Labels

Bi, pan of queer: jongeren hoeven niet meer zo nodig in een traditioneel hokje

Beeld Martijn Gijsbertsen

Steeds meer jongeren noemen zich bi, pan of queer. Traditionele hokjes als hetero, homo of lesbo beginnen te knellen. Hoe komt dat? Vier jongeren vertellen bij welk ‘label’ ze zich het prettigst voelen.

In de tijd dat wij, de schrijvers van dit artikel, uit de kast kwamen als lesbisch en homo waren Martina Navratilova en George Michael onze rolmodellen. Niks mis mee hoor, met deze twee prachtige mensen, maar jongeren van nu spiegelen zich makkelijker aan een uitgestrekt en bont palet van popsterren en YouTubers die uit volle borst zingen of met het hart op de tong vertellen dat ze biseksueel zijn, panseksueel, queer, trans, non-binair of fluïde.

Begrippen (zie kader voor de uitleg ervan) die zijn komen overwaaien uit vooral de Amerikaanse en Engelse jongerencultuur, maar inmiddels ook op Nederlandse middelbare scholen en opleidingen stevig zijn ingeburgerd. Tot verbazing van sommige ouders misschien: heb je even niet opgelet, noemt een deel van de de klas van je zoon of dochter, inclusief zoon of dochter, zich plotseling bi, pan of queer.

Bi, en misschien lesbisch

Voor de 17-jarige Droes uit Amsterdam, eerstejaars pedagogisch werk & onderwijs aan het roc, is het heel gewoon om na te denken over wie hij is. “Ik ben daar al best lang mee bezig. Ik begon als hetero, toen homo, toen biseksueel en nu noem ik me bi-romantisch. Bi-romantisch omdat ik me nog niet seksueel aangetrokken heb gevoeld tot een man, maar wel een paar keer romantisch.”  Calista (17) noemt zichzelf al een paar jaar bi: “Bi, en misschien lesbisch. Dat laatste weet ik nog niet en dat vind ik soms wel verwarrend, maar het geeft tegelijkertijd niet.”

Biseksualiteit duikt steeds vaker op, ook als paraplubegrip, zegt sociaal wetenschapper Emiel Maliepaard, verbonden aan Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis. Onder de biseksuele paraplu vallen ook pan en queer.

Het aantal mensen en jongeren dat zich biseksueel noemt neemt toe. Amerikaans onderzoek van YouGov uit 2018 toont dat een derde van de ondervraagde Amerikanen (tussen 18 en 34 jaar) zich niet hetero noemt. Volgens Brits onderzoek uit 2019 noemt 16 procent van de 18- tot 24-jarige ondervraagde Britten zich bi, acht keer zoveel als in 2015.

Begrippen

Lhbti+: Lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en mensen met een intersekse-conditie. De ‘+’ staat voor iedereen die niet hetero is, maar ook niet past binnen die vijf letters (transgender is een genderidentiteit, geen seksuele geaardheid.)

Biseksueel: Wordt gebruikt voor mensen die zich fysiek, emotioneel en/of romantisch aangetrokken kunnen voelen tot mensen van zowel hetzelfde als het andere geslacht.

Panseksueel: Wordt gebruikt voor mensen die zich fysiek, emotioneel en/of romantisch aangetrokken kunnen voelen tot mensen van meerdere geslachten, ook voor mensen die zich niet thuisvoelen in het hokje man of vrouw. Vaak wordt gezegd dat panseksuelen op mensen vallen ongeacht hun genderidentiteit.

Queer: Queer wordt vaak gezien als parapluterm voor LHBTI+. De term wordt meestal gebruikt door mensen die zich willen afzetten tegen de standaard heteronorm en trekt hokjes in twijfel.

Non-binair: Non-binair is voor iedereen die zich niet man of vrouw voelt. Sommige non-binaire personen zetten zich af tegen het idee dat er maar twee genders zijn.

Genderfluid: Voor iemand die genderfluid is kan het nogal eens verschillen welke gender ze zich voelen. Ze kunnen zich de ene dag bijvoorbeeld heel mannelijk voelen, en de volgende dag vrouwelijk.

Schaal van Kinsey

Volgens Maliepaard is er in Nederland nog geen goed onderzoek gedaan naar hoeveel mensen biseksueel zijn. De LHBT-monitor van het SCP uit 2016 toonde aan dat 3 procent van de Nederlanders zich aangetrokken voelt tot beide seksen.

Maliepaard legt uit hoe het recente onderzoek van YouGov is gedaan: “Mensen werd gevraagd zichzelf te plaatsen op de schaal van Kinsey. Nul is volledig heteroseksueel en zes is volledig homoseksueel. Het opvallende is dat steeds meer mensen zichzelf ergens tussen de nul en zes plaatsen, in plaats van absoluut nul of zes.” De schaal van Kinsey werd in 1948 geïntroduceerd door Alfred Kinsey als meetinstrument bij een studie naar seksueel gedrag.

De verklaring voor het vaker voorkomen van biseksualiteit ligt volgens Maliepaard onder meer in het feit dat op internet informatie over biseksualiteit gemakkelijk te vinden is. Ook een Netflix-serie als ‘Orange is the New Black’ of nog recenter ‘The Politician’, waar meerdere lhbti’ers een rol hebben, heeft volgens hem invloed. Net als de Amerikaanse popsterren Miley Cyrus en Halsey. Zodra Cyrus uit de kast kwam als panseksueel zag je op internet veel meer zoekopdrachten naar wat panseksueel is. Ook Halsey zingt over haar liefde voor jongens én meisjes. Maliepaard: “Jongeren beseffen hierdoor dat er meer is dan alleen homo en hetero.”

Film, spel of kletsen

Op een zondagmiddag bezoeken we het Jong&Out-café van het COC in Amsterdam voor jongeren tot en met achttien. Misty van de Mortel is vrijwillig coördinator en één keer in de maand reist zij van haar woonplaats Apeldoorn naar Amsterdam om met jongeren te praten over geaardheid en gender. Samen kijken ze naar een toepasselijke film, ze doen een spel of zitten te kletsen, met elkaar en onder begeleiding.

Deze zondag zitten dertien jongeren gemoedelijk op een paar leren bankstellen. “Anders dan tien jaar geleden zijn de meeste jongeren die hier naartoe komen al heel goed op de hoogte van wie ze zijn”, vertelt Van de Mortel. “Op internet hebben ze al uitgezocht wat alle nieuwe labels betekenen en waar ze zich het prettigst bij voelen. Ze komen hier vooral om andere jongeren te ontmoeten.”

Deze zondag is aan de jongeren gevraagd om te komen in de kleren waar ze zich het lekkerst in voelen. De vraag die deze bijeenkomst centraal staat luidt: “Hoe wil je het liefst aangesproken worden?” Van de Mortel legt uit: “Jongeren zijn niet alleen bezig met op wie ze vallen, maar ook met wie ze zijn. Ook daar komen steeds meer nieuwe termen voor, variërend van non-binair tot gender-fluïde. Jongeren geven zichzelf veel meer vrijheid dan wij deden. Ze kijken vaker minder absoluut naar zichzelf als puur jongen of meisje. Dat hoorde ik tien jaar geleden nooit.”

Niet per se man of vrouw

Margriet Oosterhuis onderstreept dit. Zij is eveneens medewerker van het COC en ondersteunt jongeren op middelbare scholen bij het opzetten van een Gender Sexuality Alliance (GSA). GSA’s zijn ervoor om iedereen, ongeacht gender of geaardheid, zich veilig en geaccepteerd te laten voelen op school. “Jongeren van nu zijn erg bezig met wie ze zijn”, zegt Oosterhuis. “Bij het label non-binair voelen ze zich fijn, dat betekent dat je je zowel man als vrouw voelt. Of ze voelen zich gender-fluid, de ene dag ga je heel vrouwelijk naar school en de andere dag juist heel stoer. Je kunt non-binair zijn en bi, maar ook non-binair en pan of gay. Dat verschilt per persoon.” Volgens Oosterhuis ervaren jongeren meer vrijheid als ze niet per se in de termen man of vrouw hoeven te denken.

Onlangs vertelde een meisje in het Jong&Out-café dat ze verliefd was geworden op een meisje, en dat niet meer zo zeker van zichzelf was als meisje en ook deels als jongen door het leven wilde: “Ben ik dan lesbisch of bi? Of pan?” Van de Mortel: “Na een paar maanden had dit meisje rust gevonden in deze vraag en besloten dat ze gewoon verliefd was op deze persoon en dat het niet uitmaakte welk label er precies bij hoorde.”

Lange tijd waren biseksuelen onzichtbaar in de samenleving. Je werd gezien als hetero als je als jongen een vriendin had. Of homo, als je een vriend had. Voor vrouwen gold het andersom.

Hype?

Door de snelle toename van het aantal bi’s wordt biseksualiteit nu soms neergezet als hype. Toch meent Emiel Maliepaard dat het meer is dan een modegril. Uit onderzoek van het SCP blijkt dat er meer acceptatie is van lhbti’s. Dat betekent volgens hem dat ze steeds sterker geworteld raken in de samenleving.

Een andere reden waarom Maliepaard denkt dat er geen sprake is van een rage, maar eerder van een blijvende ontwikkeling, is omdat hij een grote golf van openheid ziet onder jongeren. “Jongeren zijn in beweging en blijven voorlopig in beweging, dat geldt voor geaardheid en genderdiversiteit.” Goede hoop heeft hij dat die openheid verder strekt dan de puberteit en standhoudt tijdens de volwassenheid.

Wel merkt hij dat het voor meisjes meer geaccepteerd is om fluïde te zijn dan voor jongens. Jongens zijn meer dan meisjes geconditioneerd om of hetero of homo te zijn. “Maar ook daar komt verandering in. Er komt meer ruimte voor jongens om een andere jongen mooi te mogen vinden of om hun seksuele voorkeuren te onderzoeken.” Een voorbeeld komt van grote modeketens zoals webwinkel Zalando. Zalando maakt reclame met modellen die spelen met vrouwelijkheid en mannelijkheid.

Lang niet vanzelfsprekend

Binnen (streng) religieuze gemeenschappen is er meestal minder ruimte voor biseksualiteit en genderdiversiteit, ziet Maliepaard. Wat dat betreft is de situatie vergelijkbaar met homoseksualiteit. “Vooral bij orthodox gelovigen is de acceptatie minder.” Ook is het op lang niet alle scholen vanzelfsprekend om openlijk te zeggen dat je homo, lesbisch, bi of queer bent. Volgens het SCP dacht in 2018 nog 20 procent van de homo-jongeren dat je op hun school onmogelijk uit de kast kunt komen.

Al die nieuwe labels geven vrijheid, maar zijn ze tegelijkertijd ook niet enorm verwarrend? Dat vragen we aan COC-medewerker Margriet Oosterhuis. Zij moet lachen. “Ja”, bevestigt ze, “het is verwarrend, want aan de ene kant willen we van hokjes af en aan de andere kant bestaan er meer labels dan ooit.” Volgens haar zijn hokjes niet per se slecht. Het kan jongeren zekerheid geven als ze het juiste hokje vinden. Een hokje of een label kan dan helpen te weten wie je bent of om je gevoelens te beschrijven. Dat uitgezoek hoort sowieso bij de puberteit.

Ook kunnen we vaststellen dat de labels niet zo vast staan als wij, schrijvers van dit artikel, ooit misschien gewend waren. “De labels kunnen wisselen”, zegt Misty van de Mortel. “Vandaag voel je je zo, morgen misschien anders. Jongeren accepteren van zichzelf en van elkaar dat ze kunnen veranderen. Ze leren ons dat we minder regide over onze voorkeur hoeven te zijn.”

Oosterhuis: “Ook volwassenen zie je nu meer bezig met deze labels. Ook hun kan het ruimte geven.”

Van de Mortel bevestigt: “Ik ben meegegroeid met mijn jongeren. Ik bestempelde mezelf eerst als lesbisch, nu zou ik mezelf niet meer zo op het uiterste van het spectrum plaatsen. Wie zegt dat ik nooit op een non-binair persoon zal vallen? En dat voelt vrijer.”

Beeld Martijn Gijsbertsen

 ‘Als ik iemand leuk vind maakt het niet uit wie het is’

Calista, 17 jaar, vwo, Woonplaats: Hoofddorp, relatie: nee

“Toen ik tien was, was ik bang dat ik gay was. Ik dacht: o nee, help, omdat ik vermoedde dat ik de enige was. Ik kende niemand en ik mocht ook nog niet echt op internet surfen. Nu zeg ik al een paar jaar dat ik bi ben, bi en misschien lesbisch. Dat laatste weet ik nog niet en dat vind ik soms verwarrend, maar het geeft tegelijkertijd niet. Als ik iemand leuk vind, maakt het niet uit wie het is.

Mijn moeder weet dat ik hier veel mee bezig ben. Ik merk dat ik behoefte heb om met mensen uit de queer-gemeenschap te praten. Het is gezelliger met z’n allen. Veel mensen van uit de tijd dat ik tien was blijken nu ook queer. Dat wist ik toen helemaal niet.

Het is fijn om te merken dat we met een grote en groeiende groep zijn. Later wil ik een artistiek beroep, fotograaf of schrijver, omdat queers vaak voor artistieke beroepen kiezen. Daar hoop ik nog meer queers te ontmoeten.”

Beeld Martijn Gijsbertsen

‘Mijn opa was de eerste aan wie ik het vertelde’

Max, 17 jaar, 5 vwo, Woonplaats: Mijdrecht, Relatie: 4 maanden aan het daten met een jongen

“Eerst waren vooral homo’s en bi’s bezig met de vraag: ‘Wie ben ik?’, maar nu denken ook steeds meer hetero’s na over deze vraag. Zijn ze wel echt zo strikt hetero of man als ze dachten?

In de tweede klas hoorde ik van de Gender Sexuality Alliance op onze school, een vriendin trok mij ermee naartoe en langzaamaan namen we onze hele vriendengroep mee omdat het zo gezellig was. De eerste aan wie ik vertelde dat ik jongens en meisjes leuk vond, was mijn opa. Hij rende door het gras van blijdschap dat ik het hem had verteld. Mijn moeder vond het ook niet gek. Ik had gedacht dat het een strijd zou worden om te worden geaccepteerd, toen dat niet zo bleek te zijn, werd het vooral een eigen zoektocht.

Afgelopen jaren ben ik voorlichting gaan geven over seksualiteit en genderidentiteit aan leerlingen in de tweede. Dat was een voorstel van onze biologieleraar. Het past bij onze leeftijd om na te denken over wie je bent. In mijn klas is niet de helft van de leerlingen bi, maar wel de helft heeft vragen. Ik hoef ook niet zo nodig in het hokje van de bi.”

Beeld Martijn Gijsbertsen

 ‘Voor mijn familie ben ik hij/hem’

Droes, 17 jaar, 1ste jaars pedagogisch werk & onderwijs roc, Woonplaats: Amsterdam, Relatie: nee

“Onze generatie wordt waarschijnlijk ouder dan negentig jaar, dus we hebben tijd genoeg om uit te vogelen wie we precies zijn en ook tijd genoeg om weer te veranderen. Het is niet erg om te veranderen. Het heeft mij altijd bezig gehouden wie ik ben. Mijn vader heeft veel vrienden uit de lhbti-community en ik vond dat altijd al interessant.

 Ik noem mezelf bi-romantisch omdat ik me nog nooit seksueel aangetrokken heb gevoeld tot een jongen, maar wel romantisch. Op mijn oude school vonden mijn klasgenoten me raar. Ze scholden soms met homo, niet speciaal naar mij, maar meer in het algemeen, zo schelden jongens gewoon, maar fijn voelde het niet. Ik ben van de middelbare school getrapt omdat ik mijn huiswerk niet maakte. Ik ben te druk met het uitzoeken van dingen.

 Het liefst word ik aangesproken met hij/hem en soms met zij/haar. Vrienden uit de queer-gemeenschap snappen dat dat kan wisselen, docenten of klasgenoten ga ik het niet uitleggen. Voor mijn familie ben ik hij/hem, omdat ze me zo altijd hebben gekend. Tegen de tijd dat ik met iemand ga daten, is het vroeg genoeg om diegene uit te leggen hoe ik op dat moment ben.”

Beeld Martijn Gijsbertsen

‘Mijn vriendje is straight’

Lucelia, 21 jaar, 2de jaars toegepaste psychologie, Woonplaats: Rotterdam, Relatie: 14 maanden met een jongen

“Eerst dacht ik dat ik bi was, maar pan past beter bij mij. Zodra ik van pan hoorde, leerde ik mezelf nog beter kennen. Dat ben ik, dacht ik. Als ik terugdenk aan de mensen voor wie ik passie heb gevoeld, komen steeds dezelfde karaktertrekken terug: verlegen, open minded en een unieke manier van naar de wereld kijken. Het doet er niet toe of iemand man, vrouw, trans of wat dan ook is.

Ik ben van Kaapverdische afkomst en religieus opgevoed. De Kaapverdische gemeenschap is conservatief. De eerste keer dat ik een meisje meer dan gewoon leuk vond, rond mijn elfde, stopte ik dat gevoel weg. Met mijn moeder praat ik er niet echt over. Jongere tantes, van rond de 30, zijn wel geïnteresseerd en vragen wat pan is.

Nu heb ik een zelfbewuste groep mensen om me heen, allemaal lhbti’ers, die zichzelf aan het ontdekken zijn. Bij hen hoef ik mezelf niet te verantwoorden. Mijn vriendje is straight, maar hij wil mij helpen mijn wereld te verkennen. Sommige vrienden vragen : Hoezo pan, terwijl je een vriendje hebt? Maar dit is altijd het vooroordeel geweest waar bi’s mee te maken hebben. Ik blijf strijden voor mijn pan-zijn.”

Youtubers over biseksualiteit, geaardheid en gender:

Linda de Munck maakt op haar YouTube-kanaal biseksualiteit en (seksuele) taboes bespreekbaar. Zij ontvangt elke dag vragen van vooral jonge meiden over geaardheid, seks en uiterlijk. “Dat YouTubers belangrijk zijn voor jongeren, snap ik wel. Ik groeide op in Brabant. Voor mij werd het ook gemakkelijker om uit de kast te komen toen ik via de sociale media uit mijn eigen kleine kringetje kon stappen.” De populairiteit van YouTubers komt volgens De Munck omdat ze open, eerlijk en kwetsbaar over hun leven zijn.

Andere youtubers om te volgen:

Elio Heres: Hij wil mensen inspireren om zichzelf te zijn. Zijn filmpjes gaan onder meer over gender, mode en de verloving met zijn vriend.

Alice Olsthoorn: Zij is transgender en toont haar dagelijks leven. In een ontroerend filmpje vraagt zij haar vader wat hij van haar vindt.

Justin Mensink: Hij bericht openhartig over zijn leven tijdens de transitie en de tijd in het ziekenhuis. Hij dankt zijn vrienden dat ze hem trouw zijn gebleven.

Bradley Braafhart: Nog niet zo lang geleden kwam hij op YouTube uit de kast als homo.

Ikvrouwvanjou: Over het doodnormale leven van een jong lesbisch stel – Joyce en Scarlet – dat net een kind heeft.

Lees ook:

Wat hetero’s van homo’s kunnen leren in het nahuwelijk

Hoe gaan we om met onze ex? Die vraag wordt in een tijd dat we zo vaak scheiden steeds belangrijker. En hebben homo’s een betere band met hun ex dan hetero’s?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden