WandelenSocial distancing

Binnenkijken bij mijn buurtgenoten tijdens het ommetje in de schemer

Beeld Jorgen Caris

Nu onze levens zich grotendeels afspelen in onze huiskamers, is bij elkaar naar binnen kijken zowat de enige manier om nog iets mee te krijgen van buurtgenoten. Journalist Esther Hoff doet het al langer, en het stemt haar elke keer ook weer weemoedig.

Ik ben zo iemand die, als het buiten donker is, graag bij mensen naar binnen kijkt. Niet als een stalker op een thrillerachtige manier vanachter een boom naar binnen starend, maar gewoon even snel spiekend in het voorbijgaan. Als ik op vrijdagavond mijn zoon naar schaakles heb gebracht – nu dus voorlopig niet – maak ik bijna altijd een kort ommetje in plaats van rechtstreeks naar huis te gaan. Met mijn hoofd vrijwel continu naar rechts gedraaid scan ik hoe het begin van het weekend er in mijn wijk uitziet.

Bord op schoot

Ik zie een paar oudere stellen met het bord op schoot en de tv aan, een enkel koppel met kaarsen en een fles wijn op tafel. Bijna overal wonen gezinnen. Op z’n minst man en vrouw, vaak een of meer kinderen erbij. In slechts één huis zie ik maar één persoon, een man, met een bord eten op een bijzettafeltje naast hem en een boek op schoot. Het lijkt bijna altijd alsof iedereen met het eigen gezin, groot of klein, is. Niemand heeft nu natuurlijk eters over de vloer, zo’n lange avond aan een gedekte tafel. Maar ook in andere tijden zijn zo veel mensen – zo lijkt het – met zichzelf bezig. In zichzelf gekeerd, in hun eigen wereld. Alleen.

Ze zijn alleen, maar toch samen. Samen, maar toch alleen. Hoe vaak heb ik niet gehoord van vrienden die al honderd jaar een partner hebben: ‘Je eenzaam voelen in een relatie is écht niet leuk.’ Dat lijkt me inderdaad vreselijk. Maar de relatie houdt meestal stand en dus denk ik: ze voelen zich liever eenzaam in die relatie dan eenzaam alleen. En als er dan tóch een huwelijk strandt, hebben ze op de een of andere manier binnen no time een nieuwe relatie. Bijna niemand wil echt alleen zijn. Ook ik niet. Je ziet stellen in deze tijd dat we afstand moeten houden meer dan ooit samen optrekken. Ze werken allebei thuis, wandelen samen buiten, doen alles met z’n tweeën, of met de kinderen.

Eenzaam

Ik ben niet alleen, ik ben samen met mijn zoon, maar – zonder daar nu treurig over te doen – ik voel me best weleens eenzaam, en helemaal nu. Dat is een realiteit waar ik vast niet alleen in sta, al voelt dat soms zo, omdat er nauwelijks over gesproken wordt.

Ook al zijn zo veel mensen samen en toch alleen, ze kúnnen samen in de keuken staan, ze kúnnen samen praten en lachen en het leven van alledag bespreken, ze kúnnen elkaar vertellen wat er in dat boek gebeurt, ze kúnnen samen een spelletje doen als de kinderen op bed liggen. Ze kunnen elkaar vasthouden en samen naar bed. Dat wil ik ook.

Gezellige erkers

In mijn buurt staan vooral sfeervolle jarendertighuizen met soms een balkon aan de voorkant, met voortuintjes die van de stoep afgescheiden worden door lang niet altijd netjes geschilderde hekjes of een plantenborder. Ik zie glas-in-loodramen, en van die gezellige erkers die je vol kunt zetten met planten of in kunt richten als zitplek. Ik hou van die huizen.

Beeld Jorgen Caris

Ik vind het leuk om te zien hoe mensen hun huis inrichten, hoe smaken toch echt enorm verschillen, hoe sommige huiskamers een eenheidsworst zijn, kopieën van geëtaleerde zithoeken in grote warenhuizen, andere dusdanig ‘anders’ dat ik er nog geen vijf minuten rustig op de bank zou kunnen zitten. Nog leuker, of interessanter eigenlijk, vind ik het om te zien hoe men leeft.

Bijna overal staat de tv aan, kinderen en soms hun ouders onderuitgezakt op de bank, meer dan eens met een iPad in de hand. Ik spot een moeder die haar peuter voor een valpartij van de bank behoedt. Een meisje dat pianoles krijgt – haar moeder kijkt van een afstandje toe, terwijl ze intussen iets op haar mobiel bekijkt. Ik zie een tienerjongen met een spelconsole in zijn hand en zijn blik op de raceauto’s op het scherm gericht.

Veel gezinnen zitten aan tafel, dampende pannen voor hun neus. Bij de grootste tafel zou ik zo aan willen schuiven, ik heb altijd een groot gezin gewild. Waar zouden ze deze dagen over praten? Zou er stilzwijgen zijn of gemopper over weekendplannen die nu niet meer doorgaan?

Bordspelletjes

Als ik op die vrijdagavonden rond 21 uur praktisch dezelfde weg als eerder op de avond weer bewandel, zijn de meeste gordijnen dicht. Het is aan mijn verbeelding om voor te stellen wat er in die huis- en eetkamers gebeurt. Ik stel me voor dat gezinnen bordspelletjes spelen aan tafel. Een pot koffie en een blik koekjes mee de kamer in. Ontkurkte wijnflessen, kaasplankjes, bakken chips. Puzzelen met duizend stukjes, lezen, licht uit en vroeg naar bed. Alleen, of samen. Seks, vol passie of routineus. Ruggen naar elkaar, of lepelen, fluisterende gesprekken.

Zo observeer ik en stel ik me voor hoe dat bij anderen gaat, als ik door de straten wandel en een glimp opvang van een gemiddeld, tussen aanhalingstekens normaal, gezinsleven waarvan ik heel lang geleden dacht dat ik het ook zou gaan leiden. Mijn gezinsleven is bepaald anders. Absoluut niet slechter, maar anders.

Beeld Jorgen Caris

Eenmaal thuis breng ik mijn zoon naar bed: “Niet te lang lezen, anders ben je morgen moe!” Ik trek een donker gordijn voor het ene raam langs, laat het andere op zijn verzoek open; hij kijkt vanaf zijn vliering graag naar buiten in plaats van naar binnen, telt de auto’s, verzint liedjes op het ritme van het oranje knipperende verkeerslicht. Raadt de hulpdienst bij een aanzwengelende sirene.

Dansen in de huiskamer

Wie bij mij op vrijdagavond na 21 uur naar binnen kijkt, ziet plantjes en stapels boeken voor de ramen en kaarsen op tafel. Schemerlampen met warm maar te zwak licht. Een snoer kitscherig gekleurde lichtjes op een marmeren schouw. Soms zie je achter de vierkante ruitjes een vrouw met koptelefoonoortjes dansen in haar enorme huiskamer. Soms zie je haar aan de eettafel zitten, bladerend in een boek of tikkend op haar MacBook; een e-mail of een verhaal.

Heel soms staat er een glas wijn voor haar, vaker een kop thee, want in haar eentje drinken, daar houdt ze niet van. Ze legt woorden in de acht of negen spelletjes Wordfeud die ze al sinds jaar en dag speelt met een oud-studiegenoot. Ze kijkt een detective, een beetje oubollige en vermakelijk Britse of bloedstollend spannend Scandinavische.

En soms valt er niets te zien, is alles dicht en donker. Dan gaat ze op haar bed in de hoek zitten, knipt een lampje naast zich op de schouw aan en kijkt ze genietend de bepaald onorthodoxe huis/slaap/eetkamer in. Een sfeervoller huis bestaat haast niet. Dan duikt ze met die detective op haar laptop onder de dekens. Soms daalt haar zoon uren na bedtijd het houten trapje af en gaat naar zijn moeder toe als de wind zo hard waait dat-ie fluit om het huis. Dan gaat de huiskamerdeur heel zachtjes open en klinkt een knijpend, hoopvol stemmetje: “Mag ik bij jou slapen?”

Lees ook:

Schrijver Pieter Hoexum kocht geen hond maar een stappenteller, nu laat hij zichzelf elke dag uit

Pieter Hoexum is blij met z’n stappenteller. Hij loopt meer dan ooit. Zonder dat hij er erg in heeft. En hij leert z’n buurt beter kennen. Een win-winsituatie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden