gemeenschap. Dat is wel een beetje ongemakkelijk. Ze is begin twintig en wordt opeens overal uitgenodigd, mag aanschuiven bij de VPRO en komt in de krant.

Maar het professionele succes staat in schril contrast met haar eigen situatie: ze is thuisloos. Een eigen dak boven haar hoofd heeft ze niet – ze logeert dan weer eens bij het ene familielid, dan weer bij het andere.

Als ze nu terugkijkt op haar boodschap van toen, moet ze ook een beetje giechelen. Want goh, wat een revolutionair idee, dat lesbiennes ook vrouwelijk kunnen zijn! Cute, vindt ze haar ideeën uit die tijd nu.

Na zes jaar van feesten organiseren begint Pieter echter te twijfelen aan de diagnose van dokter Rietveld. Ze vraagt een second opinion aan in het Erasmus MC. In dat ziekenhuis komt ze voor een grote verrassing te staan: er is helemaal niets mis met haar voeten of haar knieën, zegt de arts. Een beetje fysiotherapie, dat is alles wat ze nodig heeft.

Pieter kan nog steeds emotioneel worden als ze eraan denkt. Het is alsof ze de jaren waarin ze niet heeft gedanst aan zich voorbij ziet trekken. In het ziekenhuis moet ze even op de gang op de vloer gaan zitten om het nieuws te verwerken. Kan de oude Naomie nog teruggevonden worden, vraagt ze zich af, of heeft de nieuwe Naomie het roer definitief overgenomen?

Het bezoek aan het ziekenhuis roept vragen bij haar op. Wie bepaalt je identiteit als je eenmaal in de publieke belangstelling staat? Anderen, zo realiseert ze zich, zijn in haar niet alleen een queer rolmodel gaan zien, maar hebben daarbij ook haar kleur steeds benadrukt. Daar is blijkbaar grote behoefte aan; er zijn heel weinig zwarte queervrouwen in de spotlights. Iemand moest kennelijk in het publieke debat die gecombineerde identiteit een stem geven, en zij is op die lege stoel beland.

Naomie Pieter (Alphen aan den Rijn, 1990) is de dochter van Curaçaose ouders. Ze maakt deel uit van actiegroep Kick Out Zwarte Piet en is organisator van Black Pride NL, The Black Queer Archives en Black Queer and Trans Resistance, initiatieven ter bevordering van de emancipatie van de zwarte lhbti-gemeenschap.

Voor haar activisme won ze het Roze Lieverdje 2020, een Amsterdamse prijs voor voorvechters van lhbti-rechten.

Voor haarzelf is kleur een minder grijpbare component van haar identiteit geweest. Natuurlijk, ze groeit op met de Caribische cultuur via haar familie, maar verder is kleur niet zo belangrijk. In de multiculturele Spoorwijk loopt alles door elkaar: Surinaamse, Turkse, Marokkaanse, Antilliaanse en witte Nederlandse kinderen spelen samen op straat. Voor racisme is geen plaats. Pas als ze op een witte middelbare school in Nieuw-Vennep terechtkomt, komen er pesterijtjes. Jongens in Lonsdale-truien die opmerkingen over haar huidskleur maken. Ze trekt zich er niet veel van aan. Ze moeten niet stoer doen, denkt ze. Wat weten die gasten uit Nieuw-Vennep nou, kom op zeg, daar is niet eens een tram.

Op een dag gaat het mis. Tijdens een gymles roept een jongen ‘ga terug naar je eigen land’. Op de een of andere manier schiet die opmerking haar in het verkeerde keelgat. Ze staat op een bankje en torent boven de jongen uit. Zeg dat nog eens, zegt ze. De jongen herhaalt zijn belediging, ze slaat hem hard in het gezicht.

Vol adrenaline zit ze later in de klas, waar de docent de jongen vraagt wat er met zijn gezicht is gebeurd. In de bosjes gevallen, mompelt hij. Pieter ziet het als een triomf. Blijkbaar realiseert de jongen zich dat hij fout zat en durft hij nu niet meer uit te komen voor wat hij gezegd heeft.

Vandaag de dag is Pieters activisme volledig geweldloos, benadrukt ze. Praten, praten, blijven praten is de enige oplossing. Maar hoe meer Pieter zich gaat ontwikkelen als lhbti-boegbeeld, hoe meer ze begint te vinden dat een antiracistisch geluid nodig is in die beweging. Die nieuwe boodschap is verre van cute; er wordt regelmatig korzelig gereageerd op aantijgingen dat bijvoorbeeld Pride-optochten niet inclusief zouden zijn.

Het organiseren van de demonstraties viel Pieter dit jaar zwaar. Het eist een emotionele tol. Niet iedereen draagt de antiracismebeweging een warm hart toe. Er zijn online bedreigingen en haatberichten, niet alleen aan haar adres maar ook bij mensen waar ze om geeft. Zo veroordeelt de Amsterdamse rechtbank in november 24 mensen tot taakstraffen en geldboetes voor discriminerende en opruiende berichten die gericht zijn aan haar partner, NRC-columniste Clarice Gargard.

Ze heeft daarom niet altijd zin meer in interviews en speeches en verklaringen. Ze heeft geleerd dat je ook nee kunt zeggen. De verantwoordelijkheid om steeds op te staan, dat hóeft helemaal niet. Het is iets van vroeger, denkt ze, uit de ‘bewogen’ jeugd: als je als jongere te maken krijgt met huiselijk geweld, ga je je verantwoordelijk voelen voor de veiligheid van de mensen om wie je geeft.

Met racisme en discriminatie is het niet anders, denkt ze. Als je vrienden en familie ermee te maken hebben, dan wil je de barricaden op om daar wat aan te gaan doen. Heeft het dus tóch een beetje met vroeger te maken.

Het racismedebat in Nederland heeft wel iets weg van een pijnlijke dans, zegt Pieter. Er is nog veel onbegrip; soms snapt de ene danspartner niet welke kant de andere op wil; soms wordt er op tenen getrapt.

Begrijpen de danspartners in Nederland ­elkaar beter na de protesten van afgelopen ­zomer? Het is dubbel, zegt Pieter. Het was hoopvol dat er dit jaar duizenden mensen de straat op gingen om tegen racisme te demonstreren. Maar dat ze pas gingen nadat ze een zwarte Amerikaan op internet om zijn overleden moeder zagen roepen voordat hij zelf stierf, dat steekt haar. Alsof er niets bekend was over racisme in Nederland vóór George Floyd: geen Mitch Henriquez, geen toeslagenaffaire, geen cijfers over stageplaatsen of huurcontracten die minder vaak naar Soraya gaan dan naar Janneke. Als ze erover praat schudt ze vermoeid het hoofd.

Na zes jaar uit de running te zijn geweest laat ze zich overhalen om een nieuwe dansopleiding te doen. Het diploma hangt prominent in haar appartement. Ze wijst ernaar, trots, en begraaft dan haar hoofd in haar handen. Er is gestruggeld voor dat papiertje, echt waar.

Pieter ziet zichzelf nu meer als een performancekunstenaar. Ze wil zich daarom graag toeleggen op ruimtes ontwerpen, decors waar zijzelf of anderen kunnen performen. Zo kunnen ook haar activisme en haar danspassie met elkaar verenigd worden; een demonstratie is per slot van rekening ook een soort performance, de Dam of het Museumplein een eigen ruimte waarin demonstranten hun choreografie uitvoeren: mensen stompen tegelijk met hun vuisten in de lucht of zakken op één knie. Politiek bedrijf je óók met je lichaam.

null Beeld Jörgen Caris
Beeld Jörgen Caris
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden