Klein VerslagWim Boevink

Argwanende blikken: die wel, die niet, die misschien

Teruggekeerd naar de grote stad. Onderweg, per trein, de stille dans van het afstand houden. Niet moeilijk, er zijn weinig mensen. Tussendoor een bemoedigende knik naar de conducteur, wachtend op het perron bij zijn trein.

Groeiende waardering voor die dienstverleners, ook buiten de zorg: het winkelpersoneel, de caissières en de vakkenvullers, de post-, kranten- en maaltijdbezorgers, de schoonmakers, de vuilnismannen, al die kleine beroepen die de samenleving beademen.

In de kleine stad houden ze nog markt. Bloemen, brood, gebraden kip, vis, sokken, onderbroeken, mutsen, petten, stoffen. Een enkele kraam heeft rood-witte linten gespannen om de ­gewenste afstand tussen kopers aan te geven, maar er is ook veel schouder-aan-schoudergedrang. Het voelt ­onaangenaam.

Ik ben de markt haastig overgestoken, ervan weggevlucht eigenlijk. Waarom neemt een stad dit risico? ­Deze kleine stad, met op vrijwel elke winkeldeur een belangrijke mede­deling. Richtlijnen. Soms gedrukt, soms handgeschreven.

Mene tekels van een tijd.

De centrale stations aan het begin van de avond: verzamelplaatsen van behoedzamen die onderweg moeten zijn. Ook hier dat zwijgende manoeuvreren in ruime hallen, argwanende blikken uit ooghoeken, inschattingen van ­gevaar: die wel, die niet, die misschien.

We zijn eenzamen.

Er zijn minder treinen, maar ze zijn wel lang, de reizigers kunnen zich ­verspreiden. De dienstregeling is al ­aangepast, verplaatsingen gaan meer tijd kosten.

De volgende dag, in de grote stad.

Ik zie hier meer natuur, gek genoeg.

En er is de tuin. De pruimenboom bloeit, net als in de straat de magnolia, de forsythia. Tulpen. Narcissen met hun trompetten.

In de binnenstad is het straatbeeld stiller dan anders, maar er zijn nog ­genoeg mensen in de weer, fietsend, wandelend. Ze bewegen langs gesloten winkels, kerken, theaters en bibliotheken. Ook hier waarschuwingen aan deuren van winkels die nog open zijn.

Bij de ingang van de boekwinkel een statafel met twee flacons handgel.

‘De Pest’ van Camus is uitverkocht.

Buiten, op de Stadhuisbrug, staat een verwarde man te roepen. Passanten lopen met een wijde boog om hem heen. Ik hoor het woord ‘satanisten’ en ‘dat duisternis over de aarde zal neer­dalen’.

Hoe stil is de stad om hem heen.

Mensen spreken met gedempte stem. In de schrale oostenwind waait je soms een zin toe, of liever: een halve zin, twee of drie woorden, zonder ­verband.

In de supermarkt wordt de afstandsdans complex, we delen het ongemak van even inhouden, een lege hoek induiken, een snel passeren tussen de schappen; ik zie hoe een vrouw discreet haar neus en mond in haar shawl ­verbergt als ik haar voorbijloop. Is het discretie of panische angst?

Een kiosk vraagt de klanten om zo kort mogelijk in de winkel te blijven en dat met maar één persoon tegelijk. Ik schrijf deze zinnen neer en zie hoe ­surreëel ze zijn.

Op televisie een serie waarin ­mensen zoenen en handen schudden. Er is zomerlicht en warmte. En nu al lijkt dat heel lang geleden.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden