Leven Naschrift

Bijna blind schaatste hij de Elfstedentocht

Nadat in 1954 de Elfstedentocht langs Bonne Looijenga’s huis was gekomen, wist hij dat hij de tocht ooit zelf wilde schaatsen. Beeld TRBEELD

Bonne Looijenga leefde vanuit liefde. De Friese boerenzoon, die slechtziend was, kreeg van huis uit mee dat hij niet ver zou komen, maar duim dertig jaar geleden schaatste hij de Elfstedentocht.

Een klein onooglijk jongetje dat altijd schuin omhoog keek. Dat had waarschijnlijk te maken met de oogziekte waarmee hij werd geboren. Zijn moeder zag het meteen aan de beweging in zijn ogen. Zijn twee oudere broers hadden dezelfde aandoening van een beperkt zicht dat steeds minder zou worden, de twee meisjes in het gezin was het bespaard gebleven.

Bonne Looijenga werd geboren in een boerderij aan de Zwette, de trekvaart van Leeuwarden naar Sneek, die deel uitmaakt van de Elfstedentocht. Zijn ouderlijk huis stond tussen water en treinspoor. Een voortdurende zorg voor de moeder met drie kinderen die slecht zagen.

Als jongste was Bonne een buitenbeentje in het boerengezin. Aan de ene kant werd hij overbeschermd en aan de andere kant niet gespaard. Toen hij rond zijn tiende een geitje kreeg was hij de koning te rijk. Maar het geitje kreeg alleen maar bokjes en was daarom waardeloos, vond vader. De bokjes werden afgemaakt en de geit verkocht op het moment dat Bonne met de Gereformeerde jongelingsvereniging op kamp was.

Het was voor Bonne soms een eenzaam bestaan in het idyllische, maar van de buitenwereld geïsoleerde huis met broers en zussen die al bezig waren met werk en trouwen. Ook op school vond hij weinig aansluiting. ‘Sterrenkieker’ werd hij genoemd vanwege zijn bril met dikke glazen en zijn eeuwige scheve hoofd.

Een magisch moment in zijn kinderleven was de Elfstedentocht op 17 februari 1954, Bonne was net negen jaar geworden. Later zou hij er over schrijven in de boeken die hij uitgaf over zijn leven en familie. Al heel vroeg die morgen stonden we in het pikkedonker voor ons huis op het ijs van de Zwette. ‘Goed luisteren’, zei mem, ‘dan hoor je ze aankomen’. En ja hoor! Op een gegeven moment een zacht zingend geluid in het ijs. Ook zagen we kleine dansende lichtjes in de verte. En ineens, daar waren ze! In volle vaart schoot ons een groep hardrijders voorbij.

Dat wil ik ook later, besloot de kleine Bonne op dat moment. Dat jaar schaatste hij zijn eerste tocht van dertig kilometer, op zijn elfde reed hij al een tocht van vijfenzestig kilometer.

Te slecht voor zijn ogen

Met veel pijn en moeite ging hij naar de mulo, hij wist niet hoe zijn huiswerk te maken, en niemand thuis kon hem helpen. In het begin huilde hij als hij weer een vier had gehaald, later maakte hij er grappen over. Bonne kon altijd nog boer worden, zeiden zijn ouders, net als vader. Op zijn veertiende moest hij van school wegens een te slecht rapport. Een nieuwe school kwam er niet, moeder dacht dat lezen te slecht was voor zijn ogen.

Eigenlijk werd Bonne niet eens zo beperkt door zijn ogen, hij liet zich er door zijn slechte zicht nooit van weerhouden om iets te ondernemen. Zijn echte beperking was het gebrek aan zelfvertrouwen.

Twaalf ambachten en dertien ongelukken, werd het thuis al snel toen hij verschillende baantjes had die steeds van korte duur waren. Zo werkte hij als tuinknecht, verkocht textiel huis aan huis, was hulpje bij zijn vader in het boerenbedrijf en had een eigen melkkar.

Zijn moeder gaf hem op een dag een gouden zegelring omdat hij volgens haar toch wel nooit aan een vrouw zou raken.

Bonne op zijn brommer, levensgevaarlijk. Beeld Trouw

Ondanks zijn onzekerheid was Bonne initiatiefrijk en maakte eigenzinnige keuzes. Zo ging hij werken als havenarbeider in Amsterdam, nooit had er iemand uit de familie buiten Friesland gewoond en gewerkt. Met het geld dat hij verdiende ging hij op vakantie naar het buitenland, dat deed ook niemand. En hij kocht een motorboot waarmee hij door Friesland voer. Veel te duur, vond zijn vader, maar Bonne genoot. Hij reed rond op zijn brommer, al was dat nauwelijks nog verantwoord met zijn geringe zicht. Toen de brommer op een avond werd gestolen, noemde Bonne dit met enige zelfspot ‘ingrijpen van hogerhand’.

Zijn drieëndertigste levensjaar werd een keerpunt. Omdat zijn ogen zo snel slechter werden, ging Bonne naar het revalidatiecentrum voor blinden en slechtzienden Het Loo Erf in Apeldoorn. Tot zijn verbazing kreeg hij er te horen dat hij met zijn zicht ongelooflijk zelfredzaam was. Nooit verwend met complimenten groeide hij door het vertrouwen en de waardering die hij kreeg. Hij bleef er anderhalf jaar, leerde koken, blindtypen, braille lezen en handvaardigheid, en kwam terug als herboren. Hij werd lid van de Nederlandse Vereniging van Blinden en Slechtzienden (NVBS), en werd gevraagd als reisbegeleider van vakanties voor blinden en slechtzienden, iets wat hem goed afging.

In dezelfde periode stierf zijn vader bij wie hij nog steeds woonde, zijn moeder was al eerder overleden. Al was het vreemd dat vader er niet meer was, het droeg ook bij aan zijn gevoel van vrijheid. Het grote inhalen was begonnen. Bonne was tegen de veertig toen hij tijdens een cantatedienst in de Groningse Martinikerk een jonge vrouw ontmoette. Wies was gescheiden en had al drie kinderen. Veel ervaring met vrouwen had Bonne niet, maar Wies viel evengoed voor de brede zachtaardige Fries, die leergierig was en vol kennis zat ondanks zijn gebrek aan scholing. Een man die leefde vanuit zijn gevoel, al vond hij praten over zijn gevoelens moeilijk. Complimenteus was hij ook niet. Het grootste compliment dat ze na een jaar verkering kreeg was: Do bist net san raar famke, je bent zo gek nog niet. Daar zal ik het mee moeten doen, realiseerde ze zich, deze man praat niet over liefde, maar leeft het wel.

Euforisch moment

In 1985 was het na lang wachten zover. Er kwam een Elfstedentocht. Bonne twijfelde of hij mee zou doen, want hij zag nog maar een krappe vijf procent. Maar de tocht trok en hij schreef zich in. Onderweg volgde hij schaatsers met lichte kleding, vlekken voor hem, en luisterde naar hun gepraat, zo wist hij de weg. Het halen van de finish was een euforisch moment en een kroon op zijn zelfvertrouwen. De tocht zou hij ook nog wandelen en fietsen, wat hem de titel ‘brevetist’ opleverde.

Bonne bleef hechten aan zijn zelfstandigheid ook in de relatie met Wies met wie hij intussen was getrouwd. Zij voelde evenmin voor de verzorgende rol. Zo was zijn visuele beperking wel merkbaar, bijvoorbeeld aan de vele koptelefoons in huis voor spraakcomputer en luisterboeken, maar niet overheersend. Ook op straat liep Bonne, die nog maar één procent zag, zelden met stok. Dorpsgenoten in het Friese Wommels waar ze al jaren woonden, vonden dat hij liep als een ziende.

Bonne was altijd actief, ook toen hij zijn werk als telefonist op een belastingkantoor in Leeuwarden niet meer kon doen. Hij was jarenlang voorzitter van NVBS afdeling Friesland, was ouderling in de protestantse dorpskerk en werd enkele jaren geleden voorzitter van de plaatselijke Protestants Christelijke Ouderen Bond.

Bonne als schooljongen. Beeld Trouw

Hij was begin zestig toen hij na meerdere schrijfcursussen zijn levensgeschiedenis op schrift begon te zetten. Schrijven werd een blijvende passie en het betekende ook een verwerking van zijn ongelukkige jeugd. Toch wilde hij geen kwaad woord horen over zijn ouders. Ze hadden hun best gedaan, zei hij. Ook zijn geboortehuis bleef hem dierbaar, een zwart-wit foto met de beeltenis ervan hing zijn leven lang boven zijn bed.

In het voorjaar van dit jaar kreeg Bonne last van buikklachten. Alvleesklierkanker was de diagnose en al snel werd hij heel ziek. Ook zijn laatste procent zicht verdween. Toen Wies hem ondersteunde om een stukje door de kamer te lopen, zette hij plotseling het Friese volkslied in. Het samen wandelen werd samen dansen.

Bonne Looijenga werd geboren op 15 januari 1945 in Bozum en overleed op 8 juni 2019 in Wommels.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden