Beeld Trouw

Klein VerslagWim Boevink

Berlijn in januari, misschien wel de meest Berlijnse tijd

Berlijn, eind januari. Misschien wel de meest Berlijnse tijd. De stad is grijs. Het weer is guur. Regen, wind. Een graad of vijf. Op de Rijksdag wapperen Duitse vlaggen halfstok. De Holocaust, Auschwitz, wordt herdacht.

Het is een tijd van grote woorden, van vermaningen en kransen leggen. Een tijd vol rituele zwaarte.

Mijn hotel is vlakbij Checkpoint Charlie, aan een stil en onaanzienlijk deel van de Friedrichstraße. Het heeft nog een klassieke gevel, maar bijna alles erachter is van naoorlogse datum.

Tegenover is een gat, waar eens een hoekgebouw stond dat is weggebombadeerd. Het gat dient nu als onverharde parkeerplaats van politiebusjes. Op de omheining ervan liggen rollen prikkeldraad.

Precies op de hoek bevindt zich een houten Imbiss Eck, voor currywurst, pommes en broodjes. Je denkt aan ‘Himmel über Berlin’, aan Bruno Ganz en Peter Falk. Ingelijst in de keet een wat oudere vrouw met blond geverfd haar. Ze draagt een smoezelige, witte jas.

Berlijn in januari.

Het is vroeg donker.

Het is niet alleen de januari-kou die hier doet huiveren

Dit deel van de stad voelt nog zo verlaten. Ik loop, de jas hooggesloten, naar de Wilhelmstraße, destijds het bestuurlijke centrum van de Reichshauptstadt, met zijn kanselarij, zijn ministeries, zijn SS en Gestapo.

Veel is hier sindsdien leeg gebleven, onbebouwd. Besmet gebied. Het waait er harder en guurder. Het terrein van het Prinz-Albrecht-Palais, waar SS en Gestapo hun sinistere hoofdkwartier hadden, is nu een met split en grind bedekte leegte. Langs één zijde loopt nog een rest van de Muur, met gaten erin. Ook kelderresten zijn hier blootgelegd, van verhoor- en folterkamers. Geelbetegelde wanden.

In een hoek van het terrein is een modern documentatiecentrum neergezet, een platte doos. Het draagt de naam ‘Topographie des Terrors’. Het is niet alleen de januari-kou die hier doet huiveren.

Het centrum, gratis toegankelijk, heirinnert sinds enige jaren aan de naziterreur via een vaste expositie van panelen met zwart-wit foto’s. Er lopen ernstige gidsen rond die Duitse schoolklassen rondleiden en toespreken.

Dezer dagen staat er ook nog de fototentoonstelling over de vervolging van de Nederlandse Joden. De fotowanden zijn elliptisch opgesteld en eindigen in het midden bij de vernietiging.

 Tussen de bomen liggen lijken

Daar ligt als enige plat op een solitaire sokkel die foto van de zevenjarige Simon ‘Sieg’ Maandag. Bergen Belsen, 17 april 1945. Een breed pad, zonlicht, bomen in gazons; heel even denk je aan een park. Een jongetje in een park. Krullen, truitje, korte broek.

Maar tussen de bomen liggen lijken, langs het pad, overal. Ontblote onderlijven, benig, vervormd. Duizenden werden zo gevonden, zegt het bijschrift. Een Engelse oorlogsfotograaf schoot het beeld, twee dagen na de bevrijding van het kamp. Het jongetje overleefde. De foto is een stomp in de maag.

Een zaal verderop, het auditorium, is de locatie van de boekvoorstelling ‘Fotos aus Sobibor’, waarover ik gisteren berichtte. Zonnige foto’s uit een vernietigingskamp waar Duitse officieren op een terras ontspannen wijn en bier drinken, op nog geen driehonderd meter van de gaskamers.

Berlijn in januari.

Nog even en het herdenken kan weer voor een jaar de kast in. 

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden