ColumnJeroen van Bergeijk

Bij het verdelen van de klussen eindig ik steevast in de schoffelploeg

Een telefoontje van de werkurencommissie. “Jeroen, klopt het dat je dit jaar nog niet één keer bent komen helpen?” Ik mompel wat over de lockdown en een reis naar het buitenland. Maar inderdaad, ik heb mijn volkstuinplicht – iedere tuinder wordt geacht zich vijf keer per jaar een paar uur in te zetten voor nut van het algemeen – dit jaar nogal verzaakt. Onmiddellijk beloof ik beterschap.

En dus meld ik me op zaterdagochtend bij ons clubhuis. Er is filterkoffie in thermosflessen. Een doos suikerklontjes en koffiemelk ­ernaast. Een stapel stroopkoeken op een ­bordje.

Uiteraard juich ik het principe van met zijn allen werken aan iets moois – ons volkstuincomplex – van harte toe, maar in de praktijk kost het me toch wat moeite om ­elke maand een paar uur op te offeren. Want, zaterdagochtend. Want, schoffelen. Op een of andere manier eindig ik altijd weer bij de schoffelploeg. Ik hoor weleens dat mensen schoffelen heel meditatief ­vinden. Dat vanwege de repeterende aard van de verrichtingen. Je komt in een flow, wat heel aangenaam schijnt te zijn.

Ik vind het eentonig en zinloos en ik krijg er een lamme arm van.

Bij de koffie worden de te verrichten taakjes verdeeld. Een oudgediende somt op wat er zoal moet gebeuren en als je belangstelling voor een bepaald klusje hebt, steek je je hand op. De kutkarweitjes komen ­steevast aan het einde, dus het is zaak op tijd toe te slaan.

Er zijn altijd ­taakjes waarvan het doel onduidelijk is

Twee vrouwen mogen gaan ‘kanten ­snijden’ – de rommelige zijkant van het ­grasveldje recht maken. Slechts na lang ­aandringen is iemand bereid de dakrand van ons clubhuis af te soppen (er zijn altijd ­taakjes waarvan het doel onduidelijk is).

En dan: “Naast de jeu de boules-baan is een catalpa omgewaaid. Die moet weer rechtop worden gezet.”

“Ja! Ik!”, roep ik net iets te hard. Het lijkt me het ideale klusje: niet te inspannend, overzichtelijk en je ziet direct het ­resultaat. Samen met tuinder Paul van de Leeuweriklaan zet ik me aan het karwei. Maar hoezeer we de boel ook proberen te rekken, na een half uurtje is het werk toch echt ­gedaan.

Wat nu? We babbelen wat met onze werkuren-lotgenoten. En dan is het pauze. Weer koffie en koek. Altijd dezelfde gespreksonderwerpen. Uiteraard het weer. Houden we het droog? En als het regent, geeft dat natuurlijk niks want: goed voor de plantjes. Ook de oprukkende hoogbouw rond ons complex is een dankbaar gespreksonderwerp. “Die mensen kijken straks zo mijn tuintje in.”

Als de pauze voorbij is, komt de taak­verdeler ons werk inspecteren. De catalpa staat weer stevig in de grond.

“Heel goed. Gaan jullie nu maar ­schoffelen.”

Jeroen van Bergeijk is journalist en heeft een volkstuin. Lees zijn stukken hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden