po Polsku (op z’n Pools)Jaap Robben

Bij de Poolse klussers klinken mijn zinnen steeds als commando’s

Hoe vaker de zwijgmannen komen werken, hoe ­lastiger ik het vind. Doordat we geen taal delen, maar slechts  ­enkele woorden van elkaar ­begrijpen, klinken mijn zinnen steeds als commando’s. Schrauben. Glatt machen. Das muss weg. Waarna die twintig jaar ­oudere mannen mijn opdracht uitvoeren op een drafje om te ­tonen dat ze geen seconde van hun betaalde tijd verspillen. Ik gebaar dat ze kalmer aan mogen doen, waarna ze mij meewarig aankijken en nog fanatieker gaan sjouwen. Waardoor ik ­vervolgens een soort opzichter word die ik niet wil zijn. De veiligheidsbrillen die ik uitdeel, zet niemand op. De stofmaskertjes liggen nog steeds in de verpakking op een vensterbank. Marek neemt me mee naar buiten om de lijn te controleren die hij op de muur heeft gemaakt. “Gut?” vraagt hij. Ik knik. Vervolgens zet hij zijn slijptol tegen onze gevel. Op slag verdwijnt hij in een gruizige wolk. Ik voel de splinters tegen mijn schenen, stof knerpt tussen mijn tanden. Handen op mijn oren. Mario kan onmogelijk zien waar hij slijpt. Maar zodra hij de slijptol uitzet, blijkt de snee in de muur waterpas en kaarsrecht. Ik wil van ­alles zeggen, maar kan alleen ‘Gut’ uitbrengen. Marek rochelt grauw speeksel in de struiken, blaast zijn neusgaten leeg en steekt een sigaret op. “Gut?” vraagt hij. “Gut”, antwoord ik nog eens en probeer ermee te zeggen, heel gut, maar zet ­alsjeblieft een stofmasker op.

Zo verlopen al onze gesprekken. “Kaffee?”

“Gut.”

“Worstenbrood?”

“Gut.”

Een schaafwond aan je scheen van de slijptol.

“Nicht gut.”

Beeld Hanne van der Woude

Tegen het eind van de middag ga ik kijken hoe hun werk vordert. En om te vragen of ze nog koffie lusten. Het gereedschap ligt op de grond, accu’s zoemen zacht in hun laders. Ik vind de mannen rond de Indische kers die ons schuurtje overwoekert. Betrapt halen ze alle drie hun telefoon tevoorschijn om hun foto’s te ­laten zien van onze Oost-Indische kers. Wojtek opent ­Whatsapp en wijst dat hij als antwoord op zijn verstuurde ­foto een hartje ontving. “Von Frau.” Er wordt onderling ­gesmiespeld, Marek gebaart dat ik niet mag weglopen. ‘Jaapoo,’ zegt Wojtek dan, hij is hun woordvoerder geworden. Maar voor hij verder praat, bemoeit ­iedereen zich er alweer mee. ­Gebarend en met de vertaal-app op hun telefoons vertellen ze dat ze een stekje willen.

“Natürlich”, zeg ik en gebaar dat ze zoveel mogen knippen als ze willen. Wojtek klapt een mes uit en snijdt soepel een uitloper af. Met zijn andere hand haalt hij een papieren zakdoek uit de borstzak van zijn werkjas. Vervolgens maakt hij die zakdoek nat en omwikkelt er behoedzaam het stekje mee.

Patryk en Marek volgen geconcentreerd zijn handen en vergeten de sigaretten tussen hun eigen vingers. Op een drafje gaat Wojtek naar binnen en komt terug met zijn oude rugzak. Hij schudt de ­kruimels uit zijn broodtrommel en legt er het ingebakerde stekje in te rusten. “Für zuhause”, zegt hij. “Gut”, zeg ik waarna iedereen zich weer richting zijn gereedschap haast.

De echte en volledige namen van de Poolse klussers zijn bekend bij de redactie.

Schrijver Jaap Robben zoekt contact met de Poolse klussers in zijn woonboerderij net over de Duitse grens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden