null

Ontzomeren

Bij Wim Boevink slaat de zomerzatheid toe: De markt is een kokend ravijn

Beeld Van Santen & Bolleurs

Zolderbewoner en voormalig Trouw-columnist Wim Boevink is de zon zat. Zeker nu de zomers langer worden en de dagen heter. ‘Noem hem nooit ‘zonnetje’. Wees op je hoede.’

Wim Boevink

‘Ik lief de zon, zei Dot. Ik ben een zonaanbidster.’ Een passage uit Een zomerzotheid van Cissy van Marxveldt uit 1927. Een onbekommerd vakantieverhaal, tegen het decor van grote zomerhuizen op de Veluwe. Nog iets eerder, in 1902, dichtte Rainer Maria Rilke over een grootse zomer, over rijpend fruit, en over de laatste zoetheid die in zware wijn gejaagd moest worden. Gouden zomers, zonovergoten onschuld.

Maar anno 2022 weet ik het niet meer zo precies met dat ‘gouden’.
Er is iets gaande.

Alweer jaren geleden – het was in 2009 – bezocht ik voor een Klein Verslag in deze krant een kliniek voor dermatologie op de hoogste verdieping van de Rembrandttoren in Amsterdam. De kliniek waarschuwde dat een op de vier Nederlanders in de komende tien jaar huidkanker zou krijgen door te lange blootstelling aan zonlicht.

“Vroeger”, zei een oudere dermatoloog, “zei ik op de radio al: Mooi bruin is dom bruin. Kreeg ik half Suriname over me heen.”
De man keek ook even in mijn licht gebruinde gezicht. “Ik zie zonneschade bij u.”

Wim Boevink is antropoloog en journalist. Hij schreef tot april 2020 het Klein Verslag in deze krant.

Ik ben het nooit vergeten. Boven het Klein Verslag stond als titel: ‘De zon is een ploert.’ Ik had het ‘koperen’ maar weggelaten.

Reclame voor zonnebrandolie

Hoe lang hebben we een gebruind voorkomen niet in verbinding gebracht met een gezond leven? “Zo! Die ziet er goed uit.”

Ik herinner me een reclame voor een zonnebrandolie. Er was een hondje te zien dat de zwembroek van een bruin gebakken kind half uittrok en daarmee de witte billen onthulde. Die olie was niet om je te beschermen; die was om je sneller te laten bruinen.
Zonneschade. En de hete zomers moesten nog komen.

Ik ben petten gaan dragen, en hoeden. De zon begon pijnlijk in te branden op mijn voorhoofd. De incidentie van huidkanker is landelijk inderdaad toegenomen.

Zonder preventie en bescherming worden zomers een bezoeking. Die ondervinding mag hier voor een deel gelegen zijn in het ouder en kwetsbaarder worden, maar dat is het niet alleen.

Als je de tien warmste jaren op een rijtje zet – en dan doen ze bij het KNMI sinds de metingen – dan zijn er ten minste vier uit het laatste decennium.

En wie zou in deze zomer van 2022 niet nerveus worden van alarmerende berichten van over de hele wereld: van bosbranden, van bijna drooggevallen rivieren, van de Rijn, de Loire, de Donau en de Po en de Yangtse, van hitterecords in Frankrijk, Iran en grote delen van China?

En overal zijn, om onze zenuwen nog meer te beproeven, weerkaarten ingekleurd in rood en vuurrood. Is dit alarmisme? Bangmakerij? We kunnen er weer een van de warmste augustusmaanden ooit aan toevoegen.

Een zomer om te duchten

Maar het gaat me hier niet om het ‘ach en wee’ van de klimaatverandering. Maar vooral om de verschuiving. Van de ervaring van een heerlijke ‘gouden’ zomer naar die van een zomer om te duchten.
En te ontvluchten.

Dat analoog aan het woord ‘overwinteren’ – denk aan pensionado’s in Spanje – het woord ‘overzomeren’ opkomt: de behoefte om de zomer in koelere streken door te brengen. Pensionado’s in Noorwegen, Zweden, op IJsland. Frankrijk, van oudsher geliefd vakantieland, was deze zomer wekenlang een brandende hel. Spanje, Italië idem.
De heetste dag.

null Beeld Van Santen & Bolleurs
Beeld Van Santen & Bolleurs

Ik bewoon onder heel oude balken een zolderverdieping in een kleine stad met een historisch centrum. Ik zie uit op een markt, die nog de contour volgt van wat ooit een vroeg-middeleeuwse ringwal was. De bebouwing aan weerszijden is oud, ondanks de aan de tijd aangepaste façaden. In de hitte, oplopend tot 35 graden, verandert de markt in een kokend ravijn – tot diep in de avond wasemen de gevels nog warmte uit.

Ik houd ramen en gordijnen gesloten maar dat kan niet verhinderen dat de thermostaat 28,5 graden aangeeft. Buiten laten zich overdag maar weinig mensen zien; de ruim opgezette terrassen blijven goeddeels leeg onder hun grote canvas parasols, die weliswaar schaduw bieden, maar ook warmte verzamelen.

Een paar honderd meter verderop stroomt de rivier. Zo laag staat het water dat het meer een kruipen lijkt. Hij is uitgemergeld, je kunt zijn ribben zien.
Je zou hem te voet, hoofd net boven water, kunnen oversteken.

Bizarre vervorming

De aanhoudende droogte heeft zijn kribben blootgelegd. In de warme avond wordt er in gezwommen. Dat lijkt paradijselijk, maar eigenlijk kijk je naar bizarre vervorming.

De machtige rivier is een recreatieplas geworden, ik zie zelfs een motorboot met een waterskiër. Een woonboot ligt scheef tegen de oever.

De heetste dag wordt gevolgd door iets minder hete dagen. De huizen geblindeerd met gebarricadeerde ramen, zwetend in hun binnenste.

Op straat vrouwen in flodderjurken, mannen gekleed als jongens van twaalf, hun polo’s, hun korte broeken. Sommigen zo bruin dat het kleurt naar oranje, naar menie. Petten van een sportmerk. Geknepen ogen tegen het felle licht. Kleine honden op de arm.

Het plaveisel schroeit. De markt is een stoof.

Deze zomer is niet van goud.

Hij is van smeltend lood.

Ik ben hem zat. Ik lief de zon niet. Hij gloeit en hij dreigt. Noem hem nooit ‘zonnetje’. Wees op je hoede.

Lees ook:

Wat een heerlijke zomer

Deze zomer had van schrijver en Tijdgeest-columnist Merijn de Boer nog veel langer mogen duren.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden