null

Tien GebodenJan Geurtz

Boeddhisme-leraar Jan Geurtz: ‘Gooi dat hele tien geboden-gedoe in de vuilnisbak’

Beeld Patrick Post

Jan Geurtz (Indonesië, 1950) is leraar Tibetaans boeddhisme en schrijver van onder meer De verslaving voorbij (1999) en Verslaafd aan liefde (2009). Eind vorig jaar verscheen Wijzen naar de maan.

I Gij zult de Here uw God aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten

“Volgens mij was ik nooit écht gelovig, maar mijn katholieke opvoeding heeft ervoor gezorgd dat ik zelfs areligieus ben geworden. Als jongen van zeven, acht had ik natuurlijk nog geen idee, maar nu weet ik dat het ronduit schadelijk is om allerlei dingen als absolute waarheden te brengen – terwijl ze dat helemaal niet zijn – en kinderen te verplichten om hun zogenaamde zonden op te biechten of iedere zondag mee te gaan naar de kerk, die grote, galmende bak beton, waar een pastoor in het Latijn stond te brabbelen en je je een uur lang stierlijk zat te vervelen.

Toen ik vijftien was, zijn mijn ouders van hun geloof gevallen. Ze waren een tijd lang heel betrokken bij de kerk, vooral toen paus Johannes XXIII aan de macht was, een zeer vooruitstrevende man, die de katholieke kerk wilde moderniseren. Toen hij binnen vijf jaar overleed – om zeep geholpen door de curie, zei men – en allerlei vernieuwingen werden teruggedraaid, was dat voor mijn ouders zo’n bittere teleurstelling dat ze ‘fuck Rome’ zeiden en nooit meer iets met de kerk te maken wilden hebben.

En ik dacht: hèhè, eindelijk worden ze verstandig. Ik was inmiddels losgeslagen, ging op mijn zeventiende het huis uit en wat zingeving betrof, koos ik ervoor alleen maar dingen te doen waar ik zin in had: seks, drugs en rock-’n-roll.”

II Gij zult de naam van de Heer uw God niet zonder eerbied gebruiken

“Vroeger, toen ik nog in Zeeuws-Vlaanderen woonde, kon ik me weleens boos maken om de streng christelijke gelovigen die brieven stuurden naar de PZC, waarin andersdenkenden werden afgewezen en veroordeeld vanuit een dogma waarvan helemaal niet vaststaat wie het ooit heeft bedacht en waarom het enige waarde zou hebben. Daar ging ik vlijmscherp tegenin.

Tegenwoordig druk ik me iets milder uit, zal beslist geen godslasterlijke taal uitslaan, al vind ik het nog altijd verbijsterend: hoe kun je zo stom zijn om in je eigen projecties te geloven? God is almachtig en wie zich niet aan Zijn regels houdt, zal branden in de hel! Wat is dit voor waanzin? Dat hele tien geboden-gedoe: gooi het in de vuilnisbak! Het is de taal van de Taliban en de ayatollahs! Gij zult niet dit, gij zult niet dat: kijk eens om je heen, niemand houdt zich er aan, het is pure flauwekul en alleen nog maar in zwang bij mensen die daar een machtspositie aan kunnen ontlenen.”

III Gij zult de dag des Heren heiligen

“Met een beetje welwillendheid zou je kunnen zeggen dat dit gebod een oproep is om rust te nemen en contact te maken met wie je werkelijk bent. Helaas is er dan ook meteen weer een Heer in beeld die aanbeden moet worden, maar je kunt die innerlijke rust ook bereiken door gewoon te mediteren.

Er is een techniek die erop gericht is het ego te kalmeren, maar ik houd me vooral ­bezig met de inkeermeditatie. Tijdens de inkeermeditatie laat je de identificatie met je ego varen en probeer je contact te maken met de non-duale essentie, de boeddha-­natuur of welk woord je er ook voor wilt gebruiken. Aanvankelijk is het confronterend, omdat je allerlei dingen van jezelf gewaar gaat worden en omdat je nog niet vrij bent van het veroordelen wat je waarneemt, zul je jezelf in eerst instantie afwijzen, maar na lang oefenen ga je jezelf, heel af en toe, afvragen: wie is het eigenlijk die hier naar deze gedachtes kijkt? Ben ik dat of is het mijn aangeleerde zelfbeeld? Zodra je dit gaat inzien, kun je daar liefdevol naar kijken en ophouden met jezelf af te wijzen.

Dat wil niet zeggen dat je, als je eenmaal geoefend bent, nooit meer bang, eenzaam of bedroefd zult zijn – die gevoelens kunnen nog steeds getriggerd worden – maar door meditatie kun je de geest in ieder geval leren om niet meteen te verkrampen, zodra zoiets gebeurt.”

IV Eer uw vader en uw moeder

“Mijn kindertijd was onvrij, beknellend, maar ik wist me redelijk te handhaven door al snel – vanaf mijn achtste jaar of zo – zo min mogelijk thuis te zijn. Ik kreeg een vriendje op een boerderij, twee kilometer verderop, buiten het dorp. Het was daar leuk en fijn, zijn vader en moeder waren warme, liefdevolle mensen.

‘Pas rond mijn veertigste leerde ik met meer mededogen naar mezelf kijken, warmere emoties voelen, maar nee, mijn ouders ben ik nooit genaderd.’ Beeld Patrick Post
‘Pas rond mijn veertigste leerde ik met meer mededogen naar mezelf kijken, warmere emoties voelen, maar nee, mijn ouders ben ik nooit genaderd.’Beeld Patrick Post

Ik ben een nakomertje in een groot gezin; mijn ouders waren een beetje opvoedingsmoe, denk ik. Mijn vader was leraar op de school waar ik ook les kreeg en we hadden een soort gentlemen’s agreement afgesloten: zolang ik mijn huiswerk maar deed en geen onvoldoendes haalde, mocht ik zo vaak als ik maar wilde naar de boerderij. Als ik thuis was, hield ik me aan al hun regeltjes, maar we leefden in feite langs elkaar heen.

Mijn vader was zeer dominant, mijn moeder emotioneel, een tikkeltje hysterisch en behoorlijk serviel. Ze hadden helemaal geen fijne relatie met elkaar, de sfeer in huis was kil en onveilig. Ik ben op mijn zeventiende op mezelf gaan wonen. Het waren de jaren zestig en ik had met mijn vader een conflict gekregen over de lengte van mijn haar… Ik zei: ‘Fuck you, ik doe niet langer wat je zegt’ en hij reageerde met: ‘Zoek het dan verder zelf maar uit’. Ik moest onderdak zien te vinden, een baan, alles. Voelde me eenzaam en in de steek gelaten.

Ik heb jarenlang een vlakheid in mijn leven ervaren die ik probeerde te doorbreken met drugs en seks, met gevaarlijke dingen doen die me het idee gaven dat ik wel degelijk bestond. Pas rond mijn veertigste – na een scheiding en een burn-out – ben ik, mede dankzij de kennismaking met het Tibetaans boeddhisme waarbij ik leerde met meer mededogen naar mezelf te kijken, warmere emoties voelen, maar nee, mijn ouders ben ik nooit genaderd. Niet echt.

Ik kan me slechts één moment herinneren, het was de laatste keer dat ik mijn vader heb gezien … en het ontroert me weer nu ik eraan denk: hij was 92, zat daar maar, in z’n kamertje, met mijn zwijgende moeder – licht dement, maar eigenlijk ook al jarenlang boos en ongelukkig – en ik wist gewoon: dit kan niet lang meer duren. Aan het eind van mijn bezoek liep mijn vader mee naar de hal en ineens besloot ik hem een knuffel te geven. Dat had ik nog nooit gedaan want emoties, daar moest mijn vader niks van hebben, maar nu reageerde hij ontroerd en zo was er, helemaal aan het einde, toch nog een moment van zachtheid tussen ons.

Niet lang daarna werd hij opgenomen in een verpleeghuis, kwam ten val en spoten ze hem – te lastig, te veel werk of zo – plat met medicijnen. Twee maanden later was hij dood.

Mijn moeder heeft hem een half jaar overleefd. De laatste keer dat ik haar zag, kreeg ik haar met moeite mee naar buiten, voor een rondje met de rolstoel, maar al na een paar minuten zei ze: ‘Ik wil terug. Ik ben bang.’ Eenmaal thuis, installeerde ze zich weer op haar plekje bij het raam waar ze in stilzwijgen op haar einde heeft gewacht.”

V Gij zult niet doden

“Er bestaan, volgens het spirituele boeddhisme, twee soorten handelingen: handelingen die bijdragen tot het geluk in de wereld en handelingen die bijdragen tot het lijden in de wereld. Wie doodmaakt wat leeft, levert een bijdrage aan het lijden.

Over het doden van mensen kan ik je niets vertellen – daar heb ik geen ervaring mee – maar ik heb er altijd moeite mee gehad om dieren op te eten. Ik herinner me dat er op de boerderij waar ik vaak kwam konijnen en kippen werden geslacht. Vooral die konijnen konden vreselijk gillen. Dat vond ik zó schokkend. Evengoed at ik gewoon mee van wat er ’s avonds op tafel werd gezet, maar gaandeweg ben ik toch vegetariër ­geworden.

Soms probeer ik het patroon te doorbreken, niet al te dogmatisch te zijn, dan bestel ik in een restaurant de biefstuk als het vegetarische gerecht me niet aanstaat, maar al na een paar happen denk ik: best lekker, maar er zit een gevoel in dat ­gewoon niet bij me past.”

VI Gij zult geen onkuisheid doen

“Eenmaal uit huis, deed ik alles wat God ­verboden had. Ik gebruikte allerlei soorten drugs, speelde in een bandje en kon op die manier makkelijk meiden krijgen. Die eerste jaren in de seksualiteit waren heel erg naar, emotieloos haast. Ik deed het met die meisjes in een fietsenhok, achter het café, waar dan ook en maakte me daarna, zonder nog iets te zeggen, uit de voeten.

Na verloop van tijd ontmoette ik een vrouw, moeder van twee kleine kinderen. We trouwden, kregen samen nóg twee kinderen, maakten een gelukkige periode door, maar al snel verdween de seksualiteit uit onze relatie. Werk, huis verbouwen, avondstudie… seks leek geen optie meer. Er kwam steeds meer spanning in ons huwelijk. Ik ging amfetamine slikken om in alle drukte overeind te blijven, bezocht hoeren voor seks en kreeg een affaire die het laatste zetje gaf.

Toen voelde ik me slecht, het zat me dwars dat ik die dingen stiekem had gedaan, maar nu zie ik hoe logisch het is dat ik vluchtgedrag vertoonde, al had ik beter kunnen zeggen: lieverd, onze relatie functioneert niet meer, ik krijg verlangens naar andere vrouwen. Hoe gaan we dit oplossen?”

VII Gij zult niet stelen

“In mijn jonge jaren heb ik een tijdlang in de bijstand gezeten. Niet omdat ik geen baan kon vinden; ik had gewoon helemaal geen zin om te werken. Je zou kunnen zeggen dat ik toen geld van de samenleving heb gestolen, ook al heb ik dat zelf nooit zo gezien. Inmiddels betaal ik zoveel belasting dat we allang weer quitte staan. Nee, het bevrijdt me niet van een schuldgevoel – dat impliceert namelijk dat ik eronder zou hebben geleden en dat is beslist niet zo – eigenlijk word ik alleen maar blij van de gedachte dat ik iets terug kan geven.”

VIII Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen

“Liegen doe ik niet, maar ik ben wel een ­nice guy, een verbloemer, iemand die probeert conflicten uit de weg te gaan. Het ego bevat de patronen die je hebt aangeleerd om met pijnlijke en beangstigende situaties te kunnen dealen. Die patronen verdwijnen niet als je je spiritueel ontwikkelt maar je leert als het ware inzien dat dat niet is wie je werkelijk bent.

Ik herken de nice guy steeds vaker, ik weet ook hoe dat patroon zich heeft ontwikkeld: in ons gezin was iedereen groter en sterker dan ik. Als ik boos werd, lachten ze me hartelijk uit: ‘Jongens, kom kijken! Jantje is boos!’ Dat vond Jantje natuurlijk heel pijnlijk. Met boosheid bereikte ik niets, maar mijn vier oudere zussen hadden wel een zwak voor het lieve, kleine jongetje, dus leerde ik al snel om altijd het lieve jongetje uit te hangen. Zo kreeg ik dingen voor elkaar; door lief te zijn en vooral niet te laten zien hoe ik me werkelijk voelde.

Als ik nu in zo’n situatie terechtkom en meteen begin te pleasen – ook als me onrecht wordt aangedaan – kijk ik met liefde naar mezelf: ach, daar is kleine Jan, die reageerde altijd op die manier. Schattig. Maar nu ben ik grote Jan en ik pak het voortaan anders aan, want dat nice guy-patroon, ontwikkeld om in mijn jeugd de narigheid te overleven, houdt in mijn volwassen leven de narigheid juist in stand.”

IX Gij zult geen onkuisheid begeren

“Als ik lesgeef, kom ik in een liefdevolle staat en zie ik hoe soms leuke, mooie vrouwen ook liefdevol naar mij gaan kijken. Dat vind ik heel prettig, maar ik doe er niets mee. Het is weleens een uitdaging, zeker, en ik heb alles moeten leren, dus óók op dat gebied is het weleens misgegaan.

Ik zei ooit tegen één van mijn cursisten dat ik haar erg leuk vond en dat ik graag eens met haar zou afspreken. Zij antwoordde dat ze het niet wilde, vroeg zich zelfs af of ze nog wel naar de cursus kon komen, omdat het niet langer veilig voelde om zich voor me open te stellen. Ik heb mijn excuses aangeboden. Gelukkig was ze er niet heel erg door gekwetst en is ze uiteindelijk gewoon gebleven. En ik houd me sindsdien aan die ene regel om niet in de problemen te komen.”

X Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort

“Laatst had ik zo’n jongensachtig gevoel dat ik ook weleens een Tesla wilde bezitten, tot ik erachter kwam dat je voor een tweedehands exemplaar al 90.000 euro moet betalen. Dat druiste toch te veel in tegen het zelfbeeld van de jongen die altijd in ouwe Eendjes heeft gereden… dus, nee, dat valt af.

Eigenlijk bezit ik alles al. En ik wil ook niet ergens de beste in worden of zo, sterker nog: ik probeer mezelf vooral minder belangrijk te maken. Ik zal nooit zeggen dat ik een spirituele leraar ben, maar als anderen me zo willen noemen, is dat natuurlijk prima. Het is hún projectie. Ik heb er zelf ook baat bij gehad om iemand mijn spirituele ­leraar te noemen. Dat is het mooie van spirituele overdracht: er is iemand van wie je kennelijk denkt dat hij of zij verder is dan jij bent, iemand die je inspireert. Je projecteert een soort openheid naar die ander toe, waardoor alles wat die persoon vertelt ook beter bij je binnen komt.

Op dit moment heb ik zelf geen leraar, nee. Ik heb geen les meer nodig. Het enige wat ik nog moet doen is oefenen. Tot? Tot ik doodga, denk ik. Als ik genoeg geoefend heb tijdens mijn leven, zal ik hopelijk op het moment van sterven verlichting bereiken. Zoals een druppel die terugstroomt in de oceaan. Als de weerspiegeling van de maan ineens de maan ontdekt. Kijk, daar, áchter al de vormen die ik tijdens mijn bestaan heb aangenomen: dat ben ik.”

Lees ook:

Authentiek relaas om via lijden tot spirituele groei te komen

Jan Geurtz (1950) is sinds jaar en dag spiritueel leraar met een grote aanhang, bekend van onder meer de boeken als De opluchting, dat al duizenden van hun rookverslaving zou hebben afgeholpen, Verslaafd aan liefde en Vrij van gedachten. Hij geeft cursussen, retraites en meditaties, rijkelijk geïnspireerd door de Dzogchen-traditie in het Tibetaans boeddhisme.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden