null Beeld

FotoalbumMarjan van den Dorpel-van Zuilen

Bij opa Arend was er altijd wel wat te lachen

Marjan van den Dorpel-van Zuilen (60) vond het altijd heerlijk om bij ‘opa’ Arend van Zuilen te gaan logeren. Ze hadden hun vaste spelletjes en grapjes.

Noor Hellmann

‘Op deze foto uit 1967 zie je hoe mijn driejarige zusje Ria (links) en ik (5) er altijd met onze neus bovenop zaten wanneer onze pleegopa Arend (94) zich schoor. Terwijl om hem heen het huishouden werd gedaan, ging hij in de achterkamer zitten met zijn scheerdoos, een kommetje water en een voorgebonden handdoek. Het inzepen, het scheermesje, de doos met een spiegel die je rechtop kon zetten: we vonden het allemaal even boeiend, want onze vader had een elektrisch scheerapparaat.

Misschien schoor Arend zich naarmate hij ouder werd minder nauwkeurig, want zijn sik zwierf van rechts naar links over zijn kin. Die walrussnor heb ik hem nooit zien knippen.

Vanwege die snor, en ook omdat hij heel klein was, noemde de oudste zoon van zijn broer Dirk hem wel het ottertje. Hij had wat van een zeeman, maar in werkelijkheid is hij altijd binnenvaartschipper geweest, net als zijn vijf broers en zijn vader.

Wij beschouwden hem als onze opa, maar onze echte opa was Dirk, die ik niet bewust heb ­gekend. Mijn vader is Dirks zoon. Vier dagen na mijn vaders geboorte overleed zijn moeder in het kraambed. Dirk, die al meerdere kinderen had, wist zich geen raad met de baby en heeft toen aan Arend, diens vrouw en hun inwonende on­getrouwde dochters laten doorschemeren dat hij iets leuks voor hen had. Ze dachten dat het ­misschien een radio was, maar in plaats daarvan kwam Dirk aanzetten met de baby in een reistas.

Zo is mijn vader, zonder verder overleg, in 1929 bij Arend en zijn gezin in huis gekomen. Daar is hij opgegroeid.

Na de oorlog trok Dirk er ook bij in. In feite had mijn vader twee vaders, maar Arend was degene die leuke dingen met hem deed, zeker toen hij in 1937 met pensioen ging.”

Erg wasserig waren ze niet bij hem thuis

“Mijn vader was dol op zijn ‘ouders’. Het waren lieve, hartelijke mensen, heel gastvrij. Iedereen was welkom in hun kleine, eenvoudige huisje in Katwijk aan den Rijn. Ze woonden er sinds 1904. Ze hadden geen douche, bad en warm water – erg wasserig waren ze niet. Er was geen koelkast en koken deden ze in de schuur, vroeger werd daar ook vis gerookt.

Binnen rook het naar petroleum, maar dat hinderde niet. Het was zo knus, ik voelde me er veilig en prettig. Zodra we binnenkwamen, verkenden we het hele huis en bleek alles tot onze ­tevredenheid nog precies hetzelfde.”

We gaven hem een kus en een klap op zijn hand

“Opa Arend was vrolijk en grappig. Als we kwamen logeren, ­gaven we hem een kus en moesten we een klap geven op zijn uitgestoken hand die hij snel wegtrok. Dat spelletje kon lang doorgaan en altijd was hij ons te vlug af. Meestal zat hij in een stoel. Hij rookte sigaren en op de grond stond een blikje waar hij zijn pruimtabak in spuugde. In die krappe woonkamer stond ook zijn eenpersoonsbed.

Tussen de middag werd de tafel uitgeschoven en gedekt met een wit tafellaken. We aten dan soep, aardappelen, groente, vlees en griesmeelpap met zelfgemaakte bramensap. Als Arends bord werd opgeschept en hij het genoeg vond riep hij ‘hooo’, ­zoals hij dat vroeger op zijn schip deed. Na het eten vouwde hij zijn servet netjes tot een vierkantje en gaf er een harde klap op. Wij moesten lachen om die grapjes. Hij had iets ondeugends.

Mijn vader vertelde dat hij vroeger bij de kerstmaaltijd, wanneer er uit de Bijbel werd gelezen, stiekem probeerde de kaarsjes met zijn neus uit te blazen, wat niet lukte omdat hij werd ­betrapt. Maar het bracht wel ­plezier.

Arend hield vogeltjes, zijn ‘pietjes’. Verwarrend, omdat zijn vrouw Pietje heette. Ze waren gek op elkaar, uit de verhalen weet ik dat ze aan tafel ­elkaars hand vasthielden. Maar ze was veel ziek. Hun dochters Maaike en Jannie hebben altijd, alsof dat heel vanzelfsprekend was, het huishouden gedaan. Voor ons waren ze een soort oma’s, toch werden ze de meiden genoemd. Het was niet kwaad bedoeld, maar eigenlijk waren ze veredelde dienstmeiden die niet de eer kregen die ze verdienden. Mijn moeder had daar oog voor en wilde dat ik naar hen werd vernoemd.”

Hij heeft nooit een dokter gezien

“Hoewel opa Arend niet is gaan dementeren, begreep ik dat hij wel zwakke momenten had. Zo betaalde hij de kapper die aan huis kwam het tarief van dertig, veertig jaar eerder. Ziek was hij nooit, hij heeft in zijn leven geen dokter gezien. Pietje is ook oud geworden, maar overleed eerder dan hij. Zijn dochters hebben tot het eind voor hem gezorgd. Hij stierf in 1971 toen hij 98 was, in zijn bed in de woonkamer. De hond, die altijd aan zijn voeteneind sliep, sprong van het bed nadat hij zijn laatste adem had uitgeblazen.”

Wilt u ook geïnterviewd worden naar aanleiding van een bijzondere­­ foto? Mail dan naar fotoalbum@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden